Leidt Trumps handelspolitiek tot het einde van de globalisering?

Handelsoorlog De tarieven op staal en aluminium waarmee het Witte Huis zijn trouwste bondgenoten onder druk zet, markeren het einde van een tijdperk waarin de VS de huidige wereldorde schiepen.

Foto SeongJoon Cho/Bloomberg

Is dit de zwanenzang van de globalisering? Donderdag kondigde de Amerikaanse president Trump tarieven af op de invoer van staal en aluminium. Staal krijgt een importbelasting van 25 procent, aluminium van 10 procent. Op vrijhandel gerichte Republikeinen in het Congres konden geen vuist maken tegen de plannen van Trump. Amerika’s handelspartners bezinnen zich inmiddels op tegenmaatregelen. Zo hangt het van de zelfbeheersing van alle spelers af of er een handelsoorlog uitbreekt.

Of, in dat geval, ook de globalisering zelf zich terugtrekt? Dat ligt er aan hoe robuust die is, hoe onontkoombaar de productieketens zijn die inmiddels over de wereld lopen. En hoeveel welvaart mensen, niet alleen in de VS, bereid zijn op te offeren voor hun identiteit en zelfbeschikking.

Trump morrelt nu aan de fundamenten van een bouwwerk dat de Verenigde Staten na de oorlog zelf optrokken. In verschillende multilaterale rondes werden handelsbarrières geslecht en tarieven verlaagd. Een groot internationaal verdrag, de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) zorgde daarvoor, en werd in 1995 omgezet in de wereldhandelsorganisatie WTO.

De VS zetten Japan om in een liberale democratie, moedigden dekolonisatie aan, bespoedigden de economische integratie in Europa en Azië en zorgden er met hun veiligheidsparaplu voor dat het ontketende kapitalisme wereldwijd zo veel mogelijk zijn gang kon gaan.

Toen het enig bekende rivaliserende model, het Sovjet-communisme bezweek, versnelde de liberalisering en deregulering vrijwel overal onder de Pax Americana. De resterende westerse handelstarieven smolten vanaf halverwege de jaren negentig grotendeels weg.

Lees ook: Shockstrategie van Trump heeft effect

De wereldmacht heeft even geen zin

De politieman die er zelf ook beter van wordt: het is gedrag dat hoort bij een wereldmacht. Maar die hegemonie staat nu op het spel. In 1980 maakten de VS in hun eentje 22 procent uit van de wereldeconomie, gerekend tegen koopkrachtpariteit. Nu is dat nog maar 15 procent. Alle traditionele industrielanden waren in 1980 samen goed voor 60 procent van het mondiale bruto binnenlands product. Nu is dat nog nauwelijks meer dan een derde.

Opkomende landen deden hun intrede in de wereldeconomie, en dan vooral China. Gerekend tegen koopkrachtpariteit is dat land al sinds 2014 de grootste economie ter wereld. In harde dollars duurt het nog maar een jaar of tien voor het zover is.

Het slechten van handelsbarrières wordt van nature steeds moeilijker. Hoe meer er al is afgebroken, hoe pijnlijker de resterende concessies worden. En er kwamen nieuwe spelers op het toneel, die steeds assertiever werden. Duurden de eerste ‘GATT’-rondes in de jaren vijftig en begin jaren zestig een jaar of hooguit twee, de ‘Tokyo-ronde’ die in 1973 begon nam zes jaar in beslag, de ‘Uruguay-ronde van 1986 werd pas in 1994 beslecht. En de ‘Doha’-ronde van 2001 is inmiddels in feite mislukt.

De energie is steeds meer gaan zitten in regionale akkoorden: NAFTA bijvoorbeeld, tussen de VS, Canada en Mexico, dat in 1994 in werking trad en nu onder Amerikaanse dwang moet worden heronderhandeld. Het TPP-verdrag tussen landen die grenzen aan de Stille Oceaan, waar Amerika inmiddels uit is weggelopen.

En TTIP, het beoogde verdrag tussen de Europese Unie en de VS, dat op zijn best in een kunstmatige coma ligt. Zeker deze laatste mislukking illustreert hoe steeds grotere openheid op een gegeven moment de eigen levenssfeer binnendringt. Voedingsgewoonten, veiligheidsstandaarden en ethiek, en de weerstand om ook die uit de VS te importeren, waren een belangrijke reden voor de weerstand tegen TTIP onder het Europese publiek.

Een hels trilemma

Het onderstreept allemaal het zogenoemde ‘trilemma’ van de globalisering, zoals die door de Turks-Amerikaanse hoogleraar politieke economie Dani Rodrik is verwoord. Die stelde al in 2007 dat globalisering landen voor een lastige keuze stelt. Je hebt deelname aan de globalisering, behoud van de nationale soevereiniteit en democratie. Van deze drie kan een land er twee tegelijk hebben.

Wie wil deelnemen aan steeds diepere internationale economische integratie, zal zich moeten schikken naar steeds ingrijpender gemeenschappelijke regels en standaarden.

Als die door regeringen worden afgesproken, dan voelt de burger zich daar niet in betrokken. Wég nationale democratie. Democratie kán wel, maar dan alleen op een hoger, supranationaal niveau. Wég nationale soevereiniteit.

Wie die soevereiniteit én nationale democratie wil, zal moeten afzien van internationale economische integratie: van globalisering dus.

Dat vangt de stemming van vandaag aardig: het Take back control van de Brexitstemmer en het Make America Great Again van de Trump-achterban. Beide vergen dat er afstand wordt genomen van de globalisering. Zeker ook omdat er niet goed voor de verliezers is gezorgd.

De één gelijker dan de ander

Globalisering veroorzaakt, zeker in eerste instantie, een afnemende ongelijkheid tussen landen. Maar ook een grotere ongelijkheid binnen landen, naarmate de bevolking verder wordt blootgesteld aan internationale arbeidsconcurrentie. Zo lijkt het gebrek aan zorg voor de verliezers van de globalisering een belangrijke factor in het ontstaan van de tegenbeweging. Politiek, economisch én cultureel.

Hoe dat afloopt is onzeker. De rust die de aandelenmarkten de afgelopen twee weken hebben laten zien is opvallend. Kennelijk geloven beleggers vooralsnog dat het allemaal wel mee zal vallen.

Analisten van ING berekenden deze week dat een wederzijdse extra heffing van 10 procent op handel tussen de VS en de EU de eerste 0,4 procent van het bbp kan schelen na twee jaar, en de laatste 0,3 procent.

Dat lijkt mee te vallen, maar de tweede-ronde effecten zijn groter: lagere investeringen door teruglopende winstgevendheid, hogere inflatie en een mogelijke spagaat voor de centrale banken. Want die krijgen te maken met tegenvallende economische indicatoren, bij oplopende prijzen. Dat is lastig voor het monetaire beleid.

De toekomst van de liberale democratie

Belangrijker is het signaal dat van deze week uitgaat: de zittende wereldmacht die zich terugtrekt, zich niet langer verantwoordelijk voelt en een vacuüm veroorzaakt in de wereldeconomie. Springt China daarin? Dan kan ook het model van de kapitalistisch autocratie aan populariteit winnen. Dit weekeinde stemt het Chinese Volkscongres in met een onbeperkte zittingsduur voor president Xi Jinping.

Rodrik stelde onlangs dat er een risico is dat de liberale democratie, hét westerse model, kan eroderen tot een minder liberale democratie, dan wel een minder democratisch liberalisme. Dat is een interessante gedachte. Maar niet om in de echte wereld mee te experimenteren.

Lees ook de column van Caroline de Gruyter: Een handelsoorlog kent geen winnaars
    • Maarten Schinkel