Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Vuistregelshalfhartigheid

Met integriteit is het als met oud geld: mensen die het hebben, hoor je er nooit over. Dus de luidruchtigheid waarmee politici en partijen hun integriteit benadrukken, verdient vooral argwaan. Zo kent de VVD, geplaagd door integriteitskwesties, sinds 2013 Vuistregels integriteit. Spannend is nu de zaak over Wybren van Haga, het 76ste Kamerlid en pandjesbaas in Amsterdam. Het Parool onthulde in december dat hij verhuurregels overtreedt, de VVD-integriteitscommissie begon onderzoek.

Hierdoor kennen we nu twee bijzondere feiten over Van Haga. NRC onthulde laatst dat Van Haga nog in januari contact had met huurders, hoewel hij volgens opgave in oktober, toen hij Kamerlid werd, afstand deed van zijn zakelijke belangen. Dus: ondanks de toezegging van het tegendeel bleef het Kamerlid zakelijk actief.

Het pikante is: Van Haga bemoeide zich toch met zijn bedrijven, hoorde ik in de VVD, omdat Klaas Dijkhoff na de Parool-publicatie zei: je krijgt tot 1 april om problemen met huurders te verhelpen. Ik bekeek de Vuistregels integriteit: „U vervult geen nevenfuncties die een voorzienbaar risico vormen voor een integere invulling van uw functie.”

Geen nevenfuncties. Voorzienbaar risico. En dan als Kamerlid gewoon een bedrijf runnen. Er is geen oordeel van de integriteitscommissie bekend, maar het vergt creativiteit om dit op basis van de Vuistregels integriteit te legitimeren.

Maar dúrft de integriteitscommissie? Van Haga blijkt in 2015 als VVD-fractievoorzitter en oppositieleider in Haarlem ook een appartement aan toenmalig Haarlems burgemeester Schneiders te hebben verkocht. Dus: als oppositieleider deed hij zaken met een bestuurder die hij moest controleren. Daarna steunde Schneiders, hoewel PvdA’er, Van Haga’s campagne voor de Kamer.

De integriteitscommissie van de VVD bekeek dit vorig najaar en oordeelde, schreef NRC maandag, dat Van Haga partijregels niet overtrad. Ik bekeek de Vuistregels integriteit: „Uw handelen wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.”

Onpartijdigheid. Geen vermenging met oneigenlijke belangen. Geen schijn van vermenging. Toch mocht hij als oppositieleider volgens de VVD-integriteitscommissie een handeltje drijven met de burgemeester. Laat ik het zo zeggen: dát had ik niet achter de Vuistregels integriteit gezocht.

De meeste mensen zijn meestal integer, perfect is niemand, daarom heeft mildheid in dit soort zaken mijn sympathie. Maar integriteitsregels opstellen en ze dan halfhartig toepassen – dát is echt gebrek aan integriteit.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.
    • Tom-Jan Meeus