Waarom de spitsen in de eredivisie zo weinig scoren

Voetbal De centrumspitsen in de eredivisie scoren niet veel dit jaar. Wat is de reden? „Spitsen zijn meer dienend aan de buitenspelers geworden.”

Klaas-Jan Huntelaar (Ajax) staat dit seizoen op tien eredivisiegoals. Foto ANP Pro Shots

Tien wedstrijden op een rij scoorde hij niet – ruim 850 minuten. „Natuurlijk was ik gefrustreerder dan normaal. Dat is soms ook het leven”, zegt Nicolai Jørgensen, de Deense spits van Feyenoord. Hij sprak erover met ploeggenoot Robin van Persie, met spitsentrainer Roy Makaay, met oud-teamgenoot Dirk Kuijt. Samen goed voor meer dan negenhonderd goals – en voormalig topscorers van de Premier League, de Primera División en de eredivisie.

Hij sprak met hen over waar hij precies moet zijn in het strafschopgebied om vaker in scoringspositie te komen. Van Persie liet hem statistieken zien die toonden vanuit welke positie de meeste goals worden gemaakt. Jørgensen, vorig seizoen eredivisietopscorer met 21 doelpunten: „Dan begin je ook te denken: misschien ben ik te vaak op de verkeerde plek.”

Nicolai Jørgensen (Feyenoord) staat op acht eredivisiegoals.

Foto ANP Pro Shots

De centrumspitsen in de eredivisie hebben een karig, ondermaats seizoen. Na 27 speelronden wordt de topscorerslijst met dertien goals aangevoerd door Willem II-spits Fran Sol en PSV-aanvaller Hirving Lozano. Als het scoren op dit tempo doorgaat, wordt de grens van twintig goals dit seizoen niet gehaald. Dat gebeurde voor het laatst in 1989, PSV-spits Romário bleef toen op negentien steken.

Het is van alles een beetje, zoekend naar verklaringen: deels toeval, deels gebrek aan kwaliteit, deels het spel dat verandert. Om daarmee te beginnen: de klassieke spits – de afmaker, de goaltjesdief – is aan het uitsterven. Het aanvalsspel wordt dynamischer en gevarieerder, waarbij meer wordt gevraagd van een spits.

„De spitspositie is gecompliceerder geworden”, zegt Arnold Bruggink, oud-aanvaller en nu analist bij Fox Sports. Spitsen zijn meer dienend aan de buitenspelers geworden, zegt hij. Buitenspelers komen vaak naar binnen, mede doordat er bij verschillende teams een rechtsbenige speler op links staat (zie Justin Kluivert bij Ajax) en een linksbenige speler op rechts (zoals Steven Berghuis bij Feyenoord).

De ruimte om de spits wordt kleiner, zegt trainer Foppe de Haan. Naast vleugelspelers die naar binnen snijden, komen backs op over de zijkant en lopen middenvelders in – waardoor het soms dringen is in de trechter richting vijandelijk doel. Dat vergt veel van een moderne spits: duels winnen, combineren in de drukte, wegdraaien, ruimte creëren, en ja – scoren.

Buitenspelers manifesteren zich

De rol van de spits verandert. Jørgensen: „Je moet altijd bewegen en kansen creëren voor je teamgenoten, een paar jaar geleden was het voor een spits belangrijker om gewoon goals te maken.” Bruggink: „Je moet nu heel erg multifunctioneel zijn als spits. Je moet alles kunnen.”

In dat veranderende speelveld manifesteren de buitenspelers zich; Lozano bij PSV, Steven Berghuis bij Feyenoord, Alireza Jahanbakhsh bij AZ, David Neres bij Ajax, Zakaria Labyad bij FC Utrecht. Ze zitten allemaal in de dubbele cijfers qua doelpunten. Tekenend: bij de huidige topvijfclubs in de eredivisie zijn de vleugelspelers gelijkwaardig aan of productiever dan de centrumspits in hun ploeg.

Dat de Ajax-spitsen Kasper Dolberg (vijf goals) en Klaas-Jan Huntelaar (tien) weinig scoren komt omdat ze onvoldoende worden gevoed vanaf de zijkanten, zei oud-Ajax-coach Martin Jol vorige week in Voetbal International. „Vroeger hoefde een spits van Ajax alleen maar naar de eerste paal te lopen en hij kreeg ze op een presenteerblaadje. Dat is niet meer.”

Lees ook: het interview met Klaas-Jan Huntelaar: ‘Qua leeftijd houdt het wel een keer op’

Tegenwoordig spelen ploegen ook met drie centrale verdedigers waardoor het voor een spits lastiger wordt om zich te onderscheiden, zegt Art Langeler, bondscoach van Jong Oranje. „Ook dan komt het gevaar vaker van de zijkant.”

Kleine, bewegelijke spitsen

De doeltreffendheid van de buitenspelers zit mede in het benutten van de lage voorzet die vanaf de achterlijn wordt gegeven richting de penaltystip, zegt Bruggink. „Daar is de spits niet altijd. Dat is vaker een plek voor een buitenspeler, als hij naar binnen komt. Of een middenvelder die daar komt. De spits moet dan vaak een beetje ruimte maken. Dat is een trend die je ziet.” Met name AZ en Ajax zijn hier bedreven in – en Feyenoord vorig seizoen.

Ploegen kiezen vaker voor kleine, bewegelijke spitsen, zegt Langeler. Bij Jong Oranje is zijn vaste diepe spits bijvoorbeeld de wendbare Steven Bergwijn, die bij PSV doorgaans vanaf links speelt. Langeler: „In de manier waarop ik speel met Jong Oranje hebben wij meer behoefte aan een jongen die meer ‘uit’ de spits kan komen. Steven is daar uitermate geschikt voor. Aan de bal is hij goed, maar hij is ook heel snel zonder bal, daardoor kan je veel meer variëren in het aanvalsspel.”

Wout Weghorst (AZ) staat op twaalf eredivisiegoals.

Foto ANP Pro Shots

Alleen in de eredivisie en de Belgische eerste klasse zitten de topscorers nu onder de twintig goals – in de grote Europese competities zitten ze erboven. De Haan: „Misschien maken wij ook wel de fout in onze ideeën over voetbal dat we vinden dat de spits alles moet kunnen. Misschien moet hij maar heel weinig kunnen.”

Hij refereert aan de Duitse oud-topspits Gerd Müller. „Die stond met zijn kont naar de goal, draaide zich om en schoot op de goal. Ik heb wel eens over hem gelezen dat hij in een groepstraining bijna niet meedeed, hij was alleen maar bezig met wat hij goed kon. Dat is ook overdreven, maar ergens daar tussenin zit het wel.”

Mooi voorbeeld vindt hij Bas Dost, veelscorende spits van Sporting Lissabon. „Hij moet gewoon scoren. Daar is hij voor aangenomen. Het spel is erop gericht dat hij in het zestienmetergebied de bal krijgt. Voor de rest moet hij wegblijven.”

Niet één centrumspits van de traditionele topdrie staat bij de eerste zeven doelpuntenmakers in de topscorerslijst. Ieder heeft zijn verhaal. Lees: de factor toeval en kwaliteit. Dolberg zocht lang naar vorm en goals en is nu geblesseerd. Huntelaar, net terug van een blessure, mist veel kansen, zondag nog drie grote tegen Heerenveen. PSV-spits Luuk de Jong is herstellende na een mysterieus jaar met missers maar scoort niet bovenmatig.

Luuk de Jong (PSV) staat op tien eredivisiegoals.

ANP Pro Shots

En dus Jørgensen, spits van de titelverdediger. Wekenlang geblesseerd in het najaar, kwam prima terug, begon te scoren, was er kort uit wegens familieomstandigheden, kreeg rood in de Klassieker, gevolgd door een afgeketste transfer naar Newcastle United en tien duels zonder treffer.

Het valt ook niet mee om dit seizoen spits te zijn van Feyenoord – dat voorspelbaar en statisch speelt. Jørgensen ging rondzwerven, kwam de bal halen op eigen helft, dook op aan de zijkanten. Grillen van een spits die de weg kwijt leek. Bruggink: „Dat deed hij uit goede wil, om het elftal te helpen. Maar eigenlijk zou je juist als spits, op het moment dat het niet loopt, even wat minder moeten doen.”

Zondag tegen AZ brak hij de ban (2-1 zege). Zijn achtste eredivisiegoal. Jørgensen: „I was like: fucking hell, dat is een lange tijd geleden. Ik wist niet meer hoe het voelde. Deze was erg belangrijk.” Hij richt zich nu primair op goals. „This is now my only job. Ik denk niet aan de rest van het spel, ook als ik shit speel, maakt mij niet uit. Zolang ik maar scoor.”

Lees ook: Lees hier het interview met Nicolai Jørgensen van vorig jaar: ‘Ik deed dingen waar ik later droevig van werd’
    • Steven Verseput