‘Je zit aan de knoppen van de maatschappij’

Carrière bij het rijk De overheid trekt weer jonge mensen aan. „Ik vind het heel fijn om door de stad te lopen en een straattegel te zien waar we met zijn allen over hebben nagedacht.”

Anne Weeda (34) werkt voor de gemeente Rotterdam in de ruimtelijke ordening. Ze geeft leiding aan een team van 25 mensen. (Foto: David van Dam)

Het personeelsbestand van de Nederlandse overheid is behoorlijk grijs. Dankzij ontslagbescherming, jarenlange vacaturestops en ontslagrondes volgens een last-in-first-out systeem, is meer dan een kwart van de ruim 953.643 ambtenaren (inclusief onderwijs, defensie en politie) 55 jaar of ouder. Dit is aanzienlijk meer dan het landelijke gemiddelde: bij andere werkgevers valt 17 procent in die leeftijdscategorie. 23 procent van de medewerkers is onder de 35 jaar, zo blijkt uit de meest recente cijfers van Binnenlandse Zaken. En slechts 11 procent van de vacatures bij de overheid wordt ingevuld met iemand van 25 of jonger – het laagste percentage van alle sectoren.

Maar: sinds 2016 neemt het aantal jonge ambtenaren wél weer toe. „In enkele sectoren is de stijging van de gemiddelde leeftijd tot stilstand gekomen of daalt zelfs weer”, zo valt te lezen in het overzicht dat Binnenlandse Zaken in november publiceerde.

Wie zijn de jonge mensen die kiezen voor een carrière als ambtenaar? En hoe kwamen ze daar terecht?

Sascha Elzinga (25) werkt als woordvoerder bij uitkeringsinstantie UWV. Tijdens haar bachelor communicatie in Leiden kwam ze erachter dat ze voor de overheid wilde werken: het spanningsveld tussen politiek, burger en media sprak haar aan. Ze studeerde af bij de gemeente Haarlem en deed daarna nog een master politieke communicatie in Antwerpen.

Net als veel van haar studiegenoten van het hbo dacht ze eerst aan de commerciële sector. „Ik heb enige tijd voor een reclamebureau gewerkt en mooie campagnes gemaakt. Maar bij de overheid kun je het verschil maken: als in Den Haag iets bedacht wordt, heeft dat meteen invloed op ons werk. Ik vind het bijvoorbeeld een uitdaging om na te denken hoe we een nieuwe wet zo begrijpelijk mogelijk kunnen communiceren.”

Lees ook de column van Ben Tiggelaar: Wil ik wel/niet bij de overheid werken?

Fysiek en maatschappelijk werk

Ook Jelle van Haaster (29) was bijna de reclame in gegaan. Maar hij werd cyberonderzoeker bij het ministerie van Defensie. „Ik twijfelde na mijn tussenjaar tussen advertising op de kunstacademie en de militaire academie, lekker schizofreen. Ik vond de combinatie van fysiek en maatschappelijk werk interessant, dus het werd Defensie.”

Na vier jaar te zijn opgeleid om leiding te gaan geven bij de cavalerie (verkenningseenheid), maakte hij de overstap naar de cybertak van Defensie. Om te kunnen promoveren werd hij reservist: onderdeel van de flexibele schil van de krijgsmacht. „Van buitenaf lijkt het alsof je na je sollicitatie bij het Rijk aan een baan vastzit tot je 67ste, terwijl je binnen de overheid juist veel kunt switchen.”

De loopbaan van Anne Weeda (34) nam eveneens een onverwachte wending. Ze studeerde af als stedenbouwkundige aan de TU Delft, met een stage bij de gemeente Rotterdam. Ze was niet van plan er te solliciteren: „Ik ben zo verknocht aan deze stad dat ik het moeilijk vond om er mijn werk van te maken. Bij de gemeente gebeuren soms dingen waar ik het als bewoner niet altijd mee eens ben.” Toch geeft ze er nu leiding aan een team van zo’n vijfentwintig beheerders van de buitenruimte en houdt ze zich bezig met zaken als bomen en wegonderhoud.

Op het moment dat ze een baan zocht, was nog volop crisis, vertelt Weeda. „Als er al een functie in mijn vakgebied was, kwamen daar driehonderd reacties op. Ik ging steeds breder zoeken en zo kwam ik bij het traineeprogramma van de gemeente en het Rijk.”

Via dat traineeship, een opleiding waarvoor zich jaarlijks tot wel 2.000 studenten aanmelden, kwam ze eerst op de afdeling watermanagement van de gemeente terecht. Niets voor haar, constateerde ze: „Het abstractieniveau van een model voor een overstroming die eens in de driehonderd jaar voorkomt, is niets voor mij. Ik vind het heel fijn om door de stad te lopen en een straattegel te zien waar we met zijn allen over hebben nagedacht.” Een steentje bijdragen aan de stad – in haar geval soms letterlijk – geeft „best een goed gevoel”.

Weeda: “Verkeersborden die worden gebruikt bij werkomleidingen, bijvoorbeeld wanneer we snoei- of straatwerkzaamheden hebben.”. Foto David van Dam

Twee weken in Mali

Dat zichtbare resultaat is voor Van Haaster de reden zich niet te laten strikken door recruiters. „Ik heb een lijstje met namen van consultancybureaus die me een baan hebben aangeboden omdat ze cyber voor mijn naam zien staan. Daar zou ik tegen een hoge uurprijs advies geven zonder dat ik weet wat mijn daadwerkelijke impact zou zijn. Ik zou misschien drie keer zoveel verdienen en een leaseauto rijden, maar bij de overheid zit je gewoon aan de knoppen van de maatschappij.”

Van Haaster heeft naar eigen zeggen last van de ‘millenialziekte’: hij wil de wereld iets beter maken, hoe minimaal het ook is. Vorig jaar was hij bijvoorbeeld twee weken in Mali om te kijken hoe ze nieuwe technologie konden gebruiken om de troepen beter te kunnen laten communiceren met de bevolking. „Zoiets concreets, daar doe ik het voor.”

Emke Westra (33), adviseur bij Defensie en voorzitter van het jonge ambtenarennetwerk Futur, signaleert een generatie jonge ambtenaren met een sterke intrinsieke motivatie. „Je kunt je bij de overheid ontwikkelen en met ingewikkelde vraagstukken bezighouden. Dat blijkt voor veel mensen een belangrijkere motivatie dan snel doorgroeien en veel geld verdienen.” Je ziet het bijvoorbeeld aan de enorme hoeveelheid aanmeldingen voor een rijkstraineeship, zegt Westra. „Het is tegenwoordig bijna een olympische prestatie om binnen te komen.” In 2016 begonnen 1.922 kandidaten aan een sollicitatietraject, voor 135 banen.

Het is volgens haar lastig voor starters om op een andere manier een baan bij de overheid te vinden. „Voor hen zijn er op dit moment te weinig vacatures. Terwijl er wel een grote groep is die straks massaal met pensioen gaat, dus je hebt jonge ambtenaren nodig om de organisatie toekomstbestendig te maken.” Ook is er binnen de overheid lang te weinig oog geweest voor doorgroei- of overstapmogelijkheden. „Daardoor zagen de jongeren die er werkten te weinig groeipotentieel voor hun carrière en verlieten ze de organisatie. Ze zijn helaas nog steeds de grootste uitstromers.”

Stroperigheid

Cyberonderzoeker Jelle van Haaster won in januari de prijs voor ‘Jonge Ambtenaar van het Jaar’, uitgereikt door Futur. Hij werd door de jury geprezen om zijn vaardigheden en maatschappelijke drive, en „zijn vermogen om op zichzelf te reflecteren”. Een jaar lang mag Van Haaster jonge ambtenaren vertegenwoordigen als ‘toonbeeld van een ambtenaar die verandering brengt’.

Inmiddels is hij bijna klaar met zijn proefschrift over het militaire nut van cyberoperaties. „Het klinkt mogelijk wat zweverig, maar mijn onderzoek heeft een holistische aanpak. Daarbij ga je ervan uit dat alles invloed heeft op elkaar.” Het is een manier van denken die volgens hem exemplarisch is voor een nieuwe generatie jonge ambtenaren, die hun baan als platform gebruiken om initiatieven te ontwikkelen. „Die mensen overstijgen hun eigen afdeling of domein. Maar ze werken vaak in een starre organisatie die gevormd is in de industriële twintigste eeuw, waarin risicobeperking en focus op je eigen proces belangrijk zijn.”

Westra herkent dat beeld. „De meeste ambtelijke organisaties zijn zo ingericht dat iemand op een afdeling functie x heeft, terwijl jonge mensen een probleem willen oplossen en daarvoor misschien wel grens- en roloverschrijdend moeten werken. Daar zit nog een spanningsveld tussen.”

Weeda: “Deze hekjes zijn van een speelplek geweest en staan nu op het speeldepot om te kijken welke onderdelen we kunnen hergebruiken.”. Foto David van Dam

Als een onderwerp politiek wordt is de ruimte vaak beperkter en kan de ambtelijke stroperigheid toeslaan, zegt Anne Weeda van de Gemeente Rotterdam. „Dat kan voor jonge mensen frustrerend zijn. Maar als je initiatiefrijk bent is hier veel mogelijk.” Zo krijgt ze veel vrijheid om te experimenteren met nieuwe toepassingen of producten, zoals sensorgevoelige verlichting, nieuwe maaimethodes of stil asfalt. „Dat werkt innovatie in de hand.”

„Als ze zien dat je talent hebt en hard werkt, kun je snel stappen maken”, beaamt Elzinga. Van Haaster: „Er wordt vaak gezegd dat je binnen de overheid weinig vrijheid hebt. Maar als je hard werkt en ambitie toont, is er veel mogelijk. Als je hoofd boven het maaiveld uitsteekt wordt het er sowieso een paar keer afgehakt, dus je moet wel het enthousiasme en het vertrouwen in jezelf hebben om dan door te gaan.”


Correctie (14 maart 2018): In een eerdere versie van dit stuk stond first in-first out. Dat moet zijn: last in-first out. Hierboven is dat aangepast.