Opinie

    • Arjen Fortuin

Adembenemende tv over het verdriet van Chili

Zap In zijn reisserie ‘Over de rug van de Andes’ zet Stef Bieman evenementen in scène om over zelfmoord te praten.

Over de rug van de Andes, reisserie van Stef Biemans.

‘U bent verliefd op de toren”, zegt Stef Biemans tegen een vrouw in de tweede aflevering Over de rug van de Andes. Hij staat aan de voet van de wolkenkrabber van het Costanera Center, het gebouw dat volgens de vrouw de kracht van Chili laat zien – het land heeft de sterkste economie van Latijns-Amerika.

De toren staat ook symbool voor iets anders: er springen veel mensen vanaf, de zelfmoordcijfers zijn in Chili relatief hoog. Dat wil Biemans onderzoeken: „Waar wordt de Zuid-Amerikaan treurig van?” In de meeste landen van de regio wordt overal om gelachen en is liefdesverdriet het enige gevoel waar iedereen het over heeft. „Waarom zijn Chilenen vaker depressief dan anderen?”

Het is moeilijk om Over de rug van de Andes niet te zien in het verlengde van Ruben Terlous prachtige Door het hart van China. Wéér stuurt de VPRO een zachtmoedige dertiger op pad naar verre oorden waar traditie en modernisering samenkomen – al hoefde Biemans niet zo heel ver: hij woont al jaren in Nicaragua. Maar het belangrijkste: ook deze reisserie is geweldig.

Biemans is een verslaggever die graag tussen de mensen gaat zitten. In de eerste aflevering ‘De berg die mensen eet’ deed hij dat bij de Boliviaanse mijnwerkers die zich bij de ingang verzamelen rond een pop, El tío genaamd, aan wie drank en sigaretten worden geofferd – Nederlandse lezers kunnen hem kennen uit Arnon Grunbergs roman Onze oom.

Zondag, in de tweede aflevering, toonde Biemans al zijn journalistieke creativiteit. Depressie en zelfmoord zijn geen onderwerpen om recht van voren te behandelen en dus koos hij een waaier aan omwegen. Hij laat een vrouw in het archief oude krantenberichten voorlezen. Hij bezoekt een middenklassegezin waar de banen aan elkaar worden geknoopt, opa inspringt, moeder een depressie heeft doorstaan, en haar jongste kind hard tegenstribbelt als het een geneesmiddel krijgt toegediend.

Biemans voegt zich in de kring studenten die lachtherapie volgen. Hij schuift aan bij een kampvuur van Mapuche-indianen; de rook van hun vuur ‘praat’ met dat van de vulkaan – een indiaan vertelt over de zelfmoord van zijn zoon.

Alles grijpt in elkaar. Biemans zet een sofa in het park en laat mensen in een bleke winterzon vertellen waar ze gelukkig van worden; een meisje van een jaar of acht zingt daar Rolling in the Deep van Adele.

Hond snuffelt aan gitaar

Hij laat een vrouw die in een tent (met tv!) op straat bij de toren woont een tekening maken die Biemans wil gebruiken als aankondiging van een miniconcert dat hij organiseert in een psychiatrisch ziekenhuis. Dat gebruik van kunstmatige situaties betaalt zich uit, de ene scène is nog mooier dan de andere – Over de rug van de Andes is adembenemende televisie.

Ik schoot vol bij de beelden van dat ‘miniconcert’ tussen de afgebladderde muren van de inrichting. Het lied Gracias por la vida van Violeta Parra werd gespeeld – het laatste dat ze schreef voor ze een eind aan haar leven maakte, al vertelt Biemans er niet bij dat dat al vijftig jaar geleden is.

De patiënten horen het (overbekende) nummer aan. Sommigen zijn ontroerd, anderen kijken wezenloos voor zich uit, één vrouw zingt zachtjes mee. Halverwege het lied loopt een hondje het podium op. Het snuffelt even aan de gitaar en loopt door. Je weet dat het gewoon een hond is, natuurlijk, en het valt ook niet precies te zeggen wat de aanwezigheid van dat dier betekent – maar God, wat is het prachtig.

    • Arjen Fortuin