Europa wil van het gif af

Landbouw

Brussel wil dat boeren overstappen op een landbouw die zo min mogelijk pesticiden gebruikt. Dat lijkt vooralsnog niet echt te lukken. Maar deskundigen voorzien verandering.

Foto Flip Franssen

Nederland hoort bij de grootste gebruikers van pesticiden in de Europese Unie, gemeten per hectare landbouwgrond. Nog wel. Maar ecoloog Bert Lotz van Wageningen University & Research hoopt op een drastische terugloop van dat gebruik. Hij coördineert een net gestart, 5-jarig onderzoeksprogramma om compleet nieuwe, duurzame teeltsystemen op te zetten voor aardappel, appel, aardbei en lelie. Met amper nog gebruik van pesticiden. Het ministerie van Landbouw trekt er 6 miljoen euro voor uit.

Plantkundige Stefanie de Kool van de stichting Milieukeur spreekt zelfs van een omslag bij boeren. Ze gaan steeds duurzamer telen met name door de groeiende eisen die supermarktketens stellen.

Vorige week was een drietal insecticiden in het nieuws. Over deze drie middelen, behorend tot de groep van neonicotinoïden, oordeelde de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) dat ze een „risico voor bijen” vormen. Op het gebruik van deze drie middelen rust, op basis van eerdere zorgen, al sinds 2013 een moratorium (in gewassen die aantrekkelijk zijn voor bijen). Of er nu een definitief verbod komt, daarover moet de politiek beslissen. Het is in ieder geval aanleiding om te kijken hoe het staat met het pesticidengebruik, en alternatieven.

Naar die alternatieven moeten de circa 12 miljoen gangbare agrarische bedrijven in de EU sowieso op zoek. Want een Brusselse richtlijn uit 2009 schrijft voor dat ze duurzamer moeten worden, en overstappen op integrated pest management, geïntegreerde gewasbescherming, afgekort ipm. Het behelst onder meer een zo minimaal mogelijk gebruik van pesticiden – met behoud van opbrengst.

En er zijn meer redenen om op ipm over te stappen, zegt entomoloog Gerben Messelink, die in Wageningen onderzoek doet naar plaagbestrijding in kassen. Ziekteverwekkers raken tegen steeds meer pesticiden resistent. Chemiebedrijven hebben weinig nieuwe middelen ‘in de pijplijn’. Daarnaast is er die groeiende druk vanuit supermarktketens om duurzamer te telen.

Totale verkoop gewasbeschermingsmiddelen (consumenten en landbouw) per hectare landbouwgrond

Geen daling in de EU

Toch laten de cijfers van Eurostat tussen 2011 en 2015 nog geen duidelijke daling van het pesticidengebruik voor de EU als geheel zien. Het schommelt. Maar milieukundige Aaldrik Tiktak van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) plaatst daar kanttekeningen bij. Het gaat om landelijke verkoopcijfers. Behalve boeren kopen ook huishoudens en overheden pesticiden. Daarnaast geven de cijfers alleen de verkochte kilo’s weer. „Of er een verschuiving is naar minder schadelijke middelen kun je daar niet uit aflezen”, zegt Tiktak.

Het PBL heeft zelf ook cijfers over pesticidengebruik, specifiek voor de Nederlandse landbouw, voor de periode 2011-2015. Het gebruik van middelen tegen insecten nam in die periode iets toe, net als van middelen tegen schimmels en bacteriën. Herbiciden werden iets minder gebruikt. De sterkste afname zit bij grondontsmettingsmiddelen, zegt Tiktak. „Die werden op grote schaal gebruikt, bijvoorbeeld in aardappel. Maar ze zijn nu verboden.” Volgens Tiktak is dit – het toelatingsbeleid – een betere manier om de meest schadelijke stoffen terug te dringen dan boeren over laten stappen op ipm.

Of dat concept van geïntegreerde gewasbescherming in Nederland aan een opmars bezig is, is het PBL nu aan het onderzoeken, zegt Tiktak. De uitslag is pas volgend jaar bekend.

In ieder geval zijn er alternatieven genoeg voor pesticiden, zegt hij. Bijvoorbeeld voor die neonicotinoïden. Een internationale groep onderzoekers schreef er twee weken geleden een overzichtsartikel over in het tijdschrift Environmental Science and Pollution Research. Ze leggen de nadruk op geïntegreerde gewasbescherming, en ze werken vooral het voorbeeld van mais uit. Dat is een belangrijk gewas in Europa. Het wordt op zo’n 10 procent van de landbouwgrond verbouwd. Een van de plagen waar mais last van heeft is de larve van een bepaalde kniptor. Hij beschadigt de bladeren. Voor mais vormt deze larve veruit de belangrijkste bodemplaag. Boeren zetten hier preventief een insecticide tegen in (wat tegen de gedachte van ipm in gaat). Maar uit Europees onderzoek in vijf landen, waaronder Nederland, blijkt de schade door de larve erg mee te vallen. Het risico erop hangt mede af van factoren als het gehalte van organische stof in de bodem, de mate waarin de bodem wordt gedraineerd, en de mate waarin gewasrotatie (afwisseling van mais met bijvoorbeeld wintertarwe, sojaboon, zonnebloem, alfalfa) wordt toegepast. In optimale bodems bleek in meer dan 90 procent van de velden de schade verwaarloosbaar. De onderzoekers adviseren daarom maisvelden te controleren op die risicofactoren, en zo nodig het beheer aan te passen. Monitoring op kniptorren en hun larven (via speciale vallen) is ook nodig. Mocht er toch onverwachte schade zijn, dan kan dat worden gedekt via een coöperatief fonds. De ipm-aanpak blijkt een stuk goedkoper, zo rekenen de onderzoekers voor.

Financiële problemen

Maar dat is lang niet altijd het geval, schreven twee Wageningse wetenschappers vorig jaar in Crop Protection. Het zijn juist de extra investeringen die veel boeren ervan weerhouden over te stappen op ipm, omdat ze door de felle concurrentie al in financiële problemen zitten. Een van de uitzonderingen is tomaat, schrijven de twee. Daar was de overstap naar ipm wel succesvol omdat er drie dingen samenkwamen: in Duitsland wilde de consument een tomaat met meer smaak, de Duitse overheid wilde veel minder residuen van pesticiden op de verkochte groenten, en de telers konden voor hun nieuwe product een hogere prijs vragen. Daarop schakelde de ene na de andere Nederlandse tomatenteler in zijn kassen over op nieuwe rassen, en op biologische bestrijders (roofwantsen, roofmijten).

Volgens entomoloog Messelink is de ipm-gedachte in Nederland tot nog toe vooral aangeslagen bij vruchtgroenten in de kas. Naast tomaat ook bij komkommer, paprika, aubergine, courgette. „Biologische bestrijders vormen hier de basis van ipm”, zegt hij. Daarnaast staan planten niet meer in de grond, maar op een substraat (vaak op basis van steenwol). Dat minimaliseert het gebruik van pesticiden tegen bodemplagen. Dat wil niet zeggen dat er geen gif meer wordt gebruikt, benadrukt Messelink. „Paprika moet je nog steeds behandelen tegen bladluis. Maar dat middel wordt dan wel bij de plant gedruppeld. Dat is milieuvriendelijker en zuinig.” En in tomaat is twee jaar geleden een nieuwe plaag opgedoken, een roestmijt. „Daar kun je alleen een insecticide tegen gebruiken. Anders vreet-ie zo je hele plant weg.”

Kersenbomen onder een overkapping, die bij regen kan worden gesloten. Het is een van de technieken die op Proefstation Randwijk, onderdeel van de Wageningen Universiteit, wordt beproefd om het gebruik van pesticiden in de fruitteelt terug te dringen. In een andere proef is tegen rupsen van een schadelijke bladroller niet gespoten, om te kijken of en welke schade het oplevert. Foto Flip Franssen

In kasteelten als roos en chrysant wordt nog wel veel gif gebruikt. Omdat voor siergewassen de zogeheten nul-tolerantie geldt, zegt Messelink. „Er mag geen enkel beestje of wat dan ook op zitten.” Datzelfde geldt voor lelie, die in het open veld wordt geteeld.

Lelie is een van de gewassen waarvoor Bert Lotz een nieuw teeltsysteem hoopt te ontwikkelen, volgens de ipm-gedachte. Net als voor aardappel, appel en aardbei. Bij appel, zegt Lotz, wordt onder meer nagedacht over een overkapping die bij regen dicht kan, en bij droog weer open staat. Het idee is dat het beschermt tegen de schimmel die appelschurft veroorzaakt. „Die gedijt in vocht”, zegt Lotz. „En je voorkomt ook hagelschade.”

Voor aardappel denkt Lotz aan een combinatie van maatregelen om de grootste boosdoener, de schimmel Phytophthora, weg te houden. „Nu spuiten boeren er misschien wel elke anderhalve week tegen.” Wellicht werkt het om het gewas meer in rotatie te telen met bijvoorbeeld wintertarwe, ui, peen. Hij denkt ook aan goede monitoring op de verschillende stammen van Phytophthora, en bij ontdekking een zo lokaal mogelijke bestrijding. Hij verwacht ook veel van het inbouwen van niet één, maar meerdere genen die de aardappel resistent maken tegen de schimmel.

Zaak is straks wel dat boeren in zo’n nieuw systeem moeten investeren. Lotz: „De consument moet er een prijs voor willen betalen.”

Correctie, 11-03-2018: Er stond een incorrect onderschrift onder de eerste foto. Die is verwijderd.