Hoe onveilig is het voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam?

Joodse gemeenschap Amsterdam Amsterdamse partijen sloten vorige week een ‘Joods akkoord’. Aanleiding was de belaging van een koosjer restaurant.

Joodse winkel Mouwes in Amsterdam Buitenveldert, met eigenaar Michiel Cornelissen. Foto Olivier Middendorp

Op zijn telefoon speelt Daniël Baron een filmpje af. Te zien is het trottoir van de Amstelveenseweg, gefilmd door een bewakingscamera om twee uur ’s nachts. Na enkele seconden komt een jongeman de hoek omgelopen. Hij haalt een steen uit zijn zak en gooit die tegen de rechterkant van het beeld aan: daar zit de ruit van koosjer restaurant HaCarmel, waar de vader van Daniël Baron de baas is. Dan loopt hij weer terug de hoek om.

„Dit is niet iemand die langsloopt en denkt: hé, een Joods restaurant, laat ik eens een steen door de ruit gooien”, zegt Daniël Baron. „Dit is iemand die welbewust denkt: laat ik om twee uur ’s nachts naar de Amstelveensweg gaan, want daar zit dat Joodse restaurant waar ik mijn steen naar binnen wil gooien.”

De vraag was: hoe onveilig is het voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam? Een overgrote meerderheid van de politieke partijen in de huidige gemeenteraad, en Forum voor Democratie, dat grote kans maakt na de verkiezingen van 21 maart in de raad te komen, tekenden afgelopen week een ‘Joods akkoord’. Daarbij verbinden de partijen zich voor de komende vier jaar aan een reeks voornemens. Zo beloven de partijen docenten te helpen die op hun school problemen hebben met het onderwijzen over de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen een tiende van de Amsterdamse bevolking werd afgevoerd en vermoord.

Een miljoen euro per jaar

Veiligheid was de aanleiding voor het akkoord, nadat restaurant HaCarmel drie keer in korte tijd werd belaagd, onder meer door een man die de ruit insloeg en de Israëlische vlag uit het restaurant roofde. De politieke partijen beloven hun verantwoordelijkheid te nemen voor de beveiliging van de Joodse Amsterdammers, instellingen en ondernemingen. Tijdens een debat na van de ondertekening van het akkoord werd vertegenwoordigers van acht politieke partijen gevraagd of zij bereid zijn een miljoen euro per jaar uit te geven voor de beveiliging van de Joodse gemeenschap. Het antwoord van alle acht: ja.

Na de aanslag op het Joods Museum in Brussel in mei 2014 (vier doden) heeft de Nederlandse politiek erkend dat sprake is van een specifieke dreiging ten aanzien van de Joodse gemeenschap, zegt David Brilleslijper, voorzitter van het bestuur van de Nederlands-Israëlietische HoofdSynagoge en een van de ijveraars voor het Joods Akkoord. „Het klinkt cynisch, maar als Joodse gemeenschap zijn we al decennia aan beveiliging gewend. We betaalden dat goeddeels zelf – en dan is het maar een kleine gemeenschap waar het op terechtkomt.”

Zaterdag bracht het Centrum Informatie en Documentatie Israël de bevindingen van zijn jaarlijkse onderzoek naar antisemitische incidenten naar buiten. In 2017 telde men er 113, iets meer dan een jaar eerder, waaronder 57 fysieke, soms gewelddadige confrontaties, en 24 uitingen van antisemitisme op het internet.

In de Kastelenstraat, in de Amsterdamse wijk Buitenveldert, zitten relatief veel Joodse winkels en horeca. Daniël Baron bestiert er een koosjer restaurant. Hij heeft zich voorgenomen positief te zijn over het akkoord, hoewel hij zich afvraagt: gaat het iets helpen? „Er is ook een ‘roze akkoord’, maar gay vrienden van mij worden nog altijd lastiggevallen op straat.”

Het zit hem vooral dwars dat er een apart akkoord moet worden gesloten voor Joden. „Je wilt gewoon met iedereen samen omgaan.” Hij roept zijn kok uit de keuken, Habib, in zijn eigen woorden „een Marokkaan uit Brabant”. Hij wordt misschien wel vaker nagekeken op straat dan Daniël Baron die „niet herkenbaar Joods” is. Habib draagt een volle baard, omdat hij van scheren huiduitslag krijgt. „Mensen vragen of ik een radicale moslim ben.”

Al jaren werd tegen de ruit bij zijn vaders restaurant gespuugd, zegt Daniël Baron. En sinds de Barons in het nieuws zijn, wordt ook Daniëls restaurant vaak gebeld door mensen die beginnen te schelden. „In deze buurt gebeurt niks”, zegt Baron over Buitenveldert. „Als een jongen hier een steen door mijn ruit gooit, is hij niet een-twee-drie de buurt uit.” Maar in de rest van de stad is het anders, zegt hij. Er loopt een jongen voorbij met een keppeltje op, een witte bloes over zijn blauwe broek, een talles over zijn schouders, het gebedskleed. „Die jongen kan zo niet in Amsterdam-West lopen zonder van alles naar zijn hoofd te krijgen.”

Explosiewerend folie

Toch zijn ook in de Kastelenstraat winkeliers bezig met beveiliging. Michiel Cornelissen van Mouwes Delicatessen staat op het punt een aanvraag in te dienen voor verschillende veiligheidsmaatregelen. Stadsdeel Zuid heeft al eerder 125.000 euro ter beschikking gesteld voor de Joodse gemeenschap. Cornelissen wil niet te specifiek ingaan op wat hij aanvraagt, maar noemt wel explosiewerend folie voor de etalageruiten. „Kogelwerend glas kan hier bouwkundig niet in.”

De dodelijke terreuraanslagen in Brussel en Parijs hebben volgens Cornelissen vooral indruk gemaakt op Joodse Amsterdammers die de oorlog hebben meegemaakt, of hun nakomelingen. „Als mijn vrouw ’s ochtends de winkel opent, loopt ze meteen door naar achteren om de achterdeur van het slot te draaien. Zodat ze een vluchtweg heeft.” De voorzorgsmaatregelen houden geen terrorist tegen, zegt Cornelissen. „Maar stoere jongetjes uit de Marokkaanse gemeenschap wel.”