Opinie

    • Menno Tamminga

De troef van Trump? Dat is een zakje chips

In de VS werd de overname van chipmaker Qualcomm op het laatste moment verboden. In Nederland wordt de overname van chipfabrikant NXP niet gezien als staatszaak.

Wie in Nederland denkt dat Wall Street het walhalla is van aandeelhoudersrechten wacht teleurstelling. Kijk naar afgelopen week. Een schimmige overheidscommissie verbood te elfder ure de aandeelhoudersvergadering van chipmaker Qualcomm. De Amerikanen willen ‘hun’ Qualcomm, een gewone particuliere, beursgenoteerde multinational, met deze maatregel beschermen tegen een vijandig bod van Broadcom, een particuliere beursgenoteerde concurrent uit Singapore.

Hoezo aandeelhoudersrechten?

Het veto over de Qualcomm-vergadering is meer dan een ver-van-ons-bed-show. Qualcomm wil zelf zijn kleinere Nederlandse concurrent NXP kopen, een voormalige divisie van Philips. NXP heeft zijn hoofdkantoor in Eindhoven, het industriële hart van Nederland. NXP heeft naast buitenlandse vestigingen ook een grote fabriek in Nijmegen.

De ‘staatssteun’ voor Qualcomm sluit naadloos aan op het gemak waarmee Amerikaanse bedrijven lawaaiige beleggers en vijandige overnames op afstand kunnen houden. Daarin hebben zij misschien wel een voorsprong op Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen.

Aandeelhouders stemmen in de Verenigde Staten wel over de benoeming van de commissarissen, die primair de beleggersbelangen moeten behartigen. Maar een commissaris wegstemmen die de steun van het bestuur heeft, vergt een peperdure campagne. Als het al lukt. Amerikaanse bedrijven mogen ook twee soorten aandelen in omloop brengen. De ene heeft één stem, de ander duizend. Die met duizend is voor de oprichter. Op Wall Street bestaat ook geen Ondernemingskamer, zoals in Nederland, waar je als belegger snel je recht kunt halen.

De beschermengel van een onderneming in een gevoelige bedrijfstak, zoals nationale veiligheid of defensie, is een ambtelijke commissie, maar dan wel onder politieke leiding. The Committee on Foreign Investment in the United States kijkt in de ruimste zin van het woord naar bedrijven, van technologie tot infrastructuur en voedselveiligheid. De doorslaggevende stem kwam van de Amerikaanse president; hij heeft maandagavond de overname van Qualcomm verboden.

Lees ook dit essay over het Oranjegevoel, de politiek en het bedrijfsleven

Waar is de Amerikaanse regering bang voor? China. De Amerikanen vrezen dat Broadcom als nieuwe eigenaar van Qualcomm het mes zet in uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling en delen van het bedrijf afstoot om de overnamefinanciering terug te betalen. Daardoor zou Qualcomm zijn leidende rol verliezen in de ontwikkeling van het geavanceerde 5G-netwerk. Exit Qualcomm, hallo Huawei of een ander Chinees bedrijf dat er met de 5G-buit vandoor gaat.

En wij in Nederland? De overname van NXP is hier geen staatszaak. Het ontwerpen en maken van chips is geen „vitaal proces” en geen deel van de cruciale infrastructuur die de Nederlandse regering zou willen beschermen, schreef minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) vorige maand aan de Tweede Kamer. Vijf jaar na het mislukte Mexicaanse overnamebod op KPN ploetert de Nederlandse regering nog steeds op wetgeving om vitale bedrijven te beschermen tegen ongewenste buitenlandse eigenaren. Wat moet er in staan? Het schiet op, zegt Wiebes.

Dus nu is de situatie zo: de Amerikaanse regering ontketent een handelsoorlog met zijn bondgenoten. Maar de échte strijd gaat om chips. Om NXP. Om netwerken. Om China.

En Rutte III onderzoekt ondertussen of de Grebbeberg past in een parate verdedigingslinie. Want je weet maar nooit…

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga