Opinie

    • Frits Abrahams

Een burger die gelijk heeft

Een woedende burger contra de lokale politiek, wat willen we nog meer in deze dagen? Ik doel op de oud-advocaat Frank Bakker, die de nodige publiciteit kreeg voor zijn kort geding tegen de Amsterdamse burgemeester. Bakker wil dat de Amsterdamse politie beter toeziet op naleving van de verkeersregels.

Het gaat Bakker (77) vooral om het gedrag van de fietsers, „die zich aan geen enkele regel houden”. Bakker, die aan de Keizersgracht woont, voelt zich onzeker op straat, vertelde hij de Volkskrant. Hij en zijn vrouw liepen kwetsuren op door fietsers die hen op stoepen en zebra’s van de sokken reden. Hij heeft uitgerekend dat er op de twintig drukste kruispunten van de stad dagelijks tienduizenden keren door rood wordt gereden. „Je zou per dag voor zo’n 2,25 miljoen euro aan boetes kunnen uitschrijven.”

Er was veel aandacht voor Bakkers actie, maar werd er ook écht naar hem geluisterd? Ik betwijfel het.

Lees ook dit verslag van het kort geding: Niemand krijgt straf in de fietsjungle

In zijn eigen partij, de VVD, lukte het hem niet om in het verkiezingsprogramma een passage over naleving van de verkeersregels op te laten nemen. De gemeenteadvocaat merkte tijdens het kort geding (uitspraak 21 maart) op dat Bakker een wel „erg eenzijdig” beeld van de fietsers schetste: „Door fietsers en voetgangers wordt ook veel geklaagd over automobilisten. En automobilisten en fietsers vinden dat voetgangers zich gevaarlijk gedragen.”

Om die laatste zin heb ik lang en onbedaarlijk moeten lachen. Voetgangers die zich gevaarlijk gedragen? Ik zie alleen maar voetgangers die aan de rand van de zebra angstig afwachten: zal ik of zal ik niet? Er nadert immers op volle snelheid een fietser of scooterrijder (die noemt Bakker te weinig) en de vraag is: zal hij of zij inhouden? De ervaren voetganger in Amsterdam weet dat hij er goed aan doet daar niet op te rekenen.

Op internet zijn enkele filmpjes te zien waarop we Bakker verontwaardigd te keer horen gaan tegen dergelijke fietsers. Hij roept naar hen dat het licht op rood staat of scheldt ze uit voor flapdrol. Vrijwel iedereen rijdt zonder te reageren door, een enkeling toont de middelvinger, één vrouw wil wel een robbertje met hem vechten.

Iedereen weet dat Bakker gelijk heeft, maar vrijwel niemand zal het hem openlijk geven. De fietser heeft haast, de politie geen tijd en de politiek geen zin. Het gevolg is een verkeersjungle die zich overigens niet tot Amsterdam beperkt: ik las in de krant een ingezonden briefje van een Utrechter die een wandelstok had aangeschaft om medelijden op te wekken bij de „onbeleefde fietspiraten”. Ook in andere steden zag ik ‘Amsterdamse’ taferelen.

Ik heb in deze rubriek vaak over de vergroving in het Amsterdamse verkeer geschreven. Als medevoetganger herken ik de ervaringen van Bakker maar al te goed. Ik kan in de binnenstad zó een aantal plekken aanwijzen waar geen fietser zich aan de regels houdt. (Automobilisten, dat mag ook weleens gezegd worden, gedragen zich doorgaans aanzienlijk beter.) De politie staat er soms toevallig bij en doet niets. Het gevaarlijkst vind ik vooral de tendens om over stoepen te rijden. Dat gaat nog eens zwaargewonden of levens kosten.

Ik ben te weinig don quichot en te veel fatalist om, zoals Bakker, actie te voeren, maar het is goed dat hij het doet.

    • Frits Abrahams