De wil is er nog, maar hoe zit het met de pijn?

Kramer onttroond

Het had ‘de tiende van Sven’ moeten worden. Hij stond uiteindelijk niet eens op het podium. Zijn lichaam hapert, steeds vaker.

Sven Kramer is kapot na de 1.500 meter.

Schaatslegendes Ard Schenk, Eric Heiden en Johann Olav Koss op de tribune van het Olympisch Stadion. Ruim 20.000 toeschouwers, op zondagmiddag zelfs een dun zonnetje. Alles leek klaar voor de tiende wereldtitel allround van Sven Kramer, 125 jaar nadat Jaap Eden in Amsterdam tot de eerste Nederlandse wereldkampioen was gekroond. De show was tot in de puntjes geregisseerd door het management van Kramer, dat ook het WK op de speciaal aangelegde ‘Coolste Baan’ organiseerde. Zelfs het filmpje was al gemonteerd voor de huldiging van de grote kampioen, 31 jaar inmiddels. Alleen zijn lichaam haperde, opnieuw.

Voor Kramer geen tien kilometer als één lange triomftocht, zoals bij de voorgaande negen keer dat hij deelnam aan het WK allround. Integendeel. Machteloos moest hij nu toezien hoe tegenstander Sverre Lunde Pedersen op de slotafstand vrijwel direct bij hem vandaan danste. Niet de achteloze acceleraties van weleer, alleen nog maar een krachteloos smal slagje met de mond wijd open.

Dramatische val

De Noorse uitblinker won ‘gewoon’ de rit, ondanks een dramatische val die hem de titel kostte. Op het erepodium geen plek voor de onttroonde heerser, die achter de nieuwe kampioen Patrick Roest, Pedersen en Marcel Bosker als vierde eindigde. „Hier komen we ook wel weer bovenop”, klonk het voor de microfoon van de NOS. Zou het?

Winnen op het zware buitenijs van Amsterdam, op twintig meter van zijn huis, was eigenlijk vooraf al niet reëel voor Kramer. Lang hield hij zijn zwaktes dit seizoen verborgen. Maar de olympische tien kilometer in Gangneung, vooraf zijn heilige doel, loog niet. Twaalf jaar aan de top is een aanslag op het lichaam. Hij tobde door de jaren heen met rug, bovenbeen, luchtwegen. Doorduwen tot flauwvallens toe, en altijd weer de rol van topfavoriet moeten waarmaken. Vijf kilometer, dat gaat altijd wel, in die afstand ‘woont’ hij. Maar als het langer wordt en zwaarder, dan begint de pijn steeds vaker te winnen van de wilskracht. Vorig seizoen ‘vloog’ hij nog ouderwets, dit jaar speelt het linkerbeen ongrijpbaar op. Zoals bleek op de olympische tien kilometer.

Met zijn krachtige lijf van meer dan tachtig kilo was een grote vierkamp op nat en zacht buitenijs niet in het voordeel van Kramer, die van jongs af aan een unieke efficiëntie ontwikkelde op de binnenbaan van Thialf. Nee, dan Pedersen. De 73 kilo lichte Noor leerde schaatsen op de buitenbaan Slåtthaug in Bergen, waar het vaker wel regent dan niet. Moeiteloos paste de motor van de gouden Noorse achtervolgingsploeg in Gangneung, waar hij ook brons won op de vijf kilometer, in het Olympisch Stadion zijn slag aan. Met winst op de vijf kilometer en de 1.500 meter was Pedersen in Amsterdam de beste van allemaal.

Maar kampioen werd de nog altijd pas 25-jarige Noor niet. Pech, zijn plotselinge val in de binnenbocht op weg naar de 6.800 meter? Bij eerdere edities van de WK allround leek zijn landgenoot Håvard Bøkko in de aanloop soms ook sterker dan Kramer. Om op het toernooi zelf toch altijd te kort te schieten. Ziekte, blessures, pech: Kramer bleek er negen WK’s lang onkwetsbaar voor, wat veel zegt over zijn grootheid. Lance Armstrong won zeven keer de Tour (tot hem zijn zeges wegens dopinggebruik werden ontnomen), Rafael Nadal tien keer Roland Garros. Blijft Kramer staan op negen titels bij het WK allround?

Geduchte concurrenten

Olympisch goud voor Håvard Lorentzen (500 meter) en de ploegachtervolging zorgden in Noorwegen voor een opleving van het schaatsen. Zie de vele Noorse fans in Amsterdam. Pedersen en de nieuwe wereldkampioen junioren Allan Dahl Johansson (19) zullen de komende jaren geduchte concurrenten zijn op de allroundtoernooien. In eigen land moet Kramer de strijd aan met zijn ploeggenoot Roest (22) en Bosker (21). Of hij dat kan, weet alleen hij zelf. In 2011, na de foute wissel van Vancouver, overwon hij een diepe mentale crisis. Vier jaar later knokte hij zich terug nadat hij fysiek naar eigen zeggen „algeheel af” was geweest. Aan wilskracht heeft het hem nooit ontbroken. Maar hoe zit het met de pijn?