Sla het boek dicht en loop!

Natuurwandelen Het thema van de Boekenweek is ‘natuur’. Reden om met schrijver en natuurliefhebber Koos Dijksterhuis te gaan wandelen in de duinen.

In de duinen zie je een minuscule wereld, zoals rendiermos... Foto Koos Dijksterhuis

Wat is het meest karakteristieke Nederlandse landschap? Zijn dat strand en duin, weiland, moeras of veengebied? Natuurkenner en wandelaar Koos Dijksterhuis vindt de keuze moeilijk, daarom beschrijft hij in zijn boek Handboek voor natuurwandelingen al onze twaalf landschappen. Van akkerland tot heide, van kwelder en beekdal tot de stad. De aanleiding van zijn wandelboek is het thema van de Boekenweek die deze zaterdag begint: natuur.

We gaan op pad en kiezen uiteindelijk voor de duinen bij Katwijk in Zuid-Holland, met het geruis van de zee op de achtergrond en fraaie landgoederen vol rijke natuur vlak achter de duinstrook.

Het letterkundig wandelen door de natuur kent een lange traditie. In de negentiende eeuw legde dominee Jacobus Craandijk zijn natuurwandelingen vast. Ook Jac. P. Thijsse wist van wandelen en van recenter datum is het John Jansen van Galen die al decennia natuurwandelt. Van hem is vorige maand Wandelparadijs Nederland verschenen.

Lezen over wandelen is aanstekelijk. Waar Van Galen ons wijst op de kunst van het wandelen en de verrassingen die elke wandeling biedt, zo beschrijft Dijksterhuis juist de wetenswaardigheden vanuit biologisch oogpunt. Wat komen we zoal tegen aan flora en fauna? Wat Wandelparadijs Nederland en Handboek voor natuurwandelingen met elkaar verbindt, is enthousiasme voor de natuur. Van Galen weerlegt de opmerking dat er steeds minder ruimte is voor de wandelaar: „Het tegendeel is waar! Bekijk het eens op lange termijn, bijvoorbeeld over de periode van ruim zes decennia waarin ik door Nederland gewandeld heb. Dan besef je wel dat de wandelaar in Nederland allengs meer ruimte kreeg!”

Dat ervaren we ook als we met Dijksterhuis eropuit gaan, zowel in zijn boek als daadwerkelijk.

Enigszins lukraak

In dit Katwijkse duingebied komen strand, weiland, landgoed, hooiland, waterpartij en parkachtige bebossing prachtig samen. „Het mooie van wandelen is dat je zelf het ritme bepaalt”, zegt Dijksterhuis. „Ik wandel graag in het wilde weg om ook te kunnen verdwalen. In mijn boek zijn kaarten opgenomen, zodat de wandelaar toch enig houvast heeft.” Ook Van Galen bepleit in zijn boek „de kunst van het verdwalen”.

…reusachtige, woekerende klimop rondom oude bomen… Foto Koos Dijksterhuis

We volgen enigszins lukraak een route die toepasselijk Trage Tocht De Pan heet door het Panbos, eens het jachtgebied van de heren Persijn uit Wassenaar. Duinen zijn geliefde natuurgebieden van Dijksterhuis. De streek bij het Noord-Hollandse Bergen is een van de in zijn boek beschreven landschappen. „In de natuur is altijd wat te beleven”, aldus Dijksterhuis, „er schuilt een Thijsse-achtige schoolmeester in me. Als kind was ik al opmerkzaam, en nog steeds is opmerkzaamheid het mooiste om mee te nemen in de natuur. Die zit echt stampvol verhalen.” Ook voor Thijsse vormen de Nederlandse duinen een van zijn favoriete plekken. In Waar wij wonen (1937) schrijft hij: „De zee en het zand, de wind en de planten bouwen samen de duinen. Dat gebeurt nog dag aan dag, ieder ogenblik. Elk golfje, dat tegen het strand oploopt, doet er het zijne toe, laat bij het teruglopen een klein kronkellijntje van zand achter.” Dat ‘lijntje’ kan het begin zijn van nieuw duin, zoals Thijsse vertelt. Nauwelijks zijn we in het gebied of Dijksterhuis wijst op de witte korstzwam op een dode tak. Het lijkt of deze zwam het hout doet ademen: „Als het net onder het vriespunt is en de zwam waterdamp uit het dode hout perst, dan verschijnt er een bosje ragfijne ijspluimpjes, als sneeuwwitte haardos.”

Altijd en overal kijken

Tot de vaste uitrusting van de natuurwandelaar behoren een verrekijker, een rugzak met daarin kaarten, regenjas voor als het weer omslaat, kompas, fles water, zakmes, telefoon met stappenteller en brood. We volgen het pad door heuvelachtig bosgebied en langs oude strandwallen, waar in vroeger tijden de landgoederen verrezen. Als we een open grasveld naderen, vermoedelijk een hooilandje van vroeger, ziet Dijksterhuis een eind verderop, onder wat duindoornstruiken, een groene specht. Zijn camouflage maakt hem bijna onzichtbaar. „Mensen verwachten geen spechten op de grond, maar tegen de boomstam. De groene vormt een uitzondering: die leeft van mieren en hakt nesten open.”

Natuur, het thema van de Boekenweek, stelt schrijvers voor een vrijwel onmogelijke taak: iets beschrijven wat verdwijnt zodra je er deel van uitmaakt.

De natuurwandelaar kijkt overal en aldoor om zich heen, nu eens naar de boomkruinen en dan naar de grond. Hij zegt: „Ik houd van dit mozaïeklandschap, waarin bloeiend speenkruid even belangrijk is als een reusachtige, eeuwenoude beuk.” Het valt op dat sommige stukken duin helemaal kaal zijn, als zandverstuivingen. Dijksterhuis: „Natuurbeheerders zijn onophoudelijk in de weer met verandering. Ik heb in de loop van de tijd open gebieden zien verbossen en nu is het de trend om verboste gebieden, vooral met oudere dennen, weer open te gooien en het zand te laten stuiven.”

…en eikvarens. Foto Koos Dijksterhuis

Het bijzondere aan natuurwandelboeken is dat weersgesteldheid een wezenlijk onderdeel is. „Roze wolken in laag zonlicht kondigen de avond aan”, noteert Jansen van Galen ergens tussen Deventer en Diepenveen. Ook de seizoenen spelen in Dijksterhuis’ natuurwandelingen een grote rol. Hij vecht zich door sneeuwstormen en raakt bevangen door hitte. Een vergelijkbare tocht die wij nu maken, liep hij eens in de winter bij Bergen aan Zee: „De wolken zijn zwaarder geworden”, schrijft hij, „de zon die zich erachter verstopt staat lager, het lijkt al te schemeren. De sneeuwstorm zwelt aan, de vlokken worden groter en zijn met meer. Ze zwiepen horizontaal in mijn gezicht.”

Minuscule wereld

Nu, in het vroege voorjaar, is de natuur milder. Dijksterhuis bukt zich en wijst op een minuscule wereld die aan onze voeten ligt, zo dichtbij dat de gemiddelde wandelaar eraan voorbijgaat. Maar niet als Dijksterhuis je gezelschap vormt: rendiermos en varens krijgen evenveel aandacht als een reusachtige, woekerende klimop rondom oude bomen. We begeven ons door geaccidenteerd landschap met heuvels en glooiingen, hier ooit aangebracht door de krachten van de zee met zijn ‘kronkellijntjes’. „Dit landschap mag gerust glooien”, aldus Dijksterhuis, „dat is uitzonderlijk en maakt me blij. Op het platteland schrik ik ervan hoe platgewalst het daar is. Dat klopt niet met zoals het vroeger was.”

Stemt het lot van de natuur Koos Dijksterhuis somber? „Als ik terugkijk op de tijd dat ik werkte aan dit Handboek en alles beschreef wat ik tegenkwam, dan zou je denken dat Nederland een enorme rijkdom biedt. Ik noem geelbuikschildpad en duivelsbroodrussula, vogelwikke en zwenkgras, gentiaanblauwtje en dennenorchis. Ik ben al die pracht tegengekomen en dat verheugt me. Maar door al die wandelingen zie ik ook de schaduwzijde. Laten we vooral goed voor onze natuur zorgen en niet uitsluitend aan nuttigheid denken, maar vooral aan natuurschoon.”

Koos Dijksterhuis: Handboek voor natuurwandelingen. Uitg. Atlas Contact, 248 blz. Prijs 19,99 euro. John Jansen van Galen: Wandelparadijs Nederland. Te voet door alle provincies. Uitg. Balans, 301 blz. Prijs 22,50 euro.
Lees ook de recensie van het boekenweekgeschenk van Griet Op de Beeck: Onbeholpen gejakker roept wantrouwen op
    • Kester Freriks