Voelt het in een gure wind ook voor planten kouder aan?

Durf te vragen Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Deze week: hebben planten ook zoiets als een gevoelstemperatuur?

Een tuinierende lezer schreef aan de redactie: „Omdat ik planten in de tuin heb die ik beter kan afdekken als de temperatuur zakt onder een bepaalde temperatuur, bijvoorbeeld min 10 graden Celsius, vroeg ik me af of ik rekening moet houden met een extra ‘chill’ door de felle wind en de planten dus al eerder moet gaan inpakken?”

Wie het woord ‘gevoelstemperatuur’ letterlijk neemt, zegt meteen: planten hebben geen zenuwen, geen hersenen, geen gevoel en geen bewustzijn, dus kennen ze ook geen gevoelstemperatuur. Maar dat woord is misschien wat misleidend. Engelsen spreken van ‘wind chill’, een term zonder die subjectieve lading. De wind koelt het lichaam extra af (een effect dat je objectief kunt meten), en daardoor ervaren wij meer kou naarmate het harder waait.

Is dat bij planten ook zo?

„Het simpele antwoord is nee”, zegt Theo Elzenga, hoogleraar ecofysiologie van planten aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Wind chill treedt alleen op als het lichaam warmer is dan de omgeving. Het lichaam verwarmt dan namelijk een dun laagje lucht, en de wind neemt die warmte meteen mee. Daardoor koel je sneller af.”

Maar wanneer de temperatuur van het lichaam gelijk is aan de omgevingstemperatuur, zo legt Elzenga uit, dan is er geen warmtetransport. Planten produceren zelf geen warmte en zijn dus even warm of koud als hun omgeving. „Het maakt dus niet uit hoe hard het waait: de wind zal geen warmte afvoeren.”

Extra straling van de zon

Maar zo simpel is het toch niet helemaal. Planten produceren weliswaar zelf geen warmte, maar kunnen wel extra straling van de zon invangen en daardoor toch ietsje warmer zijn dan hun omgeving. Elzenga geeft een voorbeeld: donkere stengels en bladeren absorberen zonnewarmte, en stralen die ook weer uit. Zo verwarmen ook zij een schilletje van lucht om zich heen, dat kan wegwaaien in de wind.

„Het extreemst zie je dat in een bloem die de vorm heeft van een schotelantenne”, vertelt hij. Zoals een boterbloem. De schotelvorm laat de zonnestralen precies samenvallen in het centrum van de bloem. Dat warme plekje trekt insecten aan, die de bloem bestuiven, en het versnelt het rijpen van de zaden. Een straffe wind doet dat warmte-effect teniet.

Michel Haring, hoogleraar plantenfysiologie aan de Universiteit van Amsterdam, noemt nog een voorbeeld: planten die de winter overleven doordat hun bladeren een platte rozet vormen, dicht bij de grond. „Door die groeivorm vangen ze extra zonnestraling in en hebben ze minder last van de wind”, zegt hij. „De gevoelstemperatuur is universeel voor alle levende organismen.”

Maar de tuinplanten die je inpakt, zijn geen schotelvormige bloemen en geen platte rozetten. Heeft dat dan wel zin? Ja, zegt Elzenga, want bij planten in de wind is er iets anders aan de hand: ze drogen sneller uit. In ons klimaat is de wind vooral ’s winters erg droog. Wintergroene planten, zoals rododendrons, kunnen die uitdroging beperken door hun bladeren op te rollen.

Soms zie je dat planten juist aan de windkant afsterven (wie online zoekt op ‘wind burn’ vindt er plaatjes van), maar dat komt dus meer door uitdroging dan door kou. Inpakken helpt dus wel degelijk – maar niet zozeer tegen de chill.