Fors hogere straf voor dood Groningse Jesse van Wieren

In eerste aanleg werd Rhowan P. veroordeeld tot een celstraf van 8 jaar met tbs. Maandag verhoogde het hof die straf tot twaalf jaar.

Het huis in Kloosterburen waar het lichaam van Jesse van Wieren werd gevonden. Foto Persbureau Meter/ANP

Het gerechtshof in Leeuwarden heeft maandag een fors hogere straf opgelegd aan Rhowan P. uit het Groningse Kloosterburen. P. kreeg twaalf jaar cel en tbs voor de dood van Jesse van Wieren, een 28-jarige man uit een naburig dorp. In eerste aanleg veroordeelde de rechtbank P. nog tot 8 jaar en tbs.

Volgens het hof is aangetoond dat P. (28) samen met zijn vriendin Desiree G. het slachtoffer om het leven heeft gebracht. G. kreeg in eerste aanleg eveneens 8 jaar cel en tbs, maar ging - anders dan P - niet tegen die straf in beroep. Tegen P. eiste het Openbaar Ministerie in hoger beroep 10 jaar cel en tbs.

Dat het hof flink over de strafeis van het OM heen gaat, is volgens de raadsheren omdat P. op “meedogenloze wijze” is omgegaan met Van Wieren. Hij heeft het slachtoffer 23 keer gestoken, volgens het vonnis een teken van “fors en ongeremd geweld”. G. gaf P. het moordwapen aan en sloeg Van Wieren met een stofzuigerbuis op zijn hoofd.

Jesse van Wieren verdween tijdens de jaarwisseling van 2015 op 2016, na een bezoek aan een café in Kloosterburen. Hij vertrok richting huis, maar kwam daar niet aan. Bijna een week later werd in een tuin van een woning in datzelfde dorp een lichaam gevonden. De woning bleek van P. te zijn. Forensisch onderzoek toonde aan dat het ging om het overschot van Van Wieren.

‘Nauwe en bewuste samenwerking’

De aanleiding van de moord was volgens P. een ruzie over drugs. Hij was stomdronken, en kon daardoor naar eigen zeggen Van Wieren niet aan. “Ik moest mij verdedigen in mijn eigen huis tegen een wildvreemde”, zei P. tijdens de behandeling van het hoger beroep. “Hij stond strak van de harddrugs. Het was gewoon een junk. Ik kon niet anders.”

Een ongeloofwaardig verweer, oordeelt het hof. Het oordeelt dat er sprake was van een “nauwe en bewuste samenwerking” tussen G. en P., die achteraf hun huis schoonmaakten om alle sporen uit te wissen. Voor een vooropgezet plan vond het hof geen bewijs. P. is daarom veroordeeld voor doodslag.

Het hof neemt P. ook kwalijk dat hij erbij blijft dat hij uit noodweer handelde en dus “in zijn recht stond”. “De verdachte is buitensporig gewelddadig geweest. Het recidiverisico is hoog”, aldus het vonnis.