Opinie

    • Frits Abrahams

Het leven als een speelfilm

Oud worden als Harry Dean Stanton, en dan op je 91ste sterven, dat willen we allemaal wel. Vijf jaar voor zijn dood werd er een documentaire, Partly Fiction, over hem gemaakt, en hij kreeg aan het einde van zijn leven nog een hoofdrol in de speelfilm Lucky. Beide films rouleren momenteel – ik kan ze filmliefhebbers aanraden.

Stanton is met zijn verweerde, flegmatieke kop een legendarische filmacteur geworden, vooral na zijn doorbraak in 1984 als de loner Travis in Paris, Texas van Wim Wenders. Stanton lijkt in die film vooral zichzelf te spelen, zoals hij dat ook doet in Lucky. Een onthechte, dolende ziel achter wie je een wereld van verdriet kunt vermoeden.

Klopt dat ook met de werkelijkheid? Partly Fiction is een boeiende documentaire, maar het merkwaardige is dat je op die vraag geen duidelijk antwoord krijgt. Stanton wil niet ingaan op vragen over zijn verleden. „Ik praat niet over mijn moeder… en ook niet over mijn vader.”

Over zichzelf blijft hij ook vaag. „Hoe zou jij jezelf omschrijven”, vraagt filmregisseur en vriend David Lynch hem. „Er is niets. Er bestaat geen zelf”, antwoordt Stanton. Het klinkt boeddhistisch, en het was ook bekend dat hij grote sympathie had voor het boeddhisme, maar toch wilde hij zich geen boeddhist noemen. Niets is immers niets.

Wat ik me bij zulke iconische figuren vaak afvraag: in hoeverre zijn ze gaan leven naar het beeld dat er, mede door hun eigen inbreng, van hen is ontstaan? Zijn ze in werkelijkheid anders dan ze zich voordoen?

Stanton wil in de documentaire zoveel mogelijk over zichzelf zwijgen. Dat werkt ook goed, want zo ontstaat er een mysterieus vacuüm dat de kijker zelf moet vullen aan de hand van de getuigenissen van anderen. Toch heb ik gemerkt dat Stanton wel degelijk in het openbaar over zijn jeugd heeft gepraat.

In een interview in The Observer in 2013 – omstreeks het uitbrengen van de documentaire dus – vertelt hij dat hij een ongelukkige jeugd heeft gehad. Zijn ouders pasten niet bij elkaar, en zijn moeder had een hekel aan hem als kind. Hij heeft het ook verteld in een groepstherapie bij de psychiater. „Op een nacht heb ik haar [zijn moeder, FA] opgebeld en gezegd dat ik haar haatte. We hebben het goedgemaakt kort voor haar dood.”

Stanton was ook een ambitieuzere acteur dan uit zijn boeddhistische imago blijkt. Sophie Huber, de maker van Partly Fiction, vertelde dat Stanton boos was op Wenders, omdat die in de documentaire beweert dat Stanton erg onzeker was over zijn rol in Paris, Texas. „Ik dacht dat jij geen ego had”, hield ze Stanton voor. „Harry is een levende contradictie”, zei ze tegen The Observer. „Hij wil graag doorgaan voor iemand die niet hard hoeft te werken om goed te zijn.”

In de film vertelt ook een assistent van Stanton hoe hard ze samen aan zijn filmdialogen werkten.

Toch vergeef je Stanton als kijker, ook achteraf, al die tegenstrijdigheden, ze maken hem niet minder authentiek. Hij zwijgt in beide films indrukwekkend en hij zingt hartverscheurend mooi. En tegen The Observer zei hij ook nog iets wat je hem misschien eens zult moeten nazeggen: „Je wordt ouder en aan het einde accepteer je alles in het leven – lijden, angst, liefde, verlies, haat – alles. It’s all a movie anyway.”

    • Frits Abrahams