Recensie

Is angst gevaarlijker dan een kernramp?

Fukushima

Kunstenares Tinkebell onderzoekt angst in Fukushima. Op de plek waar een kernramp plaatsvond, neemt de straling af maar de angst niet. In het getroffen gebied graaft ze dieper dan vrezende passanten.

Paniek vermijden, dat is het devies van de Nederlandse regering als in mei 1986 een radioactieve wolk afkomstig uit Tsjernobyl over ons land trekt. Vrij Nederland reconstrueert in 2011, na de kernramp in het Japanse Fukushima, hoe Nederland reageert op de paar dagen van verhoogde straling in 1986. Toenmalig minister Pieter Winsemius zegt in het artikel: ‘Echtparen met jonge kinderen, zwangere vrouwen, die begonnen licht panisch te worden. Dat moet je niet gaan zitten voeden.’ Dat is dus ‘het gevaar van angst’, ook de titel van het nieuwe boek van Katinka Simonse, beter bekend als de kunstenares Tinkebell.

Zij gaat in 2015 mee op een persreis naar Fukushima. In witte pakken en met mondkapjes op bezoekt de groep een stadje in het rampgebied. In een opwelling besluit Tinkebell daar bloemen te plukken en mee te nemen. De bloemen, waar volgens een geigerteller amper straling op te vinden is, stuurt ze op naar Nederlandse journalisten, politici en voorstanders van kernenergie. Ze wil een schrikreactie oproepen. ‘In een bloemetje uit Fukushima zit namelijk de mogelijkheid van gevaar. En dat is stressvoller dan de zekerheid van gevaar. Dit mogelijke gevaar is namelijk niet in te schatten.’

Vier keer reist Tinkebell (zelf overigens een tegenstander van kernenergie) naar Fukushima. Op het laatst lacht ze om de journalisten in de witte pakken op plekken waar echt geen stralingsgevaar meer is. Haar interesse is dan verschoven van de kernramp zelf naar de gevolgen ervan voor de bevolking, de communicatie over de ramp, de angst en de beeldvorming.

In het begin van het boek weet ze nog niks. Dat kun je onbevangen noemen, maar evengoed naïef. Gecombineerd met een schrijfstijl die doet denken aan een puberdagboek, zijn de eerste zestig bladzijden even doorbijten. Dat verandert bij die anekdote over de bloemen. Daar toont Tinkebell zich als de kunstenares die in eerdere projecten al mensen confronteerde met een werkelijkheid die liever op afstand gehouden wordt. Ze leert van Japanners hoe krampachtig de overheid in Japan met de berichtgeving rond de kernramp en de nasleep omgaat. Er wordt vooral heel weinig gezegd, of er wordt gelogen om bewoners rustig te houden. Het communicatieprobleem wordt een vertrouwensprobleem, constateert Tinkebell. ‘Wie geen vertrouwen heeft wordt angstig’, schrijft ze. En angst verblindt, leidt tot oogkleppen en kan zichzelf vergroten, schrijft ze. ‘Het maakt mensen dom, onverstandig, gevaarlijk, ongelukkig, ze worden er ziek van of ze gaan er, in het ergste geval, aan dood.’

Van onwetende deelnemer aan een persreis verandert Tinkebell in een nieuwsgierige reiziger die met geigerteller en camera het getroffen gebied rondtrekt. Haar filmpjes op YouTube worden becommentarieerd door complotdenkers en hysterici. De transformatie die ze doormaakt en haar bevindingen over angst zijn de sterkste punten van dit boek. Het is knap hoe ze de lezer voor zich weet te winnen. Het is een aanpak die inhoudelijk goed werkt, maar stilistisch minder goed uitpakt. Ze combineert verslaglegging en interviews met brieven die ze naar een onbekende geliefde schrijft. Ze voert zo veel terugkerende personages op, de verliefde hotelmanager, de bange fotograaf, de eigenwijze tolk en nog vele anderen, dat het verwarrend wordt en ze legt leuk gevonden ironie (dat ze in een gebied waar menigeen doodsbang zou zijn voor kankerverwekkende straling het bangst is voor spinnen in de deuropening) er te dik bovenop. De zijwegen en terugkerende elementen zijn net iets te veel van het goede.

Door haar vasthoudendheid en onbevangenheid heeft Tinkebell een bijzonder boek gemaakt. Zoals de vervuilde grond rond Fukushima wordt afgegraven, heeft Tinkebell gegraven op de plek waar veel journalisten niet verder kwamen dan berichtgeving en korte interviews met getroffen bewoners. Ze laat zien met welke angst de bewoners leven en wat angst doet. Meer nog dan een kernramp. Ze heeft dat gedaan door juist zoveel mogelijk zonder angst rond te reizen. En zoals ze het opschrijft voelt dat niet eens dapper, maar wel erg knap.

    • Alex van der Hulst