Column

De openbaarheid is geen veilige plek voor de kunst

Lieve Desperaat in Dinxperlo. Dit is mijn reactie op de vraag die je me deze week stuurde. Of je je op de liefde moet storten. Of dat je je beter kunt uitleven in je werk. Ik heb het antwoord niet zomaar paraat, maar ik ben best bereid het voor je uit te zoeken. Ik begin gewoon bij een boek over de evolutie.

Eigenlijk weet ik niet precies wat je nou helemaal van me verwacht. Ik ken je niet en de verantwoordelijkheid voor je liefdesleven valt me zwaar. Stel dat ik het verknoei, dan krijg jij straks door mijn toedoen kinderen, of juist niet; ik kan me maar beter flink inlezen om daar academisch tegen ingedekt te zijn. Vandaar dat boek over Charles Darwin dus. Het is de nieuwe bundel van essayist en fysicus Frans Saris, Darwin’s cijferslot. Mensen evolueren zowel biologisch als cultureel, lees ik. Ze planten zich voort en ze scheppen.

Op pagina 91 van het boek stuit ik op het verhaal van Flora Mayo. Die heeft eind jaren twintig van de twintigste eeuw een liefdesrelatie gehad met kunstenaar Alberto Giacometti. Ze studeerde met hem in Parijs aan kunstacademie, schrijft Saris. „Waarschijnlijk was ze even getalenteerd als hij.” Maar ze hebben niet hetzelfde levenslot: student Giacometti wordt groot kunstenaar, studente Mayo verhuist vanwege geldgebrek terug naar Californië en wordt moeder.

Hoe treurig is dat, zou de jeugd zeggen. Zorg! Verantwoordelijkheid! Terwijl die Giacometti toch maar mooi wereldberoemd is geworden. Mijn advies aan jou lijkt al duidelijk richting te krijgen, maar om je nog beter van dienst te kunnen zijn bij de beantwoording van je levensvragen besluit ik de zaak nader te bestuderen.

Bij de kunsthistorici lees ik dat de twee geliefden in 1927 een beeld van elkaar maakten. De kop die Alberto maakte van Flora, Tête de Femme, is in 2001 bij Christie’s voor het dubbele van de vraagprijs verkocht; de kop die zij van hem maakte is vergaan. Een foto is er nog wel: daarop staat het mannenhoofd op een tafeltje tussen de twee jonge mensen in. Maar wanneer het toonaangevende museum MoMA in 2001 een tentoonstelling wijdt aan Giacometti, plaatst het die foto met als onderschrift „Giacometti and Flora Mayo”. En zij heet dan eenvoudigweg „een vijfentwintigjarige Amerikaanse”. Geen woord erover dat zij het beeld heeft gemaakt.

Hier komt het feminisme te pas. Wacht, wat zeg jij hier ook alweer over? „Traditionele vrouwenrol”… „zorg”… „door de liefde van het werk gehouden”… Kunsttijdschrift Hyperallergic schrijft over Flora dat „stark questions of gender” haar verhaal omspelen. Alles zit tegen. Sekse, financiële crisis, alleenstaand moederschap. Plus de vermaledijde biograaf van Giacometti, die over genoemde foto alleen schrijft dat de kunstenares „aantrekkelijk” is, maar „niet mooi”. En dat er „iets weeks” in haar trekken zit. Zo wordt je natuurlijk nooit een gevierd kunstenaar.

Niettemin. Je kunt de zaak ook omdraaien. Nadat vorig jaar een film over Flora Mayo werd vertoond, spraken alle commentaren alleen over haar tragisch gemankeerde kunstenaarschap, niet over het tragisch gemankeerde leven van Alberto Giacometti. Niet over het feit dat zij kinderen had en hij niet. Hier en daar kun je wel lezen dat haar zoon ook zijn zoon was, maar dat is onzin: ze kreeg het kind pas jaren later, in 1935. Giacometti had geen kinderen. Google maar eens ‘Giacometti’ en ‘impotent’; of nee, doe dat maar niet, ik vertel je wel even wat ik weet. De man was een hoerenloper met een hekel aan vrouwen, dat kwam door de mazelen en daaruit voortkomende onmacht en steriliteit.

Beetje indiscreet van de biografen, vind je niet? Die mazelen? Net als dat „niet mooi” zijn van Mayo. De openbaarheid is geen veilige plek, en kunst wordt er gekoppeld aan des kunstenaars lichamelijke verdiensten. Blog World of Art schrijft dat Alberto Giacometti in zijn surrealistische periode troost vond bij Freud. „Eindelijk kon hij zijn complexen wetenschappelijk verklaren en delen met medekunstenaars, die hem in ruil daarvoor aanmoedigden kunst te scheppen.”

Evolutionair gezien is het allemaal lood om oud ijzer, begrijp ik van de darwinisten. Of je nu leeft of werkt – of de twee combineert, zoals de modale mens. Voor het overleven van de soort heeft het allemaal zijn waarde. Maar wat jij nu intussen moet doen, daar in Dinxperlo, of je voor de kunst je man moet verlaten? Op de eeuwigheid maakt het niets uit, kan ik je voorspellen.

Maar jij wilt weten wat je nu moet doen, vandaag, je wilt horen wat ik denk van het bruisende, kolkende leven en van de mysteriën der liefde.

Goed, ik beloof je plechtig nog eens opnieuw de bibliotheek te bezoeken om je daarover zo spoedig mogelijk te kunnen informeren.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.