Brieven

Brieven

Illustratie Cyprian Koscielniak

Mark Rutte gaf in zijn rede over Europa wederom blijk van zijn afschuw van de ever closer union formule uit het EU-Verdrag. Daarmee bevindt hij zich in het dubieuze gezelschap van Brexiteers en andere EU-tegenstanders, die sinds jaar en dag tegen deze zinsnede fulmineren. Allereerst wil ik er op wijzen dat in het Verdrag niet ‘Union’ maar ‘union’ staat. Dat maakt nogal een verschil. Artikel 1 verwoordt het volgende: „Dit Verdrag markeert een nieuwe etappe in het proces van totstandbrenging van een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa.” Let wel, er staat niet „tussen de staten”. Al in 1957 – Mark Rutte moest nog geboren worden – werd in de preambule van het toenmalige EEG-Verdrag gesproken van een steeds hechter verbond, of, in de andere talen van het eerste uur: une union sans cesse plus étroite, einen immer engeren Zusammenschluß en una unione sempre più stretta. Het Franse woord union – we mogen veronderstellen dat het verdrag eerst in het Frans is opgesteld – heeft velerlei betekenissen: bond, verbond, unie, verbinding, verbintenis, bundeling, vereniging, eenheid, eendracht. Mooi woord, eendracht. L’union fait la force, eendracht maakt macht – dat zou een goede wapenspreuk voor de EU zijn. Een voetbalploeg met elf briljante pingelaars die niet de bal willen afspelen zal nooit een wedstrijd winnen. Wil een elftal kampioen worden, dan moet het een eenheid vormen. Dat geldt ook voor de EU. Zelfs een man zonder vergezichten moet dit erkennen.

    • Johan Loogman