Ook u doet ertoe, zegt de buurtassistent

Wat doen burgers zelf, met of zonder de politiek?

Buurtassistent Tomaz Pattiapon staat in de keuken, de jongeman die hij bezoekt zit op een barkruk en rookt uit het raam. De man draagt een trainingsbroek en Birkenstocks, zijn donkere haar staat in pieken omhoog. Hij lijdt aan psychoses en is net weer „platgespoten” – „Ik ben afgevlakt, erg afgevlakt mag je wel zeggen.” Alles heeft hij al meegemaakt in zijn leven: „Rijkdom, armoede, relaties. Maar als je doodgaat en terugkijkt op je leven, wat heb je dan bereikt?

Helemaal niets. Helemaal niets.” „Dat hangt ervan af wat je ervan maakt”, zegt Pattiapon opgewekt. De jonge man moet lachen en drukt zijn peuk uit.

„Het ging niet goed met hem”, zegt Pattiapon onderweg naar het volgende huis. „Dat geef ik door aan zijn begeleider.” De gesprekken die hij voert als buurtassistent leiden hem vier dagen per week langs alle Apeldoorners in de wijk De Heeze: 3.100 mensen wonen er. ‘Buurt maken’: een praatje maken met bewoners, ‘het oor en oog van de buurt’ zijn. Als het nodig is belt hij instanties die kunnen helpen.

Apeldoorn-Zuid is een relatief arme buurt met veel ouderen en mensen met psychische problemen. Vlak voor zijn bezoek aan de psychotische man zat Pattiapon nog op de bank bij een 71-jarige vrouw die vertelde over haar dochter in een verslaafdenkliniek. „In het begin werd ik er bijna overspannen van, omdat het me privé ook raakte”, zegt Pattiapon. Nu kan hij zich er beter tegen wapenen. Hij wil mensen laten zien dat ze ertoe doen: „Ik vroeg eens aan een vrouw: hoe gaat het met u? Die begon spontaan te huilen. ‘Het is moederdag en m’n kinderen komen niet meer’, zei ze. Ik zei: ‘Weet u wel dat u ertoe doet?’ Dat heeft haar zo opgefleurd.”

Pattiapon en zes andere buurtassistenten zijn onderdeel van buurtcoöperatie Apeldoorn-Zuid. Het epicentrum is buurthuis Ons Honk, van maandag tot donderdag vol activiteiten. Deze dag lunchen zo’n veertig oudere buurtbewoners er met geprakte aardappels en worstjes, na het eten wordt de zaal vlug omgebouwd tot feestruimte. „Die tafels moeten opzij, ik moet wel kunnen dansen!” schreeuwt een meneer in een olijk overhemd. Muzikant Kees zet zijn spullen klaar, als opwarmer schalt een meezinger door de ruimte.

‘Dit is de hectiek van alledag”, lacht Mechelien Burghout, directrice van de coöperatie. Ze leunt tegen de bar, achter haar snijden twee jonge vrijwilligers leverworst. „Toen de decentralisaties eraankwamen, hebben Ton Kunneman en ik deze coöperatie opgericht, om dichter bij de mensen te komen.” Voor de financiering maakten ze gebruik van het right to challenge: de mogelijkheid voor burgers om (tegen betaling) gemeentetaken over te nemen als ze dat beter, sneller of goedkoper kunnen. De buurtassistenten, „mensen van boven de 50 die we uit de bijstand hebben gehaald”, zijn in loondienst. Veel verdienen ze niet, maar dat maakt Pattiapon niet uit: „Hiervoor deed ik van alles: ik was beveiliger, lasser en postbode. Maar dit is het leukste dat ik gedaan heb.”

    • Floor Rusman