Al sinds de jaren vijftig bang voor het ‘net’ van de geheime dienst

De zware metafoor ‘sleepnet’ vertroebelt het debat over de nieuwe inlichtingenwet (wiv). Zo werkt beeldvorming rond ‘James Bond in de polder’ al jaren.

Illustratie Roland Blokhuizen

Door de mist van geheimhouding rond het werk van de geheime diensten wordt het debat erover al decennia gekaapt door metaforen. Dat stelt Constant Hijzen, universitair docent in Leiden en historicus gespecialiseerd in inlichtingen- en veiligheidsdiensten, in onderzoek dat maandag wordt gepubliceerd.

Zo zijn geheime diensten bijvoorbeeld neergezet als prikkeldraadversperringen waarin de democratie zou vastlopen, of werd schamper gesproken over ‘op rijkskosten indiaantje spelen’ en ‘James Bonds op klompen’.

Al sinds de geheime diensten zijn opgericht, moeten ze opboksen tegen dit soort negatieve beelden. En die zijn krachtig. Kamerleden, activisten en ook ministers probeerden er besluiten mee door te drukken of op een andere manier invloed uit te oefenen op het inlichtingendebat. In de discussie over het referendum over de nieuwe wet op de inlichtingendiensten (wiv) domineert één beeld. Dat van een sleepnet. Dat „beperkt en vernauwt het debat ontzettend”, zegt Hijzen. „Door deze krachtige metafoor worden de andere onderdelen van de wet uit de discussie gedrukt. We zien voor ons dat de AIVD en militaire dienst MIVD een sleepnet uitgooien. Door deze metafoor, die een te zwaar middel symboliseert, kún je het er bijna niet mee eens zijn.” De metafoor haalde zelfs het regeerakkoord. Daar bezwoer de coalitie dat van een sleepnet geen sprake zal zijn. Zulke metaforen zijn allerminst nieuw in deze context, blijkt uit het onderzoek van Hijzen. Enkele zinnen ter illustratie, uit NRC: „Nieuw is de introductie van de sleepnet-opsporing. Dankzij het nieuwe systeem kunnen nu ook massagegevens verwerkt worden, die puur op toeval zijn binnengekomen, ook van onschuldige burgers.”

Het citaat komt niet uit het debat van de afgelopen maanden; het is zelfs niet van deze eeuw. Op 15 februari 1986 schreef publicist Geert Mak het, naar aanleiding van de introductie van maatregelen die de geheime dienst in West-Duitsland nam ter bestrijding van terrorisme. Ook in Nederland was men bang voor het ‘net’ van de binnenlandse veiligheidsdienst. Sociaal-democraat Jaap Burger, voorzitter van wat later de commissie-stiekem zou heten, vroeg de minister van Binnenlandse Zaken of het hele Nederlandse volk onder „een net van controle” kwam te liggen.

Luister hieronder naar aflevering 24 van onze podcast Haagse Zaken: Waar gáát de wiv eigenlijk over? (Over jou). U kunt zich ook abonneren via iTunes of Stitcher.

Edward Snowden

In relatie tot de Nederlandse diensten dook het woord ‘sleepnet’ op in 2007. Weer in NRC. Naar aanleiding van een Kamerdebat schreef een journalist dat de AIVD in staat werd gesteld „gedragspatronen van groepen burgers te analyseren met een techniek die data-mining wordt genoemd, oftewel de ‘sleepnetmethode’”. Journalisten van deze krant gebruikten de term nog een paar keer. Na de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden werd de term gemeengoed.

De geheime diensten hebben al lang te maken met negatieve beeldvorming. Met een frame dat al opduikt sinds de Tweede Wereldoorlog, werd bijvoorbeeld het beeld gewekt dat de binnenlandse veiligheidsdienst weinig voorstelde. Kamerlid Frans Goedhart (PvdA) noemde het werk in de jaren veertig „op rijkskosten indiaantje spelen”.

Een ander bekend beeld is dat van veiligheidsdienst als uit de tijd geraakt instituut. Een dienst die er eigenlijk niet behoort te zijn in vredestijd omdat hij over veel te ingrijpende bevoegdheden beschikt. Dit argument dook al op toen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werd gesproken over de oprichting van de eerste civiele veiligheidsdienst. Het standpunt overleefde zelfs de val van de Berlijnse Muur.

Na de Tweede Wereldoorlog dook ook een ander frame op, van de ‘staat binnen een staat’. Een die zou ‘jagen’ en niet in toom gehouden kon worden. Tweede Kamerlid Charles Welter (KVP) sprak in 1950 van geheime diensten die zouden groeien als „als paddestoelen” omdat ze steeds meer werk voor zichzelf zouden scheppen.

Positieve metaforen en frames heeft Hijzen nauwelijks gevonden in het debat. „De geheimzinnigheid van geheime diensten dwíngt de buitenwereld bijna tot het gebruik van metaforen. Die leiden tot actie en reactie: de diensten gaan nuanceren en uitleggen, om voorbij de beeldspraak te komen. Metaforen gieten onze gedachten in een specifieke mal. Daar ontsnappen we niet makkelijk aan.”