Recensie

Niemand was ooit bij ‘de Wilden’ geweest

Pure verbeelding Ellen van Velzen haakt gedurfd aan bij de klassieke verhalentraditie. In haar tweede jeugdboek Kinderen van de Eindeloze Vlakte neemt ze je moeiteloos mee naar de dorre vlakte waar de twaalfjarige stamhouder Sen woont.

Hoeveel auteurs durven het aan, schrijven in de traditie van de klassieke storytelling, zoals Tonke Dragt en Paul Biegel dat deden? En als ze het al aandurven, hoe vaak slagen ze er dan in? Het debuut van Ellen van Velzen baarde daarom opzien. Terecht kreeg Jonge Vlieger (2013) een Vlag en Wimpel. Daarna begon het lange wachten op een nieuw boek van de evolutiebiologe, die tegenwoordig in Potsdam aan wiskundige modellen van planktondynamica werkt. Met Kinderen van de Eindeloze Vlakte maakt ze aan dat wachten gelukkig een einde.

Woestenij

Net zoals zijn voorganger is ook dit boek het resultaat van Van Velzens geloof in de kracht van pure verbeelding. Vanuit het idee dat ‘de wereld zoveel groter en vreemder is dan je je kunt voorstellen’, en je dus ‘niet moet geloven dat iets niets bestaat omdat je het nog nooit hebt gezien’, voert ze je – knap aanhakend bij de orale verteltraditie uit de volkscultuur – moeiteloos mee naar de ‘Eindeloze Vlakte’: een fictieve, dorre woestenij die volgens de overlevering het gevolg is van een vergeldingsoorlog tussen de goden van vuur en lucht, en aarde en water. Zowel de Kamarai als de Harati claimen deze doodse grasvlakte als hun land en zijn elkaars aartsvijand.

Van Velzen weet goed dat conflict de motor van elk krachtig verhaal is. Direct na de eerste bladzijden maakt ze het al spannend als Sen, de twaalfjarige zoon van het Harati-stamhoofd, gevangen wordt genomen door een Kamarai-krijger, om de indertijd gepleegde moord op de zoon van Kamarai-stamhoofd Baraka te wreken. Sen vreest voor zijn leven: de Kamarai staan bekend als ‘de Wilden.’ Maar tot zijn verbazing wordt hij geacht de plaats van Baraka’s zoon in te nemen. Moet Sen ontsnappen? Of is dit een uitgelezen kans de vijand van binnenuit te leren kennen?

De onbekende ander

In beeldende taal schetst Van Velzen overtuigend de identiteitsstrijd die Sen met zichzelf voert. Houdt hij vast aan het verleden, of kiest hij voor een eigen leven? Wie is nu zijn ‘echte’ vader? En hoe gegrond is angst voor de onbekende ander? Niemand was ooit bij ‘de Wilden’ geweest, realiseert Sen zich. Wat hij weet is gebaseerd op zijn vaders oordeel: ‘de Wilden waren een nachtmerrie aan de rand van hun wereld, als demonen opdoemend uit de nacht […], beschermd door zwarte magie.’ Het zijn relevante vragen waarmee Van Velzen ons treffend een spiegel voorhoudt.

Jammer is dat de overige personages te eenduidig goed of kwaad zijn. De metaforische gestalte van het wijze stamhoofd Baraka past weliswaar bij de mythologische sfeer die het boek ademt, maar zijn zalvende levenslessen over menselijk mededogen zijn te veel van het goede. Daarnaast halen ze de vaart uit het – door de overvloed aan beschrijvingen en bijvoeglijke naamwoorden –, toch al uitwaaierende avontuur. Evengoed houdt Van Velzen de spanning vast. Want waarom doodt een van de Kamarai-krijgers de eigen geiten? En lukt het de Kamarai de olifantenkudde te volgen die ze naar het ‘Groene Land’ moet leiden? Van Velzen toont wezenlijke vertelambitie, en dat moet gekoesterd worden.

    • Mirjam Noorduijn