De Rotterdamse haven wil gaan werken als een app

Technologie De Rotterdamse haven zet, met een schuin oog op Uber en Amazon, meer in op digitalisering. Dat blijkt uit een toelichting op het jaarverslag dat dinsdag verschijnt. Ook het belang van cybersecurity neemt toe.

Foto Jerry Lampen/ANP

De Rotterdamse haven wil sneller digitaliseren. Het Havenbedrijf Rotterdam heeft een nieuwe afdeling opgericht die zich helemaal richt op digitale havendiensten. „Kijkend naar de snelle ontwikkelingen rondom bedrijven als Amazon en Uber zijn we tot de afweging gekomen dat we zelf ook serieuze stappen moesten zetten”, zegt directeur Allard Castelein in een telefonische toelichting bij het jaarverslag dat dinsdag verschijnt.

De nieuwe afdeling, die bestaat uit zo’n 60 ontwikkelaars, werkt bijvoorbeeld aan het digitaal samenbrengen van vraag en aanbod. De haven moet op deze manier steeds meer gaan functioneren als een app waarmee schippers, verladers, loodsen en terminals makkelijker en efficiënter goederen kunnen vervoeren. Zo is recent het platform ‘Navigate’ gelanceerd, daarop kunnen schippers zelf de haven van vertrek invullen en dan zien hoe het systeem diverse opties via Rotterdam biedt.

De overslag van goederen in de Rotterdamse haven brak in 2017 een record en bezorgde het Havenbedrijf een topjaar, bleek in februari uit de jaarcijfers.

Een ander nieuw digitaal platform moet ervoor zorgen dat ladingen tot 20 procent sneller door de haven geraken door wachttijden bij kademuren, bij loodsen en verder in de keten korter te maken.

Het Havenbedrijf spoort bedrijven in de haven aan om vooral veel data te delen zodat het die informatie kan analyseren met zelflerende en voorspellende algoritmes. „Uiteindelijk willen we dit soort systemen misschien ook aan andere havens gaan verkopen”, zegt Castelein.

De haven als app, dat klinkt mooi, maar met digitalisering komen ook grote risico’s. Dat bleek vorig jaar wel, toen een cyberaanval met gijzelsoftware NotPetya een terminal van scheepvaart- en olieconcern Maersk in de Rotterdamse haven dagenlang stillegde. „Dat gevaar nemen wij zeer serieus”, zegt Castelein.

Het Havenbedrijf heeft vorig jaar een samenwerkingsverband opgericht op het gebied van cybersecurity. Ook experimenteert de Rotterdamse haven met blockchaintechnologie die het hackers moeilijker kan maken om in te breken.

Kritische infrastructuur

De NotPetya-hack kostte Maersk uiteindelijk zo’n 300 miljoen euro, maar zorgde volgens Castelein verder niet voor grote problemen in de rest van de Rotterdamse haven; omdat de schepen die bij de getroffen terminal zouden komen, bij andere terminals terechtkonden. „Uiteindelijk zijn er twee of drie schepen naar een andere haven doorgevaren. Dat leverde voor de rest van het havencomplex geen significante kostenpost op.”

Een recent rapport van de Britse inlichtingendienst over NotPetya wees naar de Russische overheid als dader. Baart het feit dat staten zich lijken te richten op het lamleggen van civiele infrastructuur Castelein extra zorgen? „Wij zijn door de overheid aangemerkt als kritische infrastructuur, en dat is maar goed ook,” zegt hij. „We hebben over de diverse digitale dreigingen voldoende contact met de overheid. We werken goed samen maar ik kan daar om duidelijke redenen niet verder op ingaan.” Volgens hem zijn er sinds NotPetya geen grote cyberaanvallen meer geweest in de haven.

Lees ook het vragenstuk over de cyberaanval: Dit lijkt geen gewone gijzelsoftware