Levert promotie naar de AEX iets op?

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze keer: nieuw in de AEX.

Foto Evert Elzinga/ANP

Van de topklasse naar de eredivisie, in minder dan twee jaar tijd. Het is een opmars die in het voetbal ondenkbaar is, hoe goed een club het ook doet. Op de aandelenmarkten is dat anders. Na hun beursgang in het voorjaar van 2016 zweefden verzekeraar ASR en lichtbedrijf Philips Lighting eerst een tijdje tussen de indexloze fondsen, om vervolgens een plekje te krijgen in de Midkap. Aan het einde van deze week maken beide bedrijven hun debuut in hoofdgraadmeter AEX.

Lighting en ASR nemen de plaats in van baggeraar Boskalis en maritiem dienstverlener SBM Offshore, die terugzakken naar de middelgrote beursfondsen. Ook in andere Amsterdamse aandelenindices vinden verschuivingen plaats: maaltijdbezorger Takeaway.com promoveert bijvoorbeeld naar de Midkap, terwijl bouwbedrijf VolkerWessels afdaalt tot de kleinste aandelenindex op het Beursplein.

Voor het aanzien van je bedrijf is zo’n plekje in de AEX natuurlijk prettig. Wie bij ‘de grote jongens’ hoort, krijgt in de regel meer aandacht van analisten en journalisten. Maar levert toetreding tot de Amsterdamse hoofdgraadmeter een bedrijf ook financieel iets op? Krijgt je aandeel door promotie naar een grotere index een zetje van beleggers?

Passieve beleggers moéten kopen

In theorie is het antwoord op beide vragen ‘ja’. Grote indices worden meestal ook gevolgd door passieve beleggers, die hun geld niet in losse aandelen steken, maar een compleet mandje met aandelen kopen, ook wel ‘indexfonds’ genoemd. Wanneer vrijdag de samenstelling van de AEX verandert, moeten zij allemaal hun mandje op orde brengen. Boskalis gaat dan in de verkoop en de vraag naar het aandeel ASR neemt toe.

Analisten hadden al verwacht dat ASR een goed jaar zou hebben, maar zó goed, dat kwam een beetje als verrassing.

Die gedachte lijkt ook in de praktijk op te gaan. In verschillende onderzoeken werd duidelijk dat promotie naar een grotere index doorgaans een positief effect heeft op de waarde van een aandeel. Wel is het zo dat die winst al wordt behaald in de dagen vóórdat een aandeel opschuift. Een verklaring daarvoor is dat actieve beleggers inspelen op aanstaande herschikking en proberen te verdienen aan de plotselinge vraag van passieve collega’s.

Beleggersvereniging VEB keek enkele jaren geleden eens specifiek naar alle bedrijven die in een periode van twintig jaar toetraden tot de AEX. De vereniging zette de prestaties van die fondsen af tegen die van de AEX als geheel. In de maand voor promotie deden toetreders het gemiddeld 3,5 procentpunt beter dan de index.

‘Effect is marginaal’

Toch loont het volgens Jos Versteeg, analist van InsingerGilissen, voor beleggers nauwelijks om in te spelen op de herschikking van de AEX. Volgens hem wordt de index maar in beperkte mate door passieve beleggers gevolgd. „Grote beleggers kijken daar totaal niet naar. Vooral particulieren doen dat.”

Promotie naar de AEX leidt daarom niet opeens tot een enorme vraag en dus een grote koersstijging, stelt Versteeg. „In de dagen ervoor zie je vaak wel een klein hobbeltje, dus in principe zou je erop in kunnen spelen. Maar het effect is echt marginaal.” Anders is dat volgens hem bij veelgevolgde indices, zoals die van de gerenommeerde indexbouwer MSCI.

Bovendien is die koerswinst vaak maar van korte duur, ontdekte de VEB. In het jaar na opname in de AEX deden promovendi het gemiddeld juist aanmerkelijk minder dan de index. Volgens VEB-econoom Jasper Jansen, die het onderzoek deed, komt dat door de manier waarop de index wordt samengesteld: aan de hand van de beurswaarde. Daardoor zijn het vaak de aandelen die een flinke opmars achter de rug hebben die een plek krijgen.

Na zo’n goede periode volgt echter dikwijls een mindere tijd, waarin een bedrijf terugzakt naar een „langetermijngemiddelde”, stelt Jansen. De bedrijven die promoveren zijn volgens hem dan ook vaak de „winnaars van gisteren”.