Recensie

Urland neutraliseert cynisme over theater

In ‘Ur’ doet het jonge performance-collectief Urland een poging terug te keren naar de elementaire magie van theater. Het viertal wil wegblijven van het overmatig zelfbewustzijn en cynisme dat jonge theatermakers parten speelt.

Scène met sprookjesdieren in ‘Ur’ van Urland Foto Julian Maiwald

Zwijgend komen de vier mannen van performance-collectief Urland de vloer op en monsteren het publiek. Het licht in de zaal blijft aan en de mannen koesteren de verwachtingsvolle spanning die hun kijken oplevert. Dan rollen ze een grote houten verhuiskist de vloer op. De rest van de voorstelling speelt hij een centrale rol: als verkleedkist, podium, boot, schatkist en heilige graal.

Ter inleiding houdt Ludwig Bindervoet een lange rede over de kijk van het jonge collectief op theater. De theatermaker zit klem tussen zijn verlangen naar publiek en de holle retoriek van de marketing, die van de kunstbezoeker een consument maakt. Ook Urland schreeuwt om aandacht, geeft hij toe: „Vergeef ons. We willen zo graag.”

Met Ur wil Urland een ‘reset’ van het cynisme, zegt hij, terug naar de „ursprong” van theater. Weg van het overmatige zelfbewustzijn dat de millennial-theatermaker teistert. „Wij geloven dat theater een antwoord is op wat we kwijt zijn in de samenleving.” Wat volgt is een reeks sketches waarin de vier twintigers op zoek gaan naar dat oergevoel. Ze verkleden zich met pruiken, maskers en kostuums tot prototypes als de barbaar, de harlekijn, sprookjesdieren en de ontdekkingsreiziger. Een ruige soundtrack – industriële, elektronische ritmes en duistere geluidslagen – geeft de scènes een scherp randje. Het is muziek die associaties oproept met de eightiesdoem van acts als Fad Gadget, Coil en Art of Noise.

In de mooiste scène rijden de vier rondjes op hoverboards (tweewielige gemotoriseerde skateboards) en maken ze à deux dansjes, fraai uitgelicht met eenvoudige spots. Het is even elementair als treffend theater. Niet alles werkt. Er is nikserig gedoe met een soundcheck en de act van de harlekijn mist richting. Maar de slotscènes zijn sterk. Eerst straalt er uit de kist een mysterieus, goddelijk licht en dan daalt een ontdekkingsreiziger uit de hoogte neer en monstert de ruimte alsof hij in een grot de verloren ark heeft teruggevonden.

Op hun soms inventieve, soms kneuterige wijze schetst het viertal in Ur hun versie van de magie en de fantasie van theater. En daarmee weten ze voor even het cynisme over de gebrekkige slagkracht van het medium te neutraliseren. Hoe mooi is dat.