Recensie

Met je voeten in de modder leer je meer

Jac. P. Thijsse

Uit een kleine, fijne biografie van ‘de lange, vlasbaardige’ natuurmens Thijsse spreekt eens te meer zijn liefde voor alles wat groeit en bloeit.

Sommige boeken laten zich het beste lezen op een bepaalde plek en in een bepaalde periode. Reve’s De Avonden: binnenshuis, eind december. Voor een optimale beleving van de biografie Jac. P. Thijsse. Natuurbeschermer en schrijver is het juiste ogenblik nu: de ontluikende lente.

Buitenshuis, in de zon, met een zingende merel naast je, snap je direct waarom Thijsse (1865-1945) regelmatig spijbelde van school. Met je voeten in de modder leer je veel meer dan in het klaslokaal, vond hij. Eenmaal zelf onderwijzer nam hij zijn leerlingen dan ook vaak mee naar buiten. En in zijn eerste boek, Van vlinders, bloemen en vogels moedigde hij de lezers aan om ‘natuursport’ te bedrijven.

Van onkruid tot insect: Thijsse beminde alles wat leefde. Hij gaf net zo makkelijk een lofzang op de distel (‘Zij zijn de ware voorraadschuren [...] van een groote schare van dieren, wier bestaan geheel en al van hen afhankelijk is’) als op weidevogels (‘De lucht is vol van leeuwerikenzang en ’t riet weergalmt van rietzangers en karekieten. Maar boven alles uit klinkt het geroep en gejodel van de kleine steltloopers’).

Die optimistische toon was kenmerkend voor Thijsse, schrijft Dik van der Meulen: ‘Bijna alles wat hij voor het publiek schreef, werd gekleurd door een vast vertrouwen in de vooruitgang.’ Dat vertrouwen van destijds voelt wel wat wrang ‘als je leest over een land waar het krioelde van de patrijzen, steenuilen, klauwieren, zomertortels en kemphanen, vogels die nu zo schaars zijn geworden’. Het Nederland van Thijsse had meer groen en minder asfalt. Toch zag Thijsse de auto als vooruitgang, schreef hij in een lustrumboek van de ANWB: ‘Natuurlijk, met trein en tram valt ook veel te beleven, maar dan kun je niet aan de noodrem trekken als de zaak belangrijk wordt. Laat ons dus de auto prijzen.’

Zulke citaten maken deze nieuwe mini-biografie interessant. Die is beknopt, vergeleken met de biografie door Sietzo Dijkhuizen (2005) en de brievenbundel Wanhoop nooit aan vooruitgang (2013). Toch is het een waardevolle toevoeging, ook dankzij de kleurenillustraties. Zo is er een tekening van een Gelderse roos afgebeeld die de achtjarige Menno ter Braak naar Thijsse stuurde.

Van der Meulen schrijft in een prettige, verhalende stijl – niet voor niets won hij met vorige biografieën (Multatuli, Willem III en de wolf) de AKO Literatuurprijs, de Libris Geschiedenis Prijs en de Jan Wolkers Prijs. De belangrijkste episodes uit Thijsse’s leven komen voldoende aan bod: zijn rol als pionierende natuurbeschermer, die in 1905 Natuurmonumenten oprichtte, en uiteraard zijn Verkade-albums.

De allerbeste plek om het boek te lezen is overigens Thijsse’s Hof: de heemtuin in Bloemendaal die in 1925 werd opgericht ter ere van de ‘lange, vlasbaardige vent’ (zoals Heimans Thijsse graag omschreef). Daar verwacht je hem elk moment ‘met een plantentrommel gewapend’ tussen de voorjaarsbloemen.