‘Ik wil spelen met een gepassioneerde gretigheid’

De Rijzende Ster Victor Julien-Laferrière (1990) won vorig jaar het Koningin Elisabethconcours in Brussel. Jury-oordeel: zeldzaam precies en verbluffend ingetogen. Deze week speelt de cellist op het Festival Jong Talent op Schiermonnikoog.

Zijn koffer staat klaar, terwijl die nog nauwelijks was uitgepakt. Reizen is business as usual voor cellist Victor Julien-Laferrière (27). „Het winnen van het Elisabeth Concours bracht wat ik ervan hoopte”, zegt hij. „Ik ben op zich niet meer concerten gaan geven, maar wel betere, en meer als solist.”

Tachtig concerten per jaar zijn dat nu ongeveer, waaronder donderdag twee op het intieme Festival voor Jong Talent op Schiermonnikoog, volgens ingewijden een van de charmantste klassieke festivals van Nederland. Op rustige dagen studeert Julien-Laferrière voornamelijk, zegt hij. „Mijn drang goed voorbereid te zijn wordt steeds sterker. In drukke concertweken is het zes uur per dag, maar meestal wel meer.”

Hoe omschrijf je jezelf?

„Ik kom uit een muziekfamilie; mijn ouders, zus en broer zijn musici en ook voor mij was dat altijd het doel. Maar niet op een verbeten manier. Muziek mag geen ‘moeten’ worden, de uitdaging is om de gepassioneerde gretigheid van de amateur te behouden.”

Pas je in een traditie?

„Een van mijn leraren, de Oostenrijkse cellist Heinrich Schiff (1951-2016), heeft me sterk beïnvloed. Hij was, grappig genoeg net als mijn eerdere leraren, student van André Navarra – een van de meest legendarische pedagogen van die generatie. De Navarra-techniek wordt getypeerd door een goede strijktechniek, maar ook door een duidelijke visie op de relatie tussen de musicus en zijn instrument. Cellospelen is iets wat je dient te benaderen vanuit een zekere eenvoud, als iets ‘ambachtelijks’. Schiff praatte er ook veel over wat voor hem de essentie was van het musicus-zijn. Dat muziek een oneindige leerschool is, en dat je dus altijd bescheiden moet blijven.”

De jury van het Elisabethconcours noemde je spel ‘ingetogen’. Herkenbaar?

„Niet helemaal. Concoursen zijn een momentopname; als je me zou horen buiten de vergelijking met andere cellisten, zou de indruk anders zijn denk ik. Ik kan in elk geval heel veel mensen bedenken die me niet als ‘bescheiden’ of ‘ingetogen’ zouden kenschetsen!”

Je maakte vier cd’s, waarvan twee met een ‘Diapason d’Or’ onderscheiden. Was zo’n concours geen gepasseerd station?

„Mijn motief was praktisch: ik had niets te verliezen. Mijn agenda was al behoorlijk vol. Als ik won, zou dat kunnen leiden tot meer solowerk in mijn eigen regio. En als ik verloor, moest ik alleen maar een egokrenking overleven. Maar ik won, en er is inderdaad veel solowerk uit voortgekomen. Vroeger studeerde ik recitalprogramma’s in voor twee concerten, nu eerder voor acht op een rij. Dat is fijn, want dan kun je dieper in de muziek doordringen. Daarvan groei je als musicus.”

Waar ben je over tien jaar?

„Alle musici die ik bewonder, dromen van hetzelfde: een mix van solo-optredens bij steeds betere orkesten en daarnaast interessante, eigen projecten. Dat kan een eigen festival zijn, of het organiseren van een bijzonder programma met nieuwe muziek. Daarnaast wil ik graag kamermuziek blijven spelen, met musici die ik intellectueel en muzikaal stimulerend vind. Violà: de steunpilaren van mijn ideale carrière. En het gevaar? Te veel spelen, te snel te veel willen. Maar ik heb goede hoop.”

Festival Jong Talent Schiermonnikoog: 10 t/m 15 maart. Concerten van Victor Julien-Laferrière op 15-3. Inl: schiermonnikoogfestival.nl