Eindelijk weer concurrentie voor de Grote Bosatlas

Cartografie

De Grote Bosatlas krijgt na dertig jaar weer een concurrent: de Alcarta. Deskundigen zijn erover te spreken. Maar ze zien ook inconsequenties.

Afbeelding van Zuid-Amerika uit Alcarta, dat moet gaan concurreren met de Grote Bosatlas.

De voorkant van de nieuwe atlas. Alcarta.

Het was 18 augustus 1997 en ik fietste naar huis na mijn eerste dag op de middelbare school. Mijn rugzak droeg ik op mijn rug, want dat was stoer. Slechts één boek lag, vanwege de omvang, vastgeklemd onder de snelbinders: de Grote Bosatlas, 51ste druk. De voorkant werd ontsierd door een afbeelding van twee floppy’s. ‘Extra: 2 diskettes statistiek’ stond er in een schreeuwgele tekstballon naast. De lelijke kaft deerde me niet – de inhoud, dáár ging het om. De mooie kaarten, met plaatsen als ‘Ryukyu’ en ‘Wollongong’. Namen om bij weg te dromen.

Het is 6 maart 2018 en ik ben terug op mijn oude school: het Stedelijk Gymnasium Haarlem. Bij mijn vroegere aardrijkskundeleraar Karel Blommesteijn. Ditmaal heb ik geen Bosatlas mee, maar een gloednieuwe concurrent: deze week verscheen de eerste druk van schoolatlas Alcarta.

De afgelopen decennia was uitgeverij Noordhoff (voorheen: Wolters-Noordhoff) met ‘de Grote Bos’ alleenheerser wat educatieve atlassen betrof. Daar brengt uitgeverij ThiemeMeulenhoff nu verandering in. Met een prijs van 49,95 euro is Alcarta twee tientjes goedkoper dan zijn concurrent, en de lay-out is afwijkend: andere kleurstelling, ander lettertype. Maar waarin verschillen beide atlassen verder nog? Zijn ze wezenlijk anders?

Op mijn verzoek legt Meneer Blommesteijn – ‘Karel’ zeggen voelt nog te onwennig – beide boekwerken naast elkaar. Qua formaat zijn ze vrijwel eender, en op beide voorkanten prijkt een fraaie kleurenillustratie. De Grote Bosatlas is inmiddels al aan editie 55 toe. Geen floppydisks meer, maar een licentie voor een digitale variant (12,50 euro per leerling per jaar). Ook Alcarta heeft een online editie: die maakt gebruik van Google Earth en is gratis. Een pré, vindt Blommesteijn, want het aanschaffen van licenties is al met al een flinke kostenpost. „En je kunt als docent wel zelf digitaal kaartmateriaal maken, maar daar gaat flink wat tijd inzitten.”

Door naar de inhoud van de papieren versie. Alcarta onderscheidt zich volgens de tekst achterop door een ‘intuïtieve navigatie met kleuren en tabs’, een ‘logische en consistente opbouw’ en een ‘schaalvaste kaartweergave’. Ook is er bij vrijwel elke kaart een legenda afgedrukt; bij de Grote Bosatlas bevindt die zich helemaal voorin. Blommesteijn: „Die kleurentabs zijn leuk, maar echt makkelijk bladert het alsnog niet. Die intuïtieve navigatie vind ik marketingpraat. Bij de Grote Bosatlas leren leerlingen snel genoeg hoe ze de juiste kaart moeten vinden.” De omnipresente legenda vindt hij een nadeel. „Dat gaat ten koste van het kaartoppervlak. Kijk hier, bij de fysisch geografische en de staatkundige kaart van Zuid-Amerika: die zijn wat magertjes weergegeven. Er staat ook niet veel informatie op. Juist zo’n fysisch geografische kaart zou zich mooi lenen om namen van oceaantroggen te noemen.”

De online-editie van Alcarta werkt op basis van Google Earth. Google Earth

De overzichtskaart van Zuid-Amerika, een paar pagina’s verderop, is groter en bevat wél veel informatie, maar die is volgens Blommesteijn juist weer té druk. „Maar misschien werkt deze lay-out bij 12-jarige stuiterballen juist goed.” Alcarta bevat leuke elementen, vindt hij. „De kaart van de thermohaliene circulatie is veel gedetailleerder dan in de Bosatlas. Kijk, hier zie je hoe het zoutgehalte en de temperatuur van het oceaanwater invloed hebben op de stroming. En op pagina 218 staat een mooie doorsnede van de aardkorst.”

De grootste problemen met twee atlassen voorziet hij tijdens het centraal examen. „We hebben ooit gedoe gehad toen er twee edities van de Bosatlas waren toegestaan. Er was een vraag waarbij je het antwoord met de ene atlas zo kon overschrijven, terwijl het met de andere veel zoekwerk opleverde. Met twee atlassen zullen er ofwel twee nakijkmodellen moeten komen, of de atlas verdwijnt tijdens het centraal examen. Dat zou ik zonde vinden. Het aardige is juist dat leerlingen met bronnen leren werken, en met kaartmateriaal hun conclusies onderbouwen.”

De atlas is geen spiekbriefje

Daags na mijn bezoek aan Blommesteijn ga ik langs bij cartograaf Maarten Boddaert, de bedenker van Alcarta. In zijn werkkamer hangt een oude schoolkaart van Utrecht, de provincie waar hij woont. „Gepubliceerd door Wolters-Noordhoff moet ik bekennen…” Boddaert was voor die uitgeverij jarenlang uitgever van de aardrijkskundemethode buiteNLand, tot hij in 2012 besloot voor zichzelf te beginnen. „Toen kreeg ik het idee om een atlas te maken. Ik vond dat er dingen beter konden, maar het leek me ook ontzettend leuk. Als kind las ik de Bosatlas in plaats van stripboeken.”

Hij benaderde de educatieve uitgeverij Westermann in het Duitse Braunschweig. „Zij maken de schoolatlas Diercke. Daarop zijn de kaarten in Alcarta globaal gebaseerd. Maar minstens de helft van de kaarten moest nieuw worden gemaakt of worden aangepast aan het Nederlandse onderwijs, net als de plaatsnamen natuurlijk. Duitse schoolatlassen bevatten gigantisch veel informatie. Alcarta is rustiger.”

Boddaert wilde een toegankelijke atlas maken, die is toegespitst op de leerlingen. Hij benadrukt dat de navigatie in de atlas meer betreft dan alleen kleurentabs. „Zo staan er bij veel kaarten doorverwijzingen naar handige kaarten. Die legenda op elke pagina is een didactische afweging – jij vindt het jammer van het kaartbeeld, maar het scheelt leerlingen een hoop bladerwerk.” Ook noemt hij de opbouw van Alcarta logischer. „De Bosatlas maakt rare bokkesprongen: zo spring je van Zwitserland naar de Middellandse Zee en van Polen naar Turkije.”

Kaart klimaatgebieden uit Alcarta. Alcarta.

Gedetailleerde bevolkingsstatistieken zijn alleen online te vinden, zodat de informatie actueel blijft. Bang dat scholen straks uitsluitend die gratis digitale versie zullen raadplegen, is Boddaert niet. „Ik geloof in de kracht van de papieren atlas. Op een tablet of een laptop zijn de kaarten in een veel kleiner formaat te zien, dus dan heeft een atlas echt wel meerwaarde.”

Een nieuwe schoolatlas breng je niet zomaar op de markt, zegt hij. „In 2013 heb ik het CvTE – het College voor Toetsen en Examens – benaderd, om te vragen of er een eisenlijst bestond voor schoolatlassen tijdens het centraal examen. Die hebben ze toen speciaal gemaakt.” In 2015 was de lijst klaar. „Er staat bijvoorbeeld op dat een examenatlas een kaart over het thema Ruimte voor de Rivier moet bevatten. Ook mag de atlas niet als spiekbriefje dienen. Nergens staat dus precies uitgelegd wat de thermohaliene circulatie betekent, en op de pagina over plaattektoniek staat geen verklaring achter de term ‘actieve subductiezone’.” Eind 2015 begon Boddaert met het ontwerp van de atlas. „Er hebben aardrijkskundedocenten meegekeken, zodat we het eindresultaat op hun wensen konden afstemmen.”

Op z’n vroegst zal Alcarta worden gebruikt tijdens het landelijk havo-examen van 2020 en het vwo-examen van 2021. Of dat ook echt gaat gebeuren, is de vraag. Boddaert: „Het is aan het CvTE om te beslissen of er in de toekomst twee verschillende atlassen worden gebruikt op het examen, of dat de atlas als hulpmiddel bron wordt afgeschaft.”

De verschijning van zo’n nieuwe atlas kan dus ingrijpende gevolgen hebben. Toch is Alcarta niet de eerste concurrent van de Grote Bosatlas. In de kaartenzaal van de Utrechtse universiteitsbibliotheek tref ik hoogleraar Cartografie Ferjan Ormeling. Voor ons ligt een stapel oude atlassen. „De eerste schoolatlas kwam rond 1740 uit in Nederland”, vertelt hij. „Die was niet echt toegespitst op kinderen. Pas in 1842 kwam in Duitsland de Von Sydow-atlas uit, met een legenda, thematische kaarten, alles netjes in kleur. Daarmee vergeleken was de eerste Bosatlas, in 1877, een rommeltje: sommige pagina’s hadden één steunkleur, andere waren bonter. Cartografisch gezien was het een prul.”

De atlas was van de hand van de Groningse onderwijzer Pieter Roelf Bos. ‘De behoefte aan duidelijke atlassen, die niet met namen zijn overladen, doet zich steeds meer gevoelen’, schreef hij in de inleiding, naast een citaat van ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt: ‘Nur leer scheinende Karten prägen sich dem Gedächtnisse ein’. Ofwel: alleen schijnbaar lege kaarten zetten aan tot denken.

Destijds bestonden er maar liefst twaalf concurrerende atlassen. In 1913 was dat er nog één, en niet veel later had de Bosatlas het monopolie. Waarom legde de concurrentie het loodje? Ormeling: „Het grote formaat van de Bosatlas was een pluspunt, maar uitgever Wolters was vooral een goede zakenman. Haast elk jaar kwam hij met een nieuwe uitgave van de atlas en hij zat flink achter scholen aan. Hij pluisde alle boekengidsen uit om te controleren wie de Bosatlas bestelde.”

Soerabaja of Surabaja

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de Grote Bosatlas nog tweemaal te maken met concurrentie. Vooral de atlassen van Meulenhoff waren cartografische hoogstandjes, zegt Ormeling. „Ze waren handzamer dan de Grote Bosatlas, en eigenlijk ook gewoon beter. Maar ze kwamen uit met te grote tussenpozen. Eind jaren zestig was ik bij een atlaspresentatie van Meulenhoff waar ook mensen van Wolters waren. Die zeiden toen al: wat een kapitaalvernietiging.” En inderdaad: de Meulenhoff-atlas kon de hegemonie van de Grote Bosatlas niet doorbreken.

Dat ThiemeMeulenhoff met Alcarta nu toch weer een poging waagt, noemt Ormeling spannend. Over Alcarta is hij zeker te spreken. „Een uitgebalanceerd reliëf, heldere kleuren… De atlas zit cartografisch knap in elkaar, en is gemaakt door vakmensen. Wel zie ik wat inconsequenties. De Kleine Soenda-eilanden en Soerabaja staan erin met ‘oe’, terwijl de Arafurazee en Bandung met een ‘u’ worden geschreven. Bij de Grote Bosatlas doen ze dat consequent met een u.” Het verweer van Boddaert: „Wij volgen de door het CvTE vereiste schrijfwijze van plaatsnamen, opgesteld door de Taalunie.”

Een Alcarta-kaart over de Nederlandse bevolking. Alcarta

Of Alcarta het gaat redden naast de Grote Bosatlas? Ormeling: „Dat is lastig in te schatten. Wat concurrentie kan sowieso geen kwaad voor Noordhoff. Dat houdt de cartografen scherp.”

Meneer Blommesteijn verwacht niet dat hij op korte termijn zal overstappen naar Alcarta, al is het maar omdat het Stedelijk Gymnasium de methode buiteNLand gebruikt. „ThiemeMeulenhoff heeft als leerboek De Geo. Dat zal nu wel worden toegespitst op Alcarta.” Los daarvan is hij ‘verliefd’ op de neerslaggrafiek van de Indiase stad Cherrapungi in de Grote Bosatlas. „Daar valt in een enkele zomermaand 3.300 millimeter neerslag. Dat ziet er grafisch fantastisch uit. Die afbeelding zou Alcarta van mij ook mogen opnemen.”