Droneregels blijken lastig te handhaven

Dronebedrijven Bedrijven die een drone voor commercieel gebruik exploiteren, klagen over valse concurrentie. Ongecertificeerde dronebedrijfjes kapen opdrachten weg bij commerciële dronebedrijven. De prijs blijkt veelal doorslaggevend. En hoewel de regels voor dronegebruik streng zijn, blijven overtredingen vaak ongestraft.

Luchtfoto van Groningen gemaakt door een drone. Foto Creative Nature

Het is de droom van ieder postorderbedrijf: autonome drones die pakketjes naar de voordeur van hun ontvangers vliegen. De Amerikaanse webwinkelgigant Amazon patenteerde in de zomer van 2017 al eens een dergelijk idee. Maar op marketingstunts na is de werkelijkheid weerbarstiger: zo ver is het nog lang niet.

In werkelijkheid is het vliegen met drones in Nederland gebonden aan vele strenge regels en wetten: volledige autonoom vliegen mag überhaupt niet. Boetes voor schendingen van deze regels worden sinds juli 2013 uitgereikt. Dat waren er 129 tussen januari 2015 en november 2017, blijkt uit politiegegevens die NRC verkreeg via een beroep op de Wet openbaar bestuur. Dat zijn er weinig als je kijkt naar de strikte regels en de hoeveelheid drones die rondvliegen.

Hoeveel drones er in Nederland zijn, is onbekend: iedereen kan ze kopen, overal. Schattingen liggen rond 60.000 drones. De meeste zijn van particulieren. De regels zijn streng: je mag eigenlijk nergens vrijuit vliegen, en je mag mensen en objecten niet te dicht naderen. Boven aaneengesloten bebouwing mag je niet vliegen. En wil je van je hobby je werk maken, dan moet je een vergunning aanvragen en examens afleggen.

Deze bedrijfsvergunningen zijn er in twee varianten en worden verleend door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). ILT gaf ruim vijftig keer een zogenoemde ‘Remote Operator Certificate’ (ROC) af en bijna 500 keer een ROC-light. Er zijn grote verschillen tussen de twee varianten. Met de volledige vergunning op zak, die 15.000 euro kost, mag je drones tot 150 kilo de lucht in sturen. Met de light-variant, die maar 440 euro kost, alleen drones tot 4 kilo. En met een ROC-light mag een drone ook minder hoog de lucht in, minder dicht bij objecten komen en ook op minder plekken vliegen. Daarnaast kunnen bepaalde restricties opgeheven worden als het bedrijf beschikt over een volledig certificaat. De light-variant kent dergelijke ontheffingen niet. Het aantal gecertificeerde drones groeit: het verdubbelde de afgelopen twee jaar, blijkt uit gegevens van branchevereniging DARPAS, voor dronebedrijven.

Pieter Franken was de eerste dronebezitter die een volledige vergunning kreeg. Zijn bedrijf Skeye B.V. gebruikt drones om voor opdrachtgevers moeilijk te bereiken gebouwen te inspecteren, bijvoorbeeld schoorstenen van hoogovens, of poten van boorplatforms. Met zijn drones kunnen ook voorraden erts en steenkool worden berekend die in enorme bergen op bedrijventerreinen liggen.

Franken is tevens voorzitter van de branchevereniging voor dronebedrijven met een volledige vergunning. Vraag hem wat hij van de regels voor dronegebruik vindt en hij brandt los. Hij kan de tv nog niet aanzetten of hij ziet een overtreding. Beroepsdeformatie, noemt hij het. Dan worden er beelden getoond, geschoten vanaf een drone die boven de Hofvijver vliegt. „Maar dat is een verboden zone voor drones.”

Links Jelte Keur, onder Pieter Franken, beiden drone-ondernemers.
Nederland, Alphen aan den Rijn, 04-01-2018.
Pieter Franken, van Ayer.
Foto: Olivier Middendorp
Links Jelte Keur, rechts Pieter Franken, beiden drone-ondernemers.
Foto Olivier Middendorp

Meer overtredingen, meer boetes

Hoewel de regels voor dronegebruik veelvuldig overtreden worden, daalde het aantal uitgeschreven boetes in 2017 zelfs ten opzichte van het jaar daarvoor, blijkt uit de politiegegevens. „Ik vind het erg weinig”, zegt Franken. „Er vliegen duizenden drones in Nederland en er wordt min of meer illegaal mee gevlogen.” Vroeger stuurde Franken nog wel eens beelden van overtredingen naar de politie en de Inspectie, maar zij deden er niets mee. „De politie kan er alleen iets mee als het een heterdaad is. We zijn er maar mee gestopt.”

Oneerlijk vindt hij het wel. Franken houdt zich met zijn bedrijf strikt aan alle regels, waardoor hij hogere kosten maakt en dus hogere tarieven moet rekenen dan concurrenten die het niet zo nauw nemen met de regels. Hij telt op: „De luchtwaardigheidskeuring van een drone kost zo’n 2.500 tot 2.750 euro. Het benodigde vliegbrevet kost je 15.000 euro per piloot. De dure, professionele drones moet je ook nog even betalen, denk aan 40.000 euro.” Piloten moeten medisch gekeurd worden en de drones moeten worden verzekerd. Er moet een operationeel handboek zijn, waarin procedures voor alle handelingen worden beschreven. Gevolg: „Ik kan niet concurreren met iemand met een ROC-light die bij de Mediamarkt voor 2.000 euro een drone haalt.”

En dat is wel het probleem waarvoor hij zich ziet gesteld. Vaak concurreert Franken met ROC-lighthouders om hetzelfde werk. Opdrachtgevers hechten niet allemaal evenveel waarde aan de vergunningen van de dronebedrijfjes die ze inhuren. „De media-opdrachten zijn allemaal weg, want er is altijd een grapjas die het goedkoper doet, met een halve vergunning of zonder vergunning.”

Maar ook de ROC-lighthouders klagen over oneerlijke concurrentie. Zij hebben op hun beurt last van dronebezitters zonder vergunning. Jelte Keur (35) heeft sinds een paar jaar een eigen dronebedrijfje, keurOverview. Hij maakt voornamelijk video-opnames met zijn drones. Onlangs filmde hij skiërs en snowboarders voor een reclame voor hippe wintersportkleding. Keur werd een bekende naam in de dronewereld met een filmpje van de Utrechtse Domtoren in de mist in 2014. Het filmpje ging het hele internet over. Keur werd daarna vrij rap gesommeerd langs te komen bij de Luchtvaartpolitie. Boete: 350 euro. „UAV in mist Domtoren Utrecht > mist, vliegen met videobril, boven bebouwing, 3x fout is 350”, staat in de politiegegevens op 21 november 2014. Het tv-programma Zondag met Lubach reageerde op de boete van Keur met het uitzenden van eigen ‘dronebeelden’ van het Torentje op het Binnenhof, in een poging te achterhalen „hoe ver je mag gaan”. De beelden bleken later met een kleine camera opgenomen te zijn in Madurodam.

Keur maakt nog steeds dronefilmpjes en heeft een ROC-light op zak. Met een volledig certificaat zou hij zichzelf de markt uit prijzen, denkt hij: „Je hebt dan op locatie meer mensen nodig: een spotter die het luchtruim in de gaten houdt, de bestuurder en iemand die de camera bestuurt. Veel klanten zeggen dan: laat maar hangen, want je bent ineens drie keer duurder.” Volgens Keur is de regelgeving niet logisch. Bedrijven met een light-certificering mogen soms zelfs minder dan amateurs. Amateurs mogen bijvoorbeeld tot 120 meter hoog vliegen. Met de light-vergunning mag je tot maximaal 50 meter hoogte.

Niet-werkende oplossing

Zulk gebrek aan logica in de regelgeving herkent Franken. Wil hij met zijn volledige vergunning in een zogenoemd klasse C-luchtruim vliegen, – beveiligd luchtruim rond bijvoorbeeld luchthavens – , dan moet hij zijn drone uitrusten met een transponder, een zender die de drone detecteerbaar maakt voor overig luchtverkeer en de luchtverkeersleiding. Alleen werkt die transponder pas boven de maximaal toegestane vlieghoogte van de drone. „Het is een niet-werkende oplossing, voor een niet-bestaand probleem. Zo’n transponder kost in totaliteit tussen de 15.000 en 20.000 euro.”

Handhaven op drones is niet eenvoudig, maar wordt hetzelfde gehandhaafd als een verkeersovertreding zegt, Ed Kraszewski, van de Landelijke Eenheid van de politie. „Als een agent een drone ziet vliegen, moet hij alert zijn.” In 2017 werd er 133 keer melding gemaakt van een drone, dat leidde in 35 gevallen tot een proces verbaal. Bij een melding gaat de lokale politie poolshoogte nemen. Zij kunnen expertise inwinnen bij de luchtvaartpolitie. In gebieden rond luchthavens wordt strenger gecontroleerd.

Rob van Nieuwland van branchevereniging DARPAS vindt de pakkans te laag: „Over sommige regels kun je discussiëren en ze geleidelijk aanpassen. Maar de rest moet je naleven en met name handhaven. Dat gebeurt te weinig. En dat is funest voor de ontwikkeling van de branche.”

Met medewerking van Yordi Dam.