Deze mannen kozen voor de zorg: ‘Ik was bijna nooit billen’

De zorg komt veel mensen te kort. Er werken vooral weinig mannen in. Te weinig status? Drie portretten van mannen die toch voor de verpleging kozen.

Mannelijke verpleegkundigen zijn een zeldzaamheid. Amper tien procent van de studenten verpleegkunde is man. Foto Roos Koole / ANP

Mannelijke studenten verpleegkunde blijven een zeldzaamheid. Amper 10 procent van de mbo-4-studenten verpleegkunde en de hbo’ers verpleeg- en verloskunde is man, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek deze maandag. Tien jaar eerder was dat niet anders: mannen zijn nauwelijks geïnteresseerd in de zorg.

Dat is lastig, zeker nu uitkeringsinstantie UWV vandaag waarschuwt dat de sector over vier jaar meer dan 100.000 vacatures heeft. Ruim de helft van de Nederlandse zorginstellingen krijgt nu al vacatures niet vervuld. Bij ziekenhuizen, thuiszorg en geestelijke gezondheidszorg is dat probleem het grootst. Daarvan zegt 80 procent geen personeel te kunnen vinden. Vooral verpleegkundigen op mbo-4 en hbo-niveau zijn lastig te vinden.

Sonja Kersten, directeur van V&VN, met 90.000 leden de grootste beroepsvereniging voor verpleegkundigen en verzorgenden, herkent het probleem. Er moeten dringend ook mannen worden geworven, vindt ze. Belangrijk is daarom dat het vak meer status krijgt. „We moeten af van het beeld dat zorg een aai over de bol en patiënten wassen is.” Volgens Kersten valt daar het meest te winnen. „Zodra mensen écht meemaken wat het vak inhoudt, zie ik een enorm verschil in benadering.”

Tommie Niessen, 26, mbo-4 verpleegkunde, zzp’er in de ouderenzorg en in een hospice

Foto Lisette van Melis

„Mijn moeder werkt in de zorg, maar ik dacht: verzorgen, da’s echt iets voor vrouwen. Nadat ik drie andere opleidingen had geprobeerd, zei mijn moeder weer ‘probeer het nou eens’. Na een week voelde ik me helemaal thuis.

„Ik had van tevoren een beeld van patiënten wassen en aankleden, en daar ben je ook wel mee bezig, maar dat is niet waar het om gaat. Je bent er voor mensen, op een hele pure manier. Je komt bij een kwetsbaar iemand die zorg nodig heeft. Door een gesprekje of humor kan je diegene een beter gevoel geven. Dat staat los van vrouw of man zijn, dat is gewoon menselijk.

„Vorig jaar juni ben ik ook een blog begonnen over mijn ervaringen in de zorg. Dat werd heel goed ontvangen. Na een paar maanden ben ik ook begonnen met filmpjes maken. Er wordt altijd heel panisch gedaan over filmen in de zorg, maar als je het goed overlegt met de patiënt en eventueel met familie kan het prima.

„Als ik video’s zocht over het vak, vond ik alleen maar filmpjes van pratende hulpverleners of zorghandelingen. Ik wil de andere kant laten zien, mijn eigen enthousiasme. Op mijn filmpjes laat ik van alles zien: hoe het is om te gaan slapen na een nachtdienst, maar ook hoe ik met een patiënt in gesprek ga over mijn tatoeages of over God. Ik hoef niemand naar de zorg te lokken of zo, maar ik ben wel een man – dus als mijn blog mannen trekt, is het mooi meegenomen.

„Een moeder vertelde laatst dat haar zoon door mijn filmpjes de knoop doorhakte en verpleegkunde is gaan studeren. Daar doe ik het niet voor, maar het is wel heel bijzonder.”

Patrick Groenewegen, 40, hbo verpleegkunde, adviseur ggz bij V&VN en tot 2012 verpleegkundige in de forensische psychiatrie

Foto Inge van Maaren

„In de psychiatrie is de man-vrouwverhouding redelijk fiftyfifty. Dat heeft een historische achtergrond: vroeger waren mannen de beveiligers. Nog steeds komt er wel wat spierkracht bij kijken; je hebt toch te maken met mensen die soms niet willen worden opgenomen. Maar de-escalatie is eigenlijk veel belangrijker. Daarbij helpt het heel erg als er een goede balans is tussen mannen en vrouwen.

„Verpleegkundige is een verzorgend beroep, en in onze samenleving staat verzorgend gelijk aan vrouwelijk. Daarnaast zijn verpleegkundigen ook dienstbaar: je moet uitvoeren wat de arts zegt. Mannen hebben toch graag de regie. Je moet met gevoel om kunnen gaan, en mannen willen liever scoren. Het is wetenschap van de koude grond, maar ik denk dat het daardoor oogt als een soft beroep.

„Dat je geen doorgroeimogelijkheden hebt, is echt verleden tijd. Je kunt helemaal toewerken naar meer en beter. Je kan bijvoorbeeld verpleegkundig specialist worden, dan draag je ook de hoofdverantwoordelijkheid voor de behandeling. Ook kunnen verpleegkundigen zich ontwikkelen in bestuurlijke functies. Daarvoor zijn speciale leiderschapsprogramma’s. Je kunt ook de wetenschap in, of zelfs de politiek. Marja van Bijsterveldt is iemand die me zo te binnen schiet, zij was minister maar is ook verpleegkundige geweest.”

Jonas Litjens, 32, hbo verpleegkunde, wijkverpleegkundige in Amsterdam Oud-West

Foto Milou Vossebeld

„Het werk is niet heel Instagramwaardig, ik denk dat de jongere generatie het niet cool genoeg vindt. Maar ik was bijna nooit billen! Het werk is veel complexer en veelzijdiger dan mensen denken. Wij kunnen bij de mensen thuis eigenlijk alles doen wat ook in een ziekenhuis gebeurt.

„Je moet natuurlijk wel met heftige emoties kunnen omgaan. Vrouwen kunnen dat toch beter, mannen vinden dat vaak moeilijk – zij zijn wat pragmatischer. Dat vind ik juist een voordeel. Soms is de zorg wat te lief. Mannen zijn wat meer recht voor z’n raap, veel patiënten vinden dat juist fijn, merk ik.

„Er zijn steeds negatieve geluiden over werken in de zorg, dat helpt ook niet mee. Als je keer op keer hoort dat er een tekort is en dat niemand in de zorg wil werken, wordt een beroep niet echt aantrekkelijker.”