Brieven

Brieven 10/3/2018

PartijDemocratie

PVV mag blijven

Thorbecke-biograaf Jan Drentje betoogt in NRC (Baudet als Joe Speedboot, 28/2) dat alleen ledenpartijen die democratisch georganiseerd zijn, toegelaten zouden mogen worden tot de verkiezingen, want hij is (over)bezorgd dat de democratie wordt gegijzeld door populisten die „het gewone democratische handwerk uit de weg gaan”. Aanvaarding van de suggestie van Drentje zou de huidige PVV van verkiezingen uitsluiten. Dat is zeer onwenselijk.

Tot dusver lijkt de PVV (nog) niet meer dan een ‘tegenpartij’ die een uitlaatklep is voor gevoelens van ontevredenheid. Verre van de voorspelling van J.L. Heldring tien jaar geleden in NRC dat de opkomst van Wilders mogelijk het begin was van een emancipatiebeweging, vergelijkbaar met de SDAP en ARP. In 2012 schreef ik een verzoek aan de kiesraad om de benaming Partij voor de Vrijheid niet te accepteren voor de lijst-Wilders, omdat het begrip partij een organisatie impliceerde die niet bestond. Per kerende post kreeg ik antwoord dat er een notarieel geregistreerde vereniging PVV bestond, en dat daarmee voor de kiesraad de kous af was. In mijn ogen moet de kieswet herzien worden, zodat alleen ledenpartijen waarin de ledenvergadering het laatste woord heeft de benaming partij mogen. In dit populistische tijdperk moet er ook ruimte zijn voor kieslijsten met één of meer lijsttrekkers, ongeacht hun interne organisatie. Er is voldoende hervorming als de burger kan kiezen tussen kieslijsten (net als in Thorbeckes tijd) waarbij de persoon van de lijsttrekker voorop staat, en partijen waarbij ideeën en een zekere continuïteit bepalend zijn. Dan kan ook Drentje gerust zijn.

Topbeloningen (1)

Bankiersmoraal

De topman van ING, Ralph Hamers, zou te weinig verdienen in verhouding tot de top van vergelijkbare bedrijven (ING laat beloningskloof top en werkvloer verder groeien, 9/3). De beloning is zelfs „aanzienlijk lager”. Daarom komt er 50 procent bij. Het personeel krijgt 1.7 procent extra. En als het volgens de aandeelhouders even te veel tegenzit, komt er vast weer een nieuwe ontslagronde. Laten we dit eens omdraaien. ING geeft het personeel minstens 2 procent erbij, beperkt de bonussen en verbindt deze aan strikte eisen, met betrekking tot goed bestuur en prestaties. De beloningen voor de top worden flink teruggebracht. Niet dertig keer het gemiddelde loon, maar maximaal twintig keer het laagstbetaalde salaris. De bestuurders zeggen: iedereen die voor ING werkt, draagt een belangrijk deel bij aan het succes van de bank. Dat is zo vanzelfsprekend, dat wanneer het bij een vergelijkbaar bedrijf anders is geregeld, ze er voor geen (extra) geld naar toe willen.

Topbeloningen (2)

Stap over van bank

Enkele jaren geleden werden de salarissen van de ING ook al buitensporig verhoogd. Als voormalige klant van de Postbank (mijn eerste girorekening had ik op een leeftijd van 15 jaar geopend) was ik meeverhuisd naar dit concern, maar dit gegraai werd mij teveel.

Ik heb mijn rekening bij de ING beëindigd en heb een rekening geopend bij een van de duurzame banken (ASN en Triodos). Je bent dan bang voor veel gedoe, maar in de praktijk valt dat erg mee. Dat blijkt een goed besluit te zijn geweest, want het graaien vindt opnieuw plaats. Wat zou het een mooi gebaar zijn als nu eens héél véél klanten van de ING hun rekening zouden opzeggen. Misschien valt het kwartje dan bij de ING.

Diversiteit op tv (1)

Niet terug bij af

In zijn opiniestuk geeft Carlo Strijk aan dat diversiteit in het medialandschap en in de politiek ver te zoeken is (Na Humberto Tan zijn we weer terug bij af, nrc.nl, 8/3). Daarin heeft hij natuurlijk helemaal gelijk. De aanleiding om het hier over te hebben is ingegeven door het aanstaande vertrek van Humberto Tan als presentator van RTL Late Night. Het is alleen jammer dat zijn betoog feitelijke onjuistheden kent. Strijk heeft het over een „overduidelijke hetze” tegen Tan. Daarvan is geen sprake. Feit is dat door diverse factoren steeds minder mensen keken naar Late Night. Ingrijpen was onvermijdelijk, zeker bij een commerciële zender. Bovendien krijgt Tan andere programma’s, dus daarmee valt de aanleiding van Strijks betoog een beetje weg. Dat „zo’n rolmodel er nu niet meer is” is niet alleen onwaar, maar ook een belediging voor al die mensen die de media reeds kleur geven. Strijk begint zijn stuk met een hoogst eigenaardige conclusie: „Met welgeteld nul gekleurde vertegenwoordigers in het kabinet en nul gekleurde presentatoren van het kaliber Tan, staat de niet-westerse gemeenschap weer met lege handen.”

Ik hoop dat Carlo Strijk zich vooral hier heeft vergist. Het uitgangspunt dat gekleurde Nederlanders een aparte, niet-westerse gemeenschap vormen zou immers een veel groter probleem blootleggen dan alleen het gebrek aan diversiteit in politiek en media.

Diversiteit op tv (2)

Irritante reclames

Heeft Carlo Strijk enig idee van het percentage gekleurde mensen op de School voor Journalistiek? Vast wel. Verder moet de beste het worden en moet er gekozen worden uit het aanbod. Ik vind het ook jammer dat Humberto Tan weg moet, het is een zeer charismatische en prettige presentator, die het helaas af moet leggen tegen Jinek, een vrouw, ook een minderheid in deze functie. De reden dat zij of Pauw meer kijkers trekt, ligt volgens mij voor de hand, al hoor je er niemand over: de verschrikkelijk irritante reclameblokken bij Late Night.

Leven en lijden

Geen verheerlijking

Ex-pastor en atheïst Mullink overdrijft een beetje (Lijden is geen doel, Brieven, 8/3). Stellen dat tegenslag erbij hoort, is niet hetzelfde als het verheerlijken van lijden. Het betekent ook niet dat je alles maar lijdzaam moet ondergaan, of dat je het lijden van je medemens (en van jezelf) niet zou moeten proberen te verlichten. Het betekent wel dat je niet moet denken dat je alle lijden kunt vermijden als je maar alles goed doet; dus dat het niet altijd je eigen schuld is als dingen een keer niet meezitten. In die zin is de boodschap van Anthonissen-van der Louw juist bevrijdend. Meneer Mullink is wat al te gespitst op de weg die hij zelf heeft moeten gaan om zich van het geloof te verlossen, en ziet vooral waar hij bang voor is of wat hij zelf te lang niet beseft heeft: dat verheerlijken van lijden inderdaad niet goed is. Ik wens hem wijsheid en verdraagzaamheid. Want zijn punt is valide: geloof mag geen excuus zijn voor ‘laissez-faire’. Dan is het ook geen echt geloof, denk ik.