Graven naar de Utrechtse prehistorie

Archeologie

Met een opgraving in de Uithof heeft Utrecht er in één klap 10.000 jaar geschiedenis bij. Van IJstijd tot IJzertijd.

Opgraving Hoofddijk, Utrecht. Links: paalsporen van een neolithisch hek (ca. 2800 v. Chr.). Boven: 2.000 jaar oud houten idool en (onder) offerpotje. Geheel onder: neolithische waterkuil. Foto’s Gemeente Utrecht

Waar tot voor kort de traumahelicopter van het Utrechts Medisch Centrum landde, hebben archeologen van de gemeente Utrecht meer dan duizend sporen uit de verre prehistorie blootgelegd. Vooral kuilen: kuilhaarden, boomvallen, gewone kuilen, maar ook verrassend veel echt oude paalresten.

Nu staan er twee Duitse ingenieurs te roken, daar bij de hekken van het bouwterrein van het gloednieuwe Prinses Máxima Centrum voor Kinderoncologie. Ze zijn er bezig een enorme magneet van Philips te installeren, voor een scanapparaat. Dat hier 13.000 jaar geleden in een eindeloos berkenwoud een groepje IJstijdjagers waarschijnlijk een vuurtje heeft gestookt, weten ze niet. „Wirklich?” Woensdag wordt het uitvoerige onderzoeksverslag door de Utrechtse dienst Erfgoed gepresenteerd aan het Máximacentrum.

De verrassende ouderdom is het grote belang van deze opgraving, zegt archeoloog Linda Dielemans, leider van het onderzoek. Dat de geschiedenis van Utrecht zóver terug gaat! „Traditioneel gaat het in Utrecht vooral om Romeinen en Middeleeuwen, deze ouderdom is volkomen uniek, en in zoveel periodes.” Op deze plek heb je nu zekere bewoning uit 9.000 tot 6.000 v. Chr (Mesolithicum), 3400-2400 v. Chr. (vroege landbouw: Neoliticum) 1500-1000 v. Chr. (Bronstijd) én uit de IJzertijd (ca. 800 v.Chr. tot het begin van de jaartelling). „En we vonden ook een granaat uit de Tweede Wereldoorlog.”

Er zijn in de stad al wel een paar andere vondsten uit de Bronstijd gedaan, maar pas deze opgraving aan de Hoofddijk legt de Utrechtse prehistorie helemaal open.

2.000 jaar oud houten idool. Foto Gemeente Utrecht

Er heeft zich veel afgespeeld, op deze 2 hectare bij de A28 en het Oostbroekpark, dat door de bouw van het ziekenhuis nu archeologisch uitvoerig onderzocht is. Bijvoorbeeld uit het Mesolithicum, de periode tussen IJstijd en het begin van de landbouw, haalde het team van Dielemans ruim 800 sporen te voorschijn: ruim 50 kuilhaarden (kuilen met vuurresten) en veel verrassender: ruim 450 paalsporen. „Ik geloofde het pas toen ik de C14-dateringen terugkreeg”, vertelt Dielemans bij een kop koffie in Doorn, waar ze tegenwoordig haar eigen archeo-bedrijf heeft. „In het Mesolithicum leefden de mensen van jagen en verzamelen, daar verwacht je geen bouwstructuren. Nou, toch wel. Het zijn waarschijnlijk hutten geweest, of afdakjes. Windschermen misschien. Ik heb uren zitten puzzelen hoe je uit die paalsporen structuren kon terughalen.”

In het hier ooit glooiende landschap zag Dielemans op haar opgravingskaarten de bewoning opschuiven in de loop van de millennia: „In het Mesolithicum zitten de mensen nog in de lage gedeelten, daarna zie je ze omhoog gaan. Want de lage stukken worden steeds natter.”

Iedere tijd heeft zijn eigen raadsels. In het Mesolithicum is moeilijk te begrijpen hoe het mogelijk is dat honderden kuilen in een periode van duizenden jaren elkaar toch niet overlappen. „Niet iedere kuil is gedateerd”, zegt Dielemans. „Misschien zijn ze veel vaker min of meer tegelijkertijd gegraven dan we denken.”

Offerpotje, 2.000 jaar oud. Foto Gemeente Utrecht

De kuilhaarden, met resten van vuur op de bodem, kunnen gebruikt zijn als een soort oven, of om pek te smelten voor lijm. Maar waarvoor gebruikten jagers de ‘gewone kuilen’? „In een leren lap kun je in zo’n kuil heel goed hazelnoten bewaren. Daar zie je later niks meer van terug. Maar het kan ook gebruikt zijn om huiden te ontharen”, aldus Dielemans.

De Bronstijd was landschappelijk dramatisch, omdat toen een arm van de Kromme Rijn door het gebied brak. Dielemans: „Wat dan weer zo gek is dat de mensen waterkuilen groeven, náást de rivier! Waarom? Misschien vonden ze het water dan beter, omdat het enigszins door het zand gezuiverd werd. Als er een eindje stroomopwaarts een dood hert in het water ligt, kan ik me dat ook voorstellen.”

Een neolithische waterkuil. Foto Gemeente Utrecht

Er zijn erg weinig gebruiksvoorwerpen gevonden. Sommigen zijn heel bijzonder, zoals het houten ‘idool’ van ongeveer 2.000 jaar geleden en een paar met bloed beschilderde scherven, uit dezelfde tijd. „De gebruiksvoorwerpen uit al die tijden waren er ooit wel, maar zijn waarschijnlijk verdwenen met de grond die hier ooit afgevoerd is toen deze grond geëgaliseerd is”, zegt Linda Dielemans. „Gek idee, dat ergens in Utrecht dus nog grond moet liggen met pijlpunten en stenen werktuigen. Als dát ooit opgegraven wordt zullen de archeologen zich wel afvragen: waar komt dát nou vandaan?”