Foto iStock

Natuur in Woord: Een douche van zonlicht

Het thema van de Boekenweek is natuur. NRC vroeg vijf auteurs om hun favoriete natuurbeschrijving. Vandaag: over Anton de Kom.

„Aarde en zee van Suriname nemen een douche van zonlicht. Zwellend en bruisend vloeit de machtige stroom van de rivier ons tegen. Dicht bij de stad is haar water lichtblauw en tot op grote diepte doorschijnend. In het bos langs de oever, waar de geur van bloeiende mahoniebomen en versgebrand hout uit opstijgt, heeft een vroege haan alle andere vogels wakker geroepen. Tjongtjongs zingen hun eentonig liedje, watervogels steken de snavel plotseling in het water en komen met een visje in de bek boven, twee langgerekte golfjes achter zich latend. (..) In de frisgroene toppen der bomen, waaromheen de laatste dromen van de ochtend nog zweven, klautert, als een vlugge bruine rakker de passaatwind. Boven het lied der andere vogels uit zingt een bloedrode kleine zanger zijn solo.”

Anton de Kom,
uit: Wij slaven van Suriname, 1934

Ongeveer acht jaar geleden las ik het meesterwerk van Anton de Kom, Wij Slaven van Suriname, via een kennis op mijn leestafel beland. En in één adem uitgelezen. Ik las het in de trein, bij de bushalte, in bed en uiteindelijk heb ik het uitgelezen in het ziekenhuis, tijdens het wachten op de komst van mijn dochter.

In Wij slaven van Suriname draagt De Kom de koloniale herinneringen van zijn ouders en hemzelf over aan ons. Zijn vader had de slavernij meegemaakt. Anton de Kom was naast vrijheidsstrijder en later verzetsheld in de Tweede Wereldoorlog een geëngageerde dichter. Zijn poëtische beschouwingen van de natuur in Suriname en zijn landschap blijven je aangenaam heugen.

Als twintiger in Nederland maakten de liefdevolle beschrijvingen van de natuur aan de andere kant van de oceaan grote indruk op mij. Anton de Kom vult zijn rijke historische kennis over het koloniale verleden aan met de schoonheid van de natuur.

En ongemerkt droom ik weg naar mijn kindertijd in Ghana, waar ik woonde tot ik op mijn elfde naar Nederland kwam. Hoewel ik in mijn kindertijd niet stilstond bij de versierpoging van de natuur, herinner ik mij „de vliegende vissen, als dansende diamantjes” en de „ontzaglijke bossen” zoals Anton de Kom over zijn ‘Sranang’ schrijft. Twee verschillende continenten, eenzelfde lieflijke natuur.


    • Jerry Afriyie