Al die verspilling van eten zou de honger kunnen oplossen

Voedselverspilling Eenderde van al het eten wordt verspild. 800 miljoen mensen lijden honger. Hoe dicht je zo’n kloof?

Foto Shinya Masuda

Als ik vroeger mijn bord niet leeg wilde eten, wist ik al wat mijn moeder zou zeggen. Bij lekker eten vond ze dat mijn ogen weer eens groter waren dan mijn maag. Ging het om spruitjes of witlof dan werden de kinderen in Afrika erbij gehaald, die maar wat blij zouden zijn geweest met mijn groente. Eten weggooien, vond ze, dat deed je niet.

Maar we doen het wel. Op zeer grote schaal: volgens de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, wordt eenderde van al het eten wereldwijd nooit opgegeten. Het gaat ergens verloren, in de lange keten tussen boerderij en bord. Bij elkaar gaat het jaarlijks om ongeveer 1,3 miljard ton voedsel, met een marktwaarde van 700 tot 800 miljard euro, min of meer vergelijkbaar met het bruto binnenlands product van Nederland.

Die verspilling wordt natuurlijk niet alleen veroorzaakt door een paar spruitjes of wat oud brood. Het probleem is veel gecompliceerder. Het meeste weggegooide eten bereikt nooit een bord. Het verpietert op het land, bederft in de silo, raakt beschadigd op weg naar de winkel, verschimmelt voor het wordt verkocht of verzuurt in de koelkast.

In rijke landen zijn wij, consumenten, het zelf die hun eten onaangeroerd in de afvalbak gooien – gemiddeld zo’n 95-115 kilo per persoon per jaar. In Afrika en in Zuid- en Zuidoost-Azië verkwisten consumenten veel minder, jaarlijks niet meer dan 6 tot 11 kilo per persoon. Daar zijn het in de eerste plaats slechte landbouwmethodes en een zwakke infrastructuur, die ervoor zorgen dat veel van het eten nooit bij de consument terechtkomt.

Je zou dus kunnen zeggen dat in rijke landen de welvaart verantwoordelijk is voor de verspilling, terwijl dat in arme landen juist het gebrek aan welvaart is.

800 miljoen mensen met honger

Dit is vooral pijnlijk omdat tegelijkertijd volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2016 ongeveer 800 miljoen mensen kampten met voedselonzekerheid of honger – een aantal dat voor het eerst in jaren weer is toegenomen. Het eten dat wereldwijd jaarlijks wordt verspild zou ruim voldoende zijn om al die mensen te voeden. En zelfs de verwachte groei van de wereldbevolking nog een aantal jaren kunnen bijhouden.

Foto Shinya Masuda

Daar komt bij dat de productie van voedsel grote gevolgen heeft voor klimaat en milieu. De bodem wordt, zeker in rijke landen, bewerkt met zware, diesel slurpende machines. Koeienscheten en het verbouwen van rijst op natte velden dragen substantieel bij aan de uitstoot van methaan, een uiterst krachtig broeikasgas dat in korte tijd veel meer opwarming veroorzaakt dan kooldioxide. Het gebruik van kunstmest is verantwoordelijk voor de uitstoot van onder meer lachgas, met een 300 keer sterkere broeikaswerking dan kooldioxide. Voor nieuwe landbouwgrond worden nog steeds (illegaal) bossen gekapt of, erger nog, in brand gestoken.

Maar ook als ze het erf hebben verlaten, dragen landbouwproducten bij aan klimaatverandering. Ze worden verwerkt tot boter, pasta of ham. Ze moeten worden vervoerd, opgeslagen en bereid tot maaltijden. Ze worden gebakken, gekookt of ingevroren. Bederfelijke etenswaren moeten voortdurend worden gekoeld. Dat kost veel energie, die nog steeds vooral met fossiele brandstoffen wordt opgewekt.

Vooral in rijke landen is eten zo goedkoop, dat het als een wegwerpproduct wordt gezien

Al met al is de landbouw verantwoordelijk voor ongeveer eenvijfde tot een kwart van alle uitstoot van broeikasgassen in de wereld. De FAO schat dat alleen al de verspilling van voedsel omgerekend ongeveer 4,4 gigaton kooldioxide per jaar veroorzaakt. Dat is meer dan de complete jaarlijkse CO2-uitstoot van heel India en bijna net zoveel als de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen door het wegtransport.

Lees ook: Zo krijgt waardeloos eten een nieuw leven

En dat is nog niet alles. Voor de productie van het eten dat we jaarlijks verspillen is ongeveer 14 miljoen vierkante kilometer landbouwgrond nodig, dat is maar iets minder dan de totale oppervlakte van Rusland. Dat gaat ten koste van de biodiversiteit. Landbouw vormt een groot risico voor bijna driekwart van alle bedreigde dier- en plantensoorten.

Het verbouwen van al die overtollige producten kost volgens de FAO bovendien ieder jaar zo’n 250 kubieke kilometer aan water, dat is drie keer de hoeveelheid water in het meer van Genève. Terwijl watertekorten nu al op veel plaatsen voor problemen zorgen, iets wat door klimaatverandering alleen maar erger wordt.

Het garanderen van duurzame consumptie en productiepatronen, en dus ook het terugdringen van voedselverspilling, is daarom in 2015 door de Verenigde Naties uitgeroepen tot een van de duurzame ontwikkelingsdoelen voor 2030. Maar hoe voorkom je voedselverspilling?

Verdien 500 euro

Dat moet niet zo moeilijk zijn, zou je zeggen. Het levert geld op (bedrijven verdienen veertien euro voor iedere euro die ze hierin investeren, berekende het World Resources Institute), het voorkomt klimaatverandering en milieuvervuiling. En het is ook nog eens goed voor de portemonnee van de consument – die in Europa jaarlijks zo’n 500 euro per persoon kan verdienen als hij ervoor zorgt dat zijn ogen niet groter zijn dan zijn maag.

Ook aan de technologie hoeft het niet te liggen. Er is voldoende kennis van landbouwmethodes om de productie te verbeteren en om groente en fruit onbeschadigd te oogsten. Met een beetje extra zorg worden granen niet aangetast door ziektes of schimmels, en bereiken tomaten en mango’s heelhuids de consument. En een kromme komkommer kan net zo lekker zijn als een rechte.

Wat kan je zelf doen? Doe maar wel een zakje en andere tips tegen verspilling

Om voedselverspilling te voorkomen blijkt dus meer nodig dan geld en technologie. Vooral in rijke landen is eten zo goedkoop, dat het als een wegwerpproduct wordt gezien. Wat maakt het uit dat onze ogen groter zijn dan onze maag? Dat we oud brood weggooien omdat vers lekkerder is? Dit zijn volgens de Amerikaanse voedselactiviste Frances Moore Lappé, auteur van het boek Diet for a Small Planet (1971), symptomen van een falend systeem. Onrechtvaardige handelsakkoorden en een oneerlijke verdeling van welvaart houden dat systeem in stand. Honger wordt niet veroorzaakt door een tekort aan voedsel, is een bekende uitspraak van Moore Lappé, maar door een tekort aan democratie. Alleen een radicale verandering van de manier waarop we met eten omgaan en een bezinning op wat voedsel voor ons betekent kan een einde maken aan onze verkwisting.

De maand maart is door de Brabantse voedselorganisatie We Are Food uitgeroepen tot Maand tegen Voedselverspilling. Bij innovatiecentrum Three Sixty in Veghel zijn de hele maand activiteiten. Zie voor het programma: three-sixty.info/maand-tegen-verspilling.
    • Paul Luttikhuis