Recensie

Gevangenen van de winterduisternis

Jón Kalman Stefánsson

In dit romandebuut uit 2005 wordt beschreven hoe vernieuwing in een afgelegen IJslands dorp tot ontwrichting leidt van eeuwenoude waarden. Op hun beurt zijn de bewoners van het dorp de gevangenen van hun dromen.

Begin hiermee: Kalfsvlies, Marieke Lucas Rijneveld | Kameleon, Charlotte Van den Broeck | Kwaad gesternte, Hannah van Binsbergen

Het dorp ligt in het westen van IJsland, tegen de oceaan aan, en telt slechts vierhonderd bewoners. Vlak bij de poolcirkel is het bestaan er hard, de winter lang. Het is een onbeduidende vlek op de kaart. ‘Voor de rest valt er niets opmerkelijks over ons te vertellen’, schrijft Jón Kalman Stefánsson in Zomerlicht, en dan komt de nacht.

Deze roman uit 2005 is zijn debuut. Voor de lezers van zijn latere werk, zoals Hemel en hel en Iets ter grootte van een universum, biedt het alle thema’s en motieven in ongestileerde vorm. Voor de dorpsbewoners is het bestaan ‘een monotone dreun’ en is ‘alles wat we doen op de een of andere manier een gevecht tegen de dood’. In later werk spelen literatuur en literaire verwijzingen een grote rol, nu niet of nauwelijks.

De mensen in deze roman zijn aards, leven dicht bij de natuur in een omgeving die vijandig is en tegelijk van een onwaarschijnlijke schoonheid. Het zomerlicht uit de titel is zó verblindend dat het de nacht des te dieper en zwarter maakt. Het is deze ‘winterduisternis’, zoals het prachtig heet, die ‘tegen de ruiten’ van hun huizen drukt. Daarin zijn de mensen gevangen, en vooral gevangenen van hun dromen.

Op vernuftige wijze maakt Kalman gebruik van het alwetende vertelperspectief: tussen vierkante haken geplaatste hoofdstukken zijn algemeen van karakter. Daarna zoomt hij in op het wel en wee van de bewoners. Zo beschrijft hij eerst in een meer poëtisch-filosofische beschouwing het verdwijnen van de sociale cohesie tussen de mensen met het aanbreken van nieuwe tijden, zoals met internet. Daarna zoomt hij weer in op bijvoorbeeld een postkantoor dat verdwijnt. Met dat postkantoor verdwijnen ook de meisjes die er in drukke tijden van Kerst komen helpen, waar dan weer de jongens op af komen. Vernieuwing leidt tot ontwrichting van eeuwenoude waarden, betoogt Kalman in een lyrische stijl in meanderende zinnen.

Het verhaal van de gelukkige vrachtwagenchauffeur is ook zo’n beeld van een nieuwe tijd die de oude onder druk zet: de chauffeur geniet van de gevaarlijk steile wegen, totdat er een nieuwe snelweg komt. Reikte de oude over de heuvels tot aan de hemel, de nieuwe gaat door grauwe dalen. De chauffeur is zijn geluk kwijt.

De hemel en de sterren komen we opnieuw tegen bij de man die kapitalen besteedt aan de eerste editie van het wereldberoemde boek Sterrenbode (1610) van Galilei. Hij noemt zichzelf De Astronoom en geeft lezingen over sterrenbeelden en sterrenkunde. Heel het dorp is daarbij aanwezig. Na een loflied op de sterrenpracht lees je de onverbiddelijk mooie zin: ‘Niemand leeft van de hemel alleen.’ Hierin zit de tragiek vervat van de man die alles opgeeft om de schoonheid van de nachtnatuur te ondergaan. In Kalmans visie is de duisternis ‘vriendelijk’ en moeten we ‘duisternis niet zwartmaken’.

Dit romandebuut dwingt bewondering af. Op dit fundament van een besloten IJslandse gemeenschap met zijn excentrieke leden bouwde hij intussen een groots oeuvre. Zijn stijl is verslavend.Hij neemt je mee in beeldende beschrijvingen van een afgelegen streek, die daar eeuwig in alle verlatenheid ligt. Maar de bedreigingen zijn onafwendbaar.

    • Kester Freriks