Lokaal ga je soms heel anders denken

Plaatselijk program

Landelijk en lokaal belang kunnen verschillen. Opvattingen binnen dezelfde partij dus ook. „Een ingewikkeld verhaal.”

D66-leider Alexander Pechtold onlangs op campagne in Rotterdam. Foto Jasper Juinen / ANP.

Het was schrikken, voor de PvdA Lelystad. Altijd was de landelijke PvdA voorstander van snelle opening van de uitbreiding van het lokale vliegveld. De eigen staatssecretaris Sharon Dijksma had zich ingespannen voor opening in 2018, en die met tegenzin uitgesteld naar 2019.

Maar begin december pleitte PvdA-Kamerlid Gijs van Dijk opeens voor langer uitstel, ten minste tot 2020. Terwijl de PvdA in Lelystad nog altijd groot voorstander is van een eerdere opening.

„Ik snap wel dat de landelijke partij probeert een afweging van alle belangen te maken”, zegt Nelly den Os, die de lijst van PvdA Lelystad aanvoert. „Maar wij vinden dat dan wel naar álle belangen gekeken moet worden, ook die van Lelystad en Amsterdam. Dat de afspraken niet worden nagekomen, tast de geloofwaardigheid van de overheid aan.”

Lees ook: De vraag is nu: heeft het vliegveld nog wel zin?

Meestal sluit het programma van een lokale afdeling wel aan bij dat van de landelijke moederpartij. Landelijke partijen publiceren bijvoorbeeld een ‘handreiking voor gemeentelijke verkiezingsprogramma’s’ of een ‘basisverkiezingsprogramma’, waarin ze afdelingen helpen bij het opstellen van een eigen program. Op partijcongressen wordt over thema’s gestemd en ook onderling doen lokale afdelingen inspiratie op. Sommige partijen houden het strakker in de hand, zoals deze verkiezingen bijvoorbeeld de PVV, waar alle afdelingen een islamparagraaf in hun programma moesten opnemen.

Bij andere partijen gaan lokale afdelingen soms meer hun eigen gang. „We zijn één partij, en we zijn het vaak met elkaar eens”, zegt Den Os. „Maar we hebben wel allemaal een verschillend belang.”

Water bij de wijn

Makkelijk is het niet, als het lokale standpunt op een gezichtsbepalend thema afwijkt van dat van de moederpartij. Uit kiezersonderzoek blijkt steevast dat kiezers zich bij gemeenteraadsverkiezingen deels of volledig laat leiden door hun landelijke voorkeur. Dat dit lastig kan zijn tijdens het flyeren, weet D66 Lelystad. Die partij pleit al jaren voor invoering van een raadgevend referendum in de gemeente, terwijl D66-minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) dat landelijk juist wil afschaffen. Niet zo handig, geeft Sanne de Wilde, lijsttrekker in Lelystad, toe. „Ik begrijp de uitleg van onze partij wel: dat we blijven strijden voor een écht referendum en dat deze vorm voor onduidelijkheid zorgt. Maar op straat is dat een heel ingewikkeld verhaal.”

Liever had De Wilde gehad dat zijn partij had toegegeven ongelukkig te zijn met deze afschaffing. „Dat was makkelijker uit te leggen.” Niettemin benadrukt hij: als het aan D66 ligt, heeft Lelystad binnenkort wél een raadgevend referendum.

Ook D66 in Utrecht krijgt vragen over het referendum, vertelt lijsttrekker Klaas Verschuure. De landelijke partij heeft hen bovendien met nog een lastige beslissing opgezadeld: de steun in het regeerakkoord voor de verbreding van de A27.

Lokaal strijdt D66 al jaren tegen uitbreiding van die snelweg, en in het huidige verkiezingsprogramma pleit de Utrechtse afdeling daar nog altijd voor. Heel vervelend, erkent Verschuure, hoewel hij benadrukt dat het besluit voor de verbreding al door het vorige kabinet was genomen en je in de regering nu eenmaal „soms water bij de wijn moet doen.”

CDA voor regulering wiet

Een compromis kan een lokale afdeling juist ook helpen. Zo was de landelijke fractie van het CDA tot voor kort een van de felste tegenstanders van de regulering van cannabis. CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg sprak zelfs van een „sluipmoordenaar”, die je niet moet „reguleren maar bestrijden”.

Maar in Terneuzen is het CDA al geruime tijd juist wél voorstander van soepeler wietwetgeving. Al in 2012 probeerde de lokale fractie onder leiding van toenmalig voorzitter Henk Siersema via de gemeenteraad de ‘achterdeur’ van de coffeeshop in Terneuzen te reguleren. Als oud-politieagent had hij gezien hoe criminelen van het beleid profiteerden. Ook binnen het CDA droeg Siersema dat uit: op landelijke congressen probeerde hij het landelijke standpunt te veranderen.

Inmiddels heeft het CDA in het regeerakkoord ingestemd met een experiment met regulering in zes tot tien gemeenten. Schoorvoetend weliswaar – Van Toorenburg benadrukte dat als zij het voor het zeggen had, de proef niet zou doorgaan. De meeste lokale CDA’ers houden het experiment liever buiten hun gemeente.

Zo niet in Terneuzen. Jack Begeijn, de nieuwe lijsttrekker van het CDA Terneuzen, is niet zo’n fel pleitbezorger als zijn voorganger. Wel zegt hij „een stuk coulanter” te zijn dan zijn partijleider Sybrand Buma, die vorig jaar nog zei alle coffeeshops te willen sluiten. Als de resultaten positief zijn, wil Begeijn het beleid in Terneuzen definitief aanpassen.

Lees ook: Gereguleerde wietteelt is test voor aanstaand kabinet

Pittige discussie

Ook de VVD in Zwijndrecht wil graag meedoen met een wietexperiment. De afdeling pleit al jaren voor een ander drugsbeleid, terwijl de landelijke VVD tot voor kort niets zag in regulering. „Wij zijn wel vaker wat liberaler dan de landelijke partij”, zegt lijsttrekker Robert Kreukniet, tevens wethouder. „Wij hebben hier al heel lang een coffeeshop die ‘aan de voorkant’ gereguleerd is. Dat is een stichting en daarover zijn we heel tevreden.”

Kreukniet herinnert zich een bezoek aan Zwijndrecht van partijgenoot Ivo Opstelten, toen nog minister van Veiligheid en Justitie en uitgesproken tegenstander van gereguleerde wietteelt. „Dat leverde pittige discussies op”, vertelt Kreukniet. Opstelten wist hij niet te overtuigen, maar dat zijn partij het experiment inmiddels steunt, vindt Kreukniet „heel erg fijn”.

Nog een punt waarop de Zwijndrechtse VVD in haar programma een eigen koers vaart: een opvallend enthousiaste duurzaamheidsparagraaf, waarin wordt gepleit „in te zetten op het versnellen van de energietransitie”. Maar om Zwijndrecht nu vol met windmolens te zetten? Kreukniet: „Hier zien we daarvoor niet echt een geschikte plek. Maar windmolens op zee juichen wij als VVD Zwijndrecht van harte toe.”

Op de fiets

Ook bij oppositiepartij SP is niet elke lokale afdeling gelukkig met het landelijke standpunt. In Arnhem is de SP bijvoorbeeld groot voorstander van de milieuzone – een zone waar vervuilende auto’s niet mogen rijden. De Tweede Kamerfractie van de partij stemde in 2015 echter in met een motie waardoor gemeenten géén milieuzones meer zouden mogen invoeren. Volgens de landelijke SP zouden vooral autobezitters met een kleine beurs erdoor worden getroffen, omdat zij het geld niet hebben om een nieuwe, schonere auto aan te schaffen.

Gerrie Elfrink, lijsttrekker van de Arnhemse SP, veegt dat standpunt van tafel. „Mensen die het niet zo breed hebben, zitten op de fiets. En in de vuile lucht.”

De milieumaatregelen van de landelijke SP, zoals minder rijbanen en parkeerplaatsen buiten de stad, zijn volgens Elfrink ontoereikend. „Dat hebben we allemaal al, maar dat helpt niet genoeg. De milieuzones zou ik ook graag landelijk regelen, of het liefst zelfs Europees. Maar er gebeurt niks in de Tweede Kamer, en dus moeten wij zelf iets doen.”

    • Wouter van Loon
    • Clara van de Wiel