Een harde werker, gemaakt voor Atalanta Bergamo

Interview Marten de Roon (26) behoort tot de voorlopige selectie van Oranje. De middenvelder van Atalanta Bergamo over het leven in Italië, zijn transformatie en de Serie A. „Ik heb hier leren nadenken als voetballer.”

Marten de Roon: „Ik heb nog nooit zo zwaar getraind.” Foto IPP

De avond is al gevallen als Marten de Roon, voetballer van het Italiaanse Atalanta Bergamo, zijn armen spreidt, naar achteren leunt en met ogen vol geluk om zich heen kijkt. „Zoals het nu is, is het goed”, zegt hij in zijn luxe penthouse in de Noord-Italiaanse stad. Zijn jongste dochter Evie (2) dribbelt met een knuffel over de houten vloer, vrouw Ricarda leest een boek op de bank en achter De Roon twinkelen de lichten van de oude binnenstad van Bergamo.

Het leven in Italië heeft hem veranderd, zegt De Roon, die in 2015 de overstap maakte van de eredivisie naar de Serie A. Vorig seizoen speelde hij even in de Engelse Premier League, bij Middlesbrough. „Ik geniet nu meer”, zegt hij vanachter een marmeren tafel. „In Italië zeggen ze: neem je tijd. Er is hier weinig stress. Dat kan soms vervelend zijn als je dingen snel geregeld wilt hebben, maar ik ben er al snel in meegegaan.” Lachend: „Misschien wel iets te veel naar de zin van mijn familie.”

In Italië wordt De Roon ook meer gewaardeerd als voetballer. Bij Sparta en sc Heerenveen, de Nederlandse clubs waarvoor hij speelde, was er voortdurend discussie over hem. Niet zozeer van trainers of medespelers, zij doorzagen de waarde van De Roon wel, meer van de buitenwacht. „Ik ben opgegroeid met de Hollandse school”, vertelt De Roon. „In de jeugd speelde ik altijd 4-3-3 volgens de Cruijff-gedachte. We trainden altijd op positiespel. Alleen, bij Heerenveen merkte ik dat ik geen standaard Nederlandse voetballer was. Ik was geen technisch begaafde middenvelder, die makkelijk wegdraait van zijn tegenstander. Ik was geen Riechedly Bazoer, geen Frenkie de Jong.”

Controle is heilig

Bij Heerenveen sprak De Roon erover met prestatiecoach Joost Leenders. De controlerende middenvelder miste een bepaalde erkenning, omdat niet iedereen inzag welke rol hij in het team vervulde. In Bergamo wordt De Roon door iedereen op waarde geschat. Zijn trainer Gian Piero Gasperini kan nog zulke lange besprekingen houden, hij sluit altijd af met dat Italiaanse voetbalwoord equilibrio. Balans. „De controle is heilig in Italië”, zweert De Roon. Hij voelt het bijna wekelijks. „Als een tegenstander aanvalt en jij zorgt ervoor dat het spel opgehouden wordt of je tikt een balletje weg, dan staan de mensen op de banken hier. Dat vinden ze echt geweldig.”

Het heeft er mede voor gezorgd dat zijn blik op voetbal is veranderd. Italianen denken heel resultaatgericht. „De helft van de ploegen die naar Bergamo komt, staat tachtig minuten lang op de eigen helft”, zegt De Roon, nippend aan een cola. „Verdedigen betekent alleen niet: er zomaar even gaan staan en ballen wegschoppen. Met Atalanta spelen we totaal niet verdedigend, maar we trainen er wel vaak op. Dat luistert heel nauw. Alle spelers zijn op elkaar afgestemd. De één valt aan, de ander beweegt vijf meter, etcetera. Zo’n training duurt een half uur, drie kwartier. Terwijl we in Nederland vaak alleen maar positiespel spelen, want ja, wij zijn alleen maar aan de bal in een wedstrijd.”

„Wij gaan er helemaal niet vanuit dat we de bal ook wel eens niet hebben. De onderste teams in de Serie A hebben de bal bijna nooit. Nou oké, zeggen ze, dan trainen we dus ook dat we de bal niet hebben. Dat is een cruciaal verschil.”

Meer nadenken

Als voetballer is hij meer gaan nadenken. De Roon wordt in een Serie A-wedstrijd vaak geconfronteerd met de vraag: wat is ervoor nodig om te winnen? „We trainen veel tactisch met Atalanta”, legt hij uit. „Er wordt ontzettend veel nagedacht over het spelletje. In Nederland wist ik: alles behalve 4-3-3 is een uitzondering bij een tegenstander. Italië heeft momenteel de meeste speelstijlen, denk ik. Alles met resultaat als doel. Ik vind dat wel mooi.”

Er hoort uiteraard een bepaalde trainingsfilosofie bij. Gasperini is iemand die hamert op kracht en inhoud. De Roon vertelt het nu met een lach, maar aan het begin van het seizoen begon hij soms met spierpijn aan een competitiewedstrijd. „In de voorbereiding deden we kracht- en conditietraining en lange trainingen op het veld. Niet normaal. Langzaam ben ik er aan gaan wennen. Het voelt nu alsof ik meer kracht, meer power heb. Sinds twee, drie maanden voel ik me ontzettend sterk.”

Vriendin Ricarda laat twee vakantiefoto’s zien op haar mobiele telefoon. Op de eerste afbeelding staat De Roon met een ietwat opgeblazen gezicht. „Met een klein randje”, lacht Ricarda. Die foto stamt uit zijn tijd bij Heerenveen. Vervolgens toont Ricarda een recente vakantiefoto, waarop De Roon een forser bovenlichaam heeft en de contouren van een sixpack zichtbaar zijn. „Echt”, zegt De Roon, kijkend naar de foto. „Ik heb nog nooit zo zwaar getraind, maar ik heb me ook nog nooit zo fit gevoeld.”

Dat harde werken loont. Atalanta Bergamo staat keurig in de middenmoot in de Serie A, haalde de halve finale van het Italiaanse bekertoernooi en werd pas in de knock-outfase van de Europa League uitgeschakeld door Borussia Dortmund. Tevens behoort De Roon tot de 33-koppige voorselectie van Oranje. Of hij blij is dat Ronald Koeman bondscoach is geworden? Een glimlach. „Ik heb eerder weleens uitgesproken dat hij de juiste persoon is”, zegt De Roon. „Vier jaar geleden, toen hij het ook had willen worden, vond ik dat hij ook de juiste persoon was. Omdat hij op dat moment al bij Feyenoord had laten zien een team te kunnen smeden met jonge jongens en minder grote namen. Koeman is als trainer in staat om buiten de box te denken, buiten dat Nederlandse. En dat moet nu, omdat we geen spelers meer hebben die à la Cruijff in 4-3-3 domineren.”

Trainingsstage met Oranje

Vorig jaar mocht De Roon, die in november 2016 onder bondscoach Danny Blind tegen Luxemburg debuteerde voor Oranje, op trainingsstage met het Nederlands elftal. Dat is hem goed bevallen. „Omdat ik voor mijn gevoel iets kon toevoegen aan het Nederlands elftal”, reflecteert hij. „Ik wil mezelf absoluut niet het Nederlands elftal in praten, maar ik zag wel dat ik iets anders kon dan andere middenvelders. Toornsta schiet een bal beter binnen, Vilhena heeft een betere techniek, Pröpper draait makkelijker weg en Ramselaar is een groter talent, maar negentig minuten lang achter een tegenstander aan hollen en ballen afpakken, daarin zag ik dat ik mezelf wel onderscheidde.”

Dan gaat de bel. Een bezorger brengt wraps met kip. Of hier giocatore De Roon woont? Jazeker. De man vraagt om een shirt, maar De Roon moet zich verontschuldigen. Hij heeft geen shirt. Wel een foto met handtekening. Hoofdschuddend komt De Roon teruglopen. „Deze man was bijna teleurgesteld dat ik geen shirt voor hem had”, lacht hij. „Echt, het leeft hier zo enorm.” Achter hem twinkelen de lichten van de oude binnenstad van Bergamo.