Kunststof sportvelden tellen in Amsterdam ook mee als groen

Talk of the Town

De VVD in Amsterdam droomt van de Olympische Spelen. Vele vrijwilligers maken zich vooral druk over de instandhouding van het groen.

Met het zicht op nestgaten voor ijsvogels aan het water associeer je het achtergrondgeraas eerder met een naburige waterval dan met de autobaan die pal langs volkstuinpark Ons Buiten loopt. Bij de parkeerplaats aan de ingang van het park zijn de voorbijzoevende auto’s bijna aan te raken, maar in de lanen tussen de tuinen vergeet je ze snel. Aan de andere kant ligt de dijk voor de Nieuwe Meer. Soms komen vliegtuigen laag over.

Dit tussen water en wegen ingeklemde restje grond is een intiem bloemen- en plantenparadijsje van 450 tuinen met huisjes, een sportveld van natuurgras en een clubgebouw. Met schietwilgen, grote bonte spechten, vleermuizenkasten, insectenhotels en lage aanlandoevers voor padden. Voor iedere Amsterdammer toegankelijk.

Grote, liefst olympische sporthal

Toch wordt dit tuinenpark bedreigd door plannen om de zaak om te ploegen en te bebouwen. „In het groen bouwen levert de gemeente meer geld op dan op een oud kantoorterrein”, zegt Saskia Boerma, secretaris van het volkstuinbestuur, die ordners vol gemeentelijke nota’s beheert. Nog maar net had het bestuur van Ons Buiten opgelucht vernomen dat een plan voor huizenbouw op hun grond niet doorging wegens de nabijheid van Schiphol, of daar kwam het idee de tuinen te laten wijken voor een grote, liefst olympische sporthal. Dat is ‘een van de opties’, hoorden ze een ambtenaar zeggen.

Door de groei van de stad moeten de sportfaciliteiten worden uitgebreid: Bewegende Stad heet dat. Uiteraard, maar de lokale VVD wil daarbij elk jaar een groot sportevenement in Amsterdam, liefst ook de Olympische Spelen in 2032, staat in het verkiezingsprogramma. Dat willen ook sportbonden. Dus misschien loopt straks de nieuwe Sport-as ook over het tuingroen, is de angst van het bestuur.

Een sporthal met parkeerplaatsen en beton zou een inbreuk zijn op het stelsel van „groene scheggen”, de corridors waardoor het buitengebied de stad binnenkomt. Maar de stad wordt voller. Je zou zeggen dat er voor meer mensen juist meer groen nodig is, maar meestal gaat het omgekeerd: steeds meer mensen verdringen zich op steeds kleinere stroken groen. De landelijke grens van Amsterdam-Noord is een bestuurlijk kunststuk, bewonderd door toeristen, maar in Zuid wordt alle beplanting bevochten. Voor een nieuwe sporthal is nog aparte toetsing nodig, maar kunststof sportvelden tellen al mee als groen. „Ik zou eindelijk eens willen weten waar we aan toe zijn”, verzucht Erik Hooijberg, vicevoorzitter van Ons Buiten. „Als ze zouden zeggen ‘over veertig jaar weg’, wist ik dat tenminste. Maar nu begint het telkens weer opnieuw.”

Snoeien en zagen

Behalve graven, planten, snoeien, zagen, sjouwen, schuren en verven, moeten de tuinders ook lobbyen bij de gemeente om hun gezamenlijke bezit in stand te houden. Dat hoort bij het tuinwerk. Hetzelfde geldt voor de vrijwilligers voor het aangrenzende Oeverlandenpark. Ze moeten alert zijn op hints tot opheffing in gemeentelijke hoorzittingen en vergaderingen. De tuinen kregen de laatste vier jaar steun van GroenLinks, de Partij voor de Dieren, de PvdA en D66. Maar omdat minister Kajsa Ollongren (D66, Binnenlandse Zaken) onlangs zei dat grote steden er niet aan ontkomen in het groen te bouwen, is het vertrouwen in haar partij gedaald.

De jongste plannota heeft het over „verplaatsing of optimalisering” van de volkstuin. Met optimaliseren – het complex zo aantrekkelijk mogelijk maken voor niet-leden – zijn de leden druk bezig. Bestuursleden Hooijberg en Boerma geven een rondleiding langs het doolhof voor peuters (de ‘kaboutertuin’), de paddenpoel en over het ecologisch wandelpad. Er wordt nagedacht over een trimbaan. Mensen genoeg om het voor elkaar te krijgen: de leden moeten 25 uur per jaar steken in vrijwilligerstaken. Op die vrijwilligers moet Amsterdam misschien toch zuinig zijn; één enkel besluit kan hen uitschakelen.

De ijsvogels hebben er in elk geval baat bij als bestuurders niet langer dromen van de Olympische Spelen 2032.

    • Maarten Huygen