Foto David Sandison / eyevine / Hollandse Hoogte

‘De tijd maakt politiek nietig’

Ali Smith

Ook in Winter, na Herfst het tweede deel in een tetralogie, laat de Britse schrijfster de actualiteit een grote rol spelen. Het verhaal speelt zich af tegen het decor van de Brexit. ‘Ik snap de zin van grenzen niet, tenzij we die grenzen oversteken.’

In een week waarin het Verenigd Koninkrijk op zijn gat ligt omdat het sneeuwt, iedereen zich Pieckesk onschuldig waant en poeder verandert in schuim en daarna in bruine modderpoelen, vertelt Ali Smith hoog boven de kolkende Theems in het kantoor van haar uitgever over haar roman Winter. Smith schudt haar hoofd in ongeloof: „De schok die een paar centimeter sneeuw teweegbrengt! De Britten zijn vergeten wat de seizoenen ons brengen. We stellen ons voor dat we deel uitmaken van allerlei structuren en plannetjes, maar het grote geheel, de jaargetijden, verliezen we uit het oog. Ik geloof dat we ons als soort steeds minder goed kunnen aanpassen.”

En we steeds meer control freaks zijn.

„Precies. We zijn gewend om alles binnen handbereik te hebben, alles wat we zien eerst te catalogiseren op een scherm. Vorige week was ik in Plymouth voor de begrafenis van mijn broer, het heeft daar sinds 1958 niet meer gesneeuwd. Mensen keken van hun navigatiesystemen naar de ijsbaan waar de weg in was veranderd, en konden alleen maar vaststellen dat het één niet met het ander strookte. We vertrouwen niet op onze eigen seizoenen. Ik bedoel, niet op onze eigen zintuigen. Hoewel, nee, het is precies dat! We vertrouwen niet meer op onze seizoenen, op ons vermogen onderdeel te zijn van een wereld die constant in beweging is.”

In uw boek zegt iemand dat vroeger alleen zij die niet goed wijs waren vertrouwden op de wijsheid van een encyclopedie, terwijl nu iedereen blind vaart op Google.

„Zonder ervaring is er geen kennis. Alle oude verhalen gaan over ervaring, over hoe je de raadsels en mogelijkheden en verwondingen van het leven tegemoet treedt. Hoe kunnen we weten dat we hebben geleefd als het ons niet heeft veranderd of geraakt? We leven in een wereld die ons vertelt dat informatie hetzelfde is als kennis.”

Winter is het vervolg op Herfst, dat onlangs in het Nederlands verscheen, en maakt deel uit van wat een vierdelige serie zal zijn. Smith wilde een boek schrijven dat bijna samenvalt met de actualiteit, en terwijl ze werkte aan Herfst stemden de Britten voor het verlaten van de EU. Die aardverschuiving werd het decor van haar romans. Ze schrijft: ‘Overal in het land heerste verdriet en feestvreugde. [...] Overal in het land hadden mensen het gevoel dat ze echt verloren hadden. Overal in het land hadden mensen het gevoel dat ze echt gewonnen hadden.’

Overal in het land voelen mensen zich verliezers, maar met de zachtmoedige blik van Ali Smith worden al haar personages, of ze nu oud of hoopvol of jong of verbitterd zijn, figuren om te koesteren. In haar zangerig proza schrijft ze roerende dialogen, in Herfst vooral tussen de jonge Elisabeth en haar bejaarde buurman Daniel, in Winter drie van elkaar vervreemde familieleden en een buitenstaander.

Smith groeide op in de Schotse hooglanden en woont sinds haar studie in Cambridge. Met haar Schotse tongval, soms blazend als een kat van ongeduld als ze niet direct op het goede woord komt, soms nadrukkelijk zinsneden herhalend voor het ritme van haar betoog, vertelt ze over fictie en politiek, informatie en historisch besef. „We vergeten. Ons geheugen is in ieder geval erg selectief.”

Geldt dat nu meer dan anders?

„Het gevoel dat we steeds alle mogelijke kennis binnen handbereik hebben, lijkt ons blind te maken voor hoe beperkt en selectief die informatie is. Alle kennis is natuurlijk selectief, daarom hebben we bibliotheken nodig. Maar in dit land is de aanval op bibliotheken endemisch. Is dat in Nederland ook zo?”

In universiteitsbibliotheken worden boeken vervangen door computers.

„Eeuwenlang hebben we onze kennis opgeslagen in bibliotheken en nu we er afstand van doen verliezen we die. Digitaal wordt steeds alles vervangen, herschreven, websites verdwijnen. Ik ben niet technofoob. Ik schrijf op een scherm, heb een scherm in mijn zak. Maar een scherm betekent ook iets afschermen, niet zien. Iets om dingen op te projecteren, dromen, ficties en narratieven.

„Boeken worden vervangen door computers. Mensen worden vervangen door computers. We verliezen het gemak waarmee we communiceren en we verliezen ook onze persoonlijke verantwoordelijkheden: als je naar een computer belt, zal die zich niet in het bijzonder om je bekommeren.”

In uw boek zegt een personage, naar Nietzsche: mensen weten waar ze vandaan komen, dieren niet. Voor de digitale wereld geldt iets vergelijkbaars.

„Ja, ook het digitale is een ahistorische dimensie.”

U schrijft over de Brexit: het is het einde van de dialoog.

„Ik ben Schots, het Schotse onafhankelijkheidsreferendum vond plaats in 2014. Maar over de onafhankelijkheid werd gesproken sinds ik een kind was. Wat het zou betekenen je los te maken van het Verenigd Koninkrijk, of nationalisme een goed idee is, we hebben het daar jaren over gehad. Ik snap de zin van grenzen niet, tenzij we die grenzen oversteken. Mens te zijn, of vis, of vogel, betekent dat je een zekere opwinding voelt om grenzen te overschrijden. Dat is ook de aantrekkingskracht van mensen om lijnen te trekken: om er vervolgens overheen te kunnen stappen.

„In het Schotse referendum stemde de ene helft van mijn familie voor, de andere tegen. De breuk die dat alleen al in mijn familie veroorzaakte, laat staan in het hele land, en dat terwijl we er járen over hebben gepraat! Het Brexit-referendum werd aangekondigd en een jaar later gehouden. De discussie voorafgaand was verwaarloosbaar. Je stemt ja of nee, en plotseling sta je lijnrecht tegenover elkaar. Dat is het meest verdelende dat je kunt verzinnen.”

Tegelijkertijd draaien uw boeken om dialoog. Tussen vrienden, familieleden, gelijkgestemden, tegenstanders.

„We zullen wel moeten, we zullen wel moeten.”

Er zit ook iets hoopvols in die dialogen: ze sprankelen van engagement, aan welke kant de personages ook staan.

„Als er iets van hoop in mijn boeken zit dan komt dat, denk ik, omdat het over de seizoenen gaat. Dat de tijd doorlopend en voortdurend is en individuele levens, zorgen en politiek nietig maakt. Dat ongeacht of er sneeuw is in maart en geen sneeuw in januari, er steeds weer een nieuwe winter komt, er steeds weer een nieuwe januari zal zijn, en weer een nieuwe januari.”

Dacht u soms dat tegen de tijd dat u ‘Voorjaar’ zou schrijven, de dingen er beter voor zouden staan?

„Ha, we zullen zien! Wat er ook gebeurt, we blijven deel van het continuüm dat ervoor zorgt dat deze boeken rap verouderen en dat tegelijkertijd de verhalen die ze vertellen zich steeds zullen herhalen. Tijd is niet eenvoudig, lineair en individueel, maar gemeenschappelijk en meerdimensionaal.”

Zo schrijft Smith ook: tijd en ruimte steeds overbruggend, verspringend van herinnering naar het nu, van droom naar werkelijkheid, van waanbeeld naar wat meer op realiteit lijkt. Ze schrijft: ‘Een minuut geleden was het juni. Nu is het septemberweer. De gewassen staan hoog, klaar om geoogst te worden, fel, goud.’

Het is gewaagd dat u refereert aan Boris Johnson en de brand in de Grenfelltoren en een boek schrijft dat zo momentgebonden is dat het mogelijk over een paar jaar totaal uit de tijd is.

„Het is gevaarlijk. Maar, zonder dat ik mystiek wil klinken, ik schrijf die boeken nu omdat ze zich nu aandienen. We moeten de rol van fictie heroverwegen. Er verandert ontzettend veel en dat stelt ons voor de vraag hoe we ermee omgaan. Mensen trekken zich terug in politieke loopgraven, dingen breken, we vergeten wat dat in het verleden betekende.”

Wat zou een verbindend verhaal kunnen zijn?

„Een verhaal dat ook een spirituele dimensie toelaat. Het kapitalisme houdt ons allen op de oppervlakte, omdat we geacht worden snel te reageren, snel onze impulsen te volgen, snel geld uit te geven, zonder er lang over na te denken, en door te gaan naar de volgende aankoop.”

Geld is in ieder geval een waarde die zich frictieloos laat uitwisselen.

„Nu helemaal, nu het als fysiek middel amper nog bestaat en alleen nog maar vloeit. Maar ik denk dat de mens verder wil kijken dan die oppervlakte, erboven en eronder en er voorbij.”

Wat is de rol van fictie, nu?

„Fictie kan ons helpen te begrijpen hoe verhalen werken, hoe we ze nodig hebben, hoe ze ons kunnen verleiden, waarom we er in geloven. Als dat lukt is dat wat mij betreft een handdruk met het verleden, het heden en de toekomst.

„Fictie helpt ons de waarheid te articuleren. Alle kunst creëert een ruimte om te denken. Niet zomaar een schok van gevoel, maar een schok van inzicht.”

Arthur, een personage in ‘Winter’, wordt ‘Art’ genoemd. U maakt een grapje: ‘Art is seeing.’ En een scherm, zei u net, betekent: niet zien.

„Er is zoveel wat ons ervan weerhoudt om er gewoon te zijn. En kunst doet precies dat; het dwingt ons om met al onze vermogens hier te zijn.”

U schrijft steeds: ‘Overal in het land’. ‘Overal in Europa’ had ook gekund, of ‘Overal in de westerse wereld’.

„Mijn verhaal is het heel kleine verhaal, een echo van wat er in de hele wereld gebeurt. Ik denk dat we aandacht moeten hebben voor de breuk die overal plaatsvindt, voor de extremen, en dat we moeten proberen die te overbruggen. Van de kleine kwestie van ‘dit is mijn tuintje en mijn schutting en daar is de jouwe’, en de grotere kwestie van ‘wij zijn met z’n 66 miljoen Britten en we moeten nadenken over de vraag wat gastvrijheid betekent’. Voor mij is ieder verhaal een verhaal over gastvrijheid, over luisteren, een open oor, een gedeelde stem. De stem is fysiek, nodigt uit.”

Op dinsdag 13 maart gaat Ali Smith in gesprek met Liddie Austin in de Amstelkerk te Amsterdam (20.00 uur). Kaarten via www.athenaeum.nl
    • Nynke van Verschuer