De landelijke partijvoorzitters Ruth Peetoom (CDA), Nelleke Vedelaar (PvdA), Marjolein Meijer (GroenLinks) en Christianne van der Wal (VVD).

Foto David van Dam

‘Er zijn andere zorgen dan identiteit’

Partijvoorzitters Vier partijvoorzitters praten op verzoek van NRC met elkaar over de raadsverkiezingen. Een gesprek over terugloop van leden, lokale autonomie en integriteit. „Kiezers hebben genoeg van zetelroof.”

Af en toe mopperen ze op elkaars partij, wordt de discussie fel of maakt iemand een vileine opmerking. Bijvoorbeeld wanneer Marjolein Meijer (GroenLinks) zegt dat zetelroof bij haar partij „echt heel weinig” voorkomt. Geraffineerd vraagt Ruth Peetoom (CDA) haar dan: „Zeg, Marjolein, hoeveel gemeenteraadsleden hebben jullie eigenlijk?” Om even te benadrukken dat haar partij er 4,5 keer zoveel heeft.

Of als Christianne van der Wal (VVD) quasi-spontaan een partijslogan in het gesprek gooit: „Ik zeg altijd tegen onze mensen: doe normaal, word niet opeens een politicus.” Dan schiet Nelleke Vedelaar (PvdA) onbedaarlijk in de lach.

Maar verder heerst er grote saamhorigheid als de voorzitters van vier landelijke partijen met elkaar praten over de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen en de stand van de democratie. Zo hard als hun partijleiders – Mark Rutte, Sybrand van Haersma Buma, Lodewijk Asscher en Jesse Klaver – de onderlinge verschillen aanzetten, zo groot zijn de overeenkomsten tussen de bestuurders van de partijverenigingen en waar zij mee worstelen.

Zelfs in campagnetijd zorgt dat voor totaal andere omgangsvormen. De voorzitters laten elkaar uitpraten, ze vallen elkaar bij en benoemen inhoudelijke verschillen zonder beschuldigingen. En er wordt vooral veel gelachen.

Nelleke Vedelaar heeft met de drie anderen regelmatig contact. Van der Wal kent ze nog „uit de regio”. De PvdA’er was wethouder in Zwolle, de VVD’er is dat nog in Harderwijk. Vedelaar benaderde Ruth Peetoom voor advies toen ze zich kandideerde „om van een ervaren voorzitter te weten wat het betekent, hoe dat gaat”. En Meijer „stuurt me wel eens een lief appje als het even tegenzit”, vertelt Vedelaar.

Links versus rechts

Alsof het is afgesproken gaan rechts en links, aan het Binnenhof tevens coalitie en de oppositie, tegenover elkaar zitten aan tafel. Aanleiding om hen uit te nodigen was een onderzoek van NRC waaruit bleek dat partijen toenemend moeite hebben voldoende geschikte kandidaten te vinden voor de gemeenteraden. Sommige mensen zouden al verkiesbaar zijn na twee keer op een partijborrel te zijn verschenen. Dat kan partijen extra kwetsbaar kan maken voor problemen met integriteit of ondermijning. Tegelijkertijd lukt het matig om jonge mensen te interesseren. Het combineren van werk, gezin en raadswerk wordt te zwaar gevonden.

De voorzitters protesteren hevig. Het zijn reële zorgen, zeggen ze, maar niet voor hún partij. Het komt vast voor dat iemand snel kandidaat wordt, maar dat zijn dan geen onbekenden. Van der Wal: „Als iemand actief is in een dorp, al jaren bij de voetbalclub betrokken is geweest en dán twee keer op een borrel komt… Volgens mij valt het reuze mee. Ik zie verjonging en veel talent.”

Peetoom en Meijer echoën dat optimisme, Vedelaar relativeert. „Hier in Den Haag hebben we een opmerkelijk jonge en diverse lijst, maar daarbuiten… We zijn meer en meer een linkse, actiegerichte partij. Dáárvoor zijn jongeren te mobiliseren, niet voor allerlei debat- en netwerkclubjes.”

Zoals vaker in een jaar met landelijke verkiezingen steeg het aantal leden van politieke partijen in 2017 licht. Maar de trend blijft dalend. Dat is voor de voorzitters problematisch omdat hun subsidie en de pool van kandidaten daarmee krimpt.

Peetoom: „Politieke participatie is een gezamenlijke zorg. Mensen worden gewoon niet meer zo snel lid van iets.”

Meijer: „Tenzij ze er direct iets voor terugkrijgen.”

Peetoom: „Zoals bij de ANWB.”

Meijer stelt vast: „Wij lopen tegen dezelfde dingen aan: hoe betrek je leden, hoe bereik je zo veel mogelijk mensen?”

Peetoom: „Daarvoor kunnen we strategieën met elkaar delen en van elkaar leren. Maar we zijn ook concurrenten.”

Van der Wal: „2,5 procent van de Nederlanders is lid van een politieke partij, dus ik denk niet dat je van concurrentie kan spreken. De vijver is nog zo groot.”

Peetoom: „2,7 hè, sinds Thierry Baudet.”

Van der Wal. „Nou, going up, hoor.” Hilariteit alom.

Politieke partijen hebben van alles te bieden, zeggen ze. Een netwerk. Je kunt invloed uitoefenen op kandidatenlijsten en verkiezingsprogramma’s. Er zijn interne trainingen en scholing. De aantrekkingskracht daarvan is niet zo groot als ze zouden willen, maar de vier zeggen ook dat de betrokkenheid van burgers groter is dan uit ledentallen blijkt.

Vedelaar: „Een groeiende groep wil zich verbinden op bepaalde vraagstukken, zoals woningbouw. Of ze willen iets aan de kaak stellen: schimmelhuizen bijvoorbeeld. Ze zijn bereid actie te voeren, ook zonder lid te worden.”

Peetoom: „Mensen willen zich laten gelden. Ze hoeven geen lid te zijn, maar willen wel verantwoordelijkheid nemen. Democratie vraagt er ook om dat we andere vormen van betrokkenheid dan partijlidmaatschap honoreren. Maar ik begrijp dat het de enige objectieve maatstaf is.”

Meijer: „Wij stijgen de afgelopen twee jaar in ledental, maar traditioneel zitten we daar niet sterk in. Wij doen een kantinetour, we gaan in gesprek met niet-leden, ook om de partij te voeden.”

Van der Wal: „Wij hebben heel erg ingezet op naar buiten treden en canvassen. We zijn een netwerkpartij geworden, een beweging.”

Schreeuwers langs de zijlijn

Een vast dilemma bij lokale verkiezingen is: hoe groot maak je als partij de landelijke bemoeienis? Dat kan zowel de coördinatie van plaatselijke verkiezingsprogramma’s en -posters betreffen als een overheersende aanwezigheid van Haagse leiders en landelijke thema’s.

Vedelaar: „Het gaat toch heel erg om lokale vraagstukken en daar sluiten we landelijk bij aan.” Meijer: „Dat deel ik niet: wij zijn een partij met één verhaal en dat landelijk kader wordt lokaal ingevuld.” Peetoom: „Dat is bij ons echt anders. Er is een grote autonomie van onderop.” Van der Wal: „Tuurlijk is er een landelijke lijn, zoals dat we een VOG [verklaring omtrent het gedrag] verplichten. Maar wij zijn geen Stasi-partij. VVD’ers zijn overal van dezelfde bloedgroep. Ik merk zelden dat ze in Appingedam anders denken dan in Dalfsen.”

De onderwerpen zijn wel overal anders. Van der Wal ervoer dat zelf bij een verkiezingsdebat dat ze als lijsttrekker had in Harderwijk. „De felste discussies gingen over koopzondag en of ons zwembad een glijbaan of een wedstrijdbad moet krijgen.”

Alle vier zeggen dat lokale afdelingen juist vragen om de landelijke kopstukken, met name Klaver bij GroenLinks en Asscher bij de PvdA. Van der Wal weet niet of Rutte of Klaas Dijkhoff favoriet is.

Bij het CDA is minister Hugo de Jonge (Zorg) populair, zegt Peetoom. Dat ze in Den Bosch liever hem dan Buma uitnodigen, wist ze niet. De lokale lijsttrekker noemde de partijleider afgelopen week „geen carnavalstype”. De anderen moeten er hard om lachen. Ook dat is lokale autonomie.

Peetoom vertelt dat Buma „gedesillusioneerd” terugkwam van het Amsterdamse verkiezingsdebat, dat vooral over identiteit ging, omdat het „ontaardde in een schreeuwpartij”. Vedelaar: „Het stoort me mateloos dat alle aandacht gaat naar identiteit. Dat gaat voorbij aan werkelijke vraagstukken waar mensen mee zitten, en het polariseert.”

Van der Wal: „Wat mij nog veel meer irriteert, is dat aan twee kanten kleine groepjes schreeuwers langs de zijlijn het meest in beeld zijn, ook lokaal. Terwijl de meeste Nederlanders denken…”

Meijer: „…er zijn andere zorgen.”

Van der Wal: „Er zijn andere zorgen. De tolerantie neemt af in Nederland.”

Meijer: „Dan kijk ik wel met verbazing naar VVD-filmpjes als ‘je bent geen racist als je van Sinterklaas vieren houdt’. Dat vraagt niemand zich af. Het zijn kinderachtige manieren om de discussie naar een identiteitsvraagstuk te brengen.”

Dit debat zal na de campagne, net als een jaar geleden in Den Haag, naar de achtergrond verdwijnen als er colleges gevormd moeten worden. Dat zal soms een hele opgave worden; de versplintering is in gemeenten vaak nog groter dan aan het Binnenhof. En krappe meerderheden zijn kwetsbaar voor zetelroof en integriteitskwesties.

Aan zetelroof kunnen en willen de voorzitters weinig doen. Peetoom: „Maar zetelroof belemmert het functioneren en kiezers hebben er genoeg van.” Vedelaar: „Ik vind het waardeloos als mensen hun zetel meenemen, want het is vrijwel altijd een persoonlijk, niet een ideologisch conflict.”

Integriteitskwesties doen zich vooral voor bij de VVD, niet alleen lokaal. Staat bijvoorbeeld de Poetinleugen van Halbe Zijlstra lokaal succes in de weg? Volgens Van der Wal niet. „Iedereen stroopt een dag later de mouwen weer op.”

Ook Vedelaar heeft er sinds haar aantreden mee te maken. Kamerlid William Moorlag raakte in opspraak door een schijnconstructie bij een sociale werkplaats, en senator Marleen Barth moest vorige maand opstappen nadat ze in Wassenaar had geprobeerd de toch al bescheiden huur aan de gemeente van de burgemeestersvilla van haar man te drukken. „Als leden ergens over vallen, is het integriteit. In de beeldvorming is het dramatisch. Als we willen zorgen dat we nieuwe mensen voor de politiek interesseren, ook vrouwen en minderheden, moeten we beginnen met goede voorbeelden tonen.”

    • Emilie van Outeren
    • Titia Ketelaar