Column

Stephen Fry bij Adriaan van Dis: het goede kan niet zonder het slechte bestaan

Zap In de laatste ‘Hier is… Adriaan van Dis’ kreeg Stephen Fry alle vrijheid, zonder op de tijd te hoeven letten. Van Dis zat erbij en luisterde.

Stephen Fry in DWDD Heimwee: Hier is... Adriaan van Dis (BNNVARA)

Het was aangekondigd als de zesde en allerallerlaatste aflevering van de DWDD-reprise van Hier is… Adriaan van Dis. Eigenlijk had de presentator na vijf keer willen stoppen – tot bleek dat de Britse schrijver, komiek en acteur Stephen Fry bereid was te komen.

Een programma in blessuretijd dus, wat werd geaccentueerd doordat Van Dis zijn gasten de linkerhand moest reiken. Hij heeft zijn pols gebroken. Dat hinderde hem met name bij het uitserveren van de roze champagne waar Fry zo van houdt: „How the fuck do you open this thing”, vroeg Van Dis. „Godverdomme”, vulde de Brit vriendelijk aan; hij kent een handvol woorden Nederlands.

Fry was de hoofdact, maar het eerste kwartier was voor de Syrisch-Zweedse dichter Ghayath Almadhoun en voormalig Dichter des Vaderlands Anne Vegter, die samen de bundel ik hier jij daar hebben gepubliceerd. Almadhoun sprak over ontheemding en las in het Engels en Arabisch een messcherp gedicht voor waarin een niet precies gespecificeerde ‘wij’ vergeving vroeg „omdat we zo schaamteloos waren om plotseling op te duiken in het journaal […] naakt, met alleen ons bloed en onze verkoolde resten”.

Van Dis vroeg Vegter om een gedicht voor te lezen, waarin een apocalyptisch beeld wordt geschapen van een ramp die de Nederlanders uit hun huizen en uit hun land jaagt. „Het Rijksmuseum is grotendeels ingestort, hoeveel overlevenden er zijn weet niemand.” Niemand zit op de gevluchte Nederlanders te wachten, „gelukszoekers worden we genoemd”.

Een sterk gedicht, maar het vervolg overviel me toch. Van Dis maakte een vreemd geluid, vertrok zijn gezicht en kon geen woord meer uitbrengen. Met moeite perste hij er nog uit dat hij altijd zo sterk ontroerd raakte door dit gedicht. Het was een even vreemde als bijzondere illustratie van de macht van het gesproken woord.

Het gesprek met Fry begon met de vraag of deze zichzelf beschouwde als ‘a broken man’, wat werd ondertiteld als ‘een man met een barst’ – een dichterlijke vrijheid die illustreerde hoe zorgvuldig er aan het programma is gewerkt.

Het leidde tot een elegante, minutenlange monoloog over Prometheus, Pandora’s doos en de relevantie van die Griekse mythen voor het heden en de toekomst van de mens. Fry vergeleek het internet met de ogenschijnlijke perfectie van de doos van Pandora, tot daar uiteindelijk de trollen, de scheldpartijen en de racisten uit tevoorschijn sprongen.

Van Dis zat erbij en luisterde, maar leek te zeer gevangen in bewondering om zichzelf een prominente rol in de conversatie te geven. Hij stuurde het gesprek richting Fry’s persoonlijk leven dat onder veel meer werd getekend door een bipolaire stoornis.

De Brit begon aan een nieuwe monoloog over hoe de diepe dalen van een depressie verbonden zijn met de ‘Jeanne d’Arc-achtige euforie’ die ook bij dat ziektebeeld hoort. Het goede kan niet zonder het slechte bestaan, concludeerde hij – waarna hij tevreden constateerde dat het hele gesprek cirkelde om de verbondenheid van het goede en het slechte, in zijn leven en in de wereld. We hingen aan zijn lippen.

Achteraf wist ik nog steeds niet of ik vond dat Van Dis het goed had gedaan. Maar we hadden gezien hoe mooi het kan worden als een bijzondere man de vrijheid voelt om zijn gedachten ergens over te laten gaan, zonder op de tijd te hoeven letten.

Ik begreep waarom Van Dis voor Stephen Fry nog één keer een Hier is… wilde maken.