Column

Geef ’t schaatsen terug aan de buitenlucht

Er was een leeg patatzakje in het ijs gevroren. Ach, dat kon er nog wel bij. Alles wat normaal gesproken uitgesloten is op een binnenbaan, was te zien tijdens het WK allround in het Olympisch Stadion van Amsterdam: regen, wapperende vlaggen door de wind, dooiplekken op het ijs en de flirt van Keessie met Dione.

Buiten in Amsterdam was het zo’n twaalf graden boven nul toen de afsluitende tien kilometer voor mannen werd verreden. Af en toe prikte de zon zelfs door de wolken.

Aanvankelijk had ik helemaal geen trek meer in het allround-kampioenschap. Na een lang schaatsseizoen verlangde ik naar ballen op gras en fietsen op asfalt. Waarom moesten de moe gestreden profs nog zo laat opgezadeld worden met de Hollandse weemoed van het buitenschaatsen?

En toch ging ik voor de bijl.

Twee dagen keek ik naar een lange reclamespot – marketing is een vak – voor het schaatsen in de openlucht, vooral wanneer de camera (met spetters op de lens) als een sperwer hoog over het stadion scheerde. Eerst langs die stenen wand, over volle tribunes en dan scheren boven die roomwitte ovaal met twee nietige schaatsers in de bocht.

Als zoon van een diepvriesgroothandelaar genoot ik van alle kwalificaties van het ijs dat maar niet naar de ijsmeester wilde luisteren.

Fondant. Boterzacht. Schuurpapier.

Na alle perfectie in de schaatshallen was in Amsterdam de natuur aan zet. Iedereen had met ander weer, met een andere kwaliteit van het ijs te maken. Wanneer moest er gedweild worden? Het was een heerlijk, oneerlijk toernooi en toch leek de beste atleet te gaan winnen.

Het was een heerlijk, oneerlijk toernooi en toch leek de beste atleet te gaan winnen

De Noor Sverre Lunde Pedersen reed met een vorstelijke voorsprong zijn rondjes op de tien kilometer. Zijn landgenoten op de tribune namen alvast een slokje uit de heupfles.

„I almost never falling”, zei Pedersen na afloop.

Met zijn ene schaats had hij de andere aangetikt. Op zijn buik gleed hij door de plassen; Pedersen was zijn eigen dweilpauze geworden. De klap tegen het stootkussen van een sponsor kwam hard aan. De Noor was in verwarring; waarom ging hij anders eerst op zoek naar de van zijn hoofd gevallen sportbril?

Opstaan, moest hij.

Noorwegen had – na ‘onze’ wissel van Sven – nu ook een nationaal schaatstrauma.

Na het opkrabbelen reed Pedersen de eerste meters met zijn handen op zijn dijen, hij trok het gezicht van een verwarde man die de weg kwijt was in de grote stad. Na de finish ging hij op de boarding zitten en verborg zijn gezicht. Naast hem werd een bosje tulpen gelegd.

Altijd schuin afsnijden, Sverre.

Als de wereldbekerwedstrijden binnen gehouden worden, mogen de allround-kampioenschappen dan voortaan altijd buiten? Leg de baan met dat heerlijke, oneerlijke fondantijs neer in een stadion in Oslo, Moskou, Turijn, Chicago, Kaapstad, New Delhi of Kosovo.

Laat het waaien en regenen. Laat de zon schijnen.

Geef het allround schaatsen terug aan de buitenlucht.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.