Recensie

Een EU zonder eigenschappen

Robert Menasse

Deze Oostenrijkse auteur kreeg de Deutscher Buchpreis voor een humoreske roman over de Europese Unie, waarin hij de grilligheid van de monstrueuze bureaucratie fileert.

Donald Trump in zijn kantoor in de Trump Tower aan 5th Avenue, 1999 Foto Michael Brennan/Getty Images

In het essay De Europese Koerier (2012) schreef de Oostenrijkse schrijver Robert Menasse dat één ding hem opviel in Brussel: Europese ambtenaren, die elders negatief worden afgeschilderd, blijken ‘polyglot, hooggekwalificeerd, verlicht en bevrijd van de irrationele aspecten van de nationale identiteit’. En de ‘monstrueuze’ bureaucratie waarin ze werken, is in feite piepklein.

Dit essay is een liefdesverklaring aan Brussel en de Europese integratie die de Europeanen zeventig jaar vrede en voorspoed bracht. Menasse schildert Europese ambtenaren af als romantische helden. Op mensen die Brussel goed kennen kwam dat ietwat naïef over. Maar in een periode waarin de EU door iedereen werd afgekraakt, midden in de eurocrisis, was zo’n essay ook verfrissend.

Inmiddels heeft Menasse (Wenen, 1954) een Europese roman geschreven die in Brussel speelt: De hoofdstad. Het is een half-kolderieke, maar hyperambitieuze roman, over Europese ambtenaren die proberen een ‘jubileumproject’ te bedenken voor de vijftigste verjaardag van de Europese eenwording. Het project strandt uiteindelijk op onwil van de EU-lidstaten. Dit is het onderliggende thema: het onvermogen van de EU om volkeren en landen na al die jaren werkelijk dichterbij elkaar te brengen. In oktober kreeg Menasse voor dit boek de Deutscher Buchpreis. Komende week verschijnt de Nederlandse vertaling.

Overal in het boek duiken parallellen op met de roman De man zonder eigenschappen van Robert Musil (1880-1942), waarin incompetente ambtenaren in het Habsburgse Rijk in 1913 – ook vergeefs – een project verzinnen voor de viering van het zeventigjarige regeringsjubileum van keizer Frans-Jozef. Musil schildert het plan af als een compleet lege huls. In zijn boek, een klassieker over de teloorgang van het eeuwenoude keizerrijk, krijgt niemand iets voor elkaar. In Menasses boek is De man zonder eigenschappen het lievelingsboek van de voorzitter van de Europese Commissie.

Toch vinden de ambtenaren in de hoofdstad redelijk vlot een thema voor hun jubileum, namelijk Auschwitz. „‘Nooit meer’, dat is Europa!” zegt een van hen. Het project komt zelfs aardig van de grond. Maar daarna stagneert het, omdat geen enkele bureaucratische instelling een lijst kan (of wil) leveren van Auschwitz-overlevenden die op het jubileum kunnen verschijnen.

Ten slotte is het een Italiaan, zoon van een adellijke fascist uit de Mussolinitijd, die het jubileumplan torpedeert. Hij werkt voor de Raad (het belangenorgaan van de lidstaten) en ziet niets in het Auschwitz-plan. Die daad symboliseert Europa’s onvermogen om boven de nationale belangen van de lidstaten uit te stijgen – ofwel om de lessen van Auschwitz te leren.

Een varken in de stad

De ambtenaren die Menasse opvoert, zijn net als die bij Musil allemaal onsympathiek, kleinzielig en incompetent: van de gefrustreerde Cypriotische projectleider die is ‘weggepromoveerd’ naar het directoraat-generaal Cultuur (zonder geld of macht), tot de depressieve Martin Susman die naar Auschwitz-overlevenden speurt, of de jonge katholieke Poolse huurmoordenaar die in een Brussels hotel de verkeerde heeft omgelegd (Musil voerde ook een moordenaar op: Moosbrugger, die het op prostituees gemunt had). De enige die echt het Europese belang verdedigt is een onbeheerste, gepensioneerde Oostenrijkse hoogleraar economie die tegen het eind van De hoofdstad iedereen choqueert omdat hij van Auschwitz de Europese hoofdstad wil maken.

Menasses roman leest als een trein omdat het boek vol humor en luchtige, tragikomische scènes zit – zo rent er almaar een varken door de stad. De hoofdstad heeft tegelijkertijd een diepe politieke boodschap die knap door de vorm wordt versterkt: de zes hoofdpersonen kruisen elkaar doorlopend (in wisselend perspectief), maar blijven losse passanten die in hun eigen film blijven zitten. Net als de EU-lidstaten zijn ze getekend door hun nationale (oorlogs)verleden en niet bij machte om samen iets te organiseren. Helaas kun je je als lezer met geen van deze personages identificeren, laat staan met het jubileumproject. Zo bevestigt Menasse, bedoeld of onbedoeld, het beeld waar hij zich altijd tegen heeft verzet: dat van een nutteloos, stompzinnig Brussel dat nooit iets goeds weet te bedenken.

    • Caroline de Gruyter