Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Cameratoezicht

Twaalf jaar Amsterdam hadden me gehard, bedorven is ook een woord. Dus toen ik mijn fiets niet meteen terugvond in de bewaakte fietsenstalling van het station van het nieuwe dorp ging ik meteen maar van het ergste uit. Gestolen. Weg. Jammer. De schoonmoeder die genesteld is in de streek, en met haar al haar broers en zussen, kon niet geloven dat de criminaliteit ook al naar hier kwam.

Ik sloeg haar met de feiten om de oren: fiets weg.

Voor de vorm maakte ik er nog wel een zaak van, het was tenslotte een bewaakte stalling. Bij NS adviseerden ze om de beheerder, die ik er nog nooit had gezien, te vragen of hij mijn fiets verplaatst had want zoiets kwam voor. De keer erop ging ik op het oude fietsje met zijtassen van de vriendin naar het stationnetje, daarvan brak de ketting. De keer daar weer op ging ik met haar nieuwe fiets. Toen zat de beheerder er wel. Hij zag eruit als een oude rocker: grijs bij de slapen, wallen onder de ogen en een verwassen T-shirt met de grote tong van Mick Jagger erop aan.

Hij zei: „Van die diefstal zijn denk ik geen beelden, er zit nog geen snoer aan de bewakingscamera’s.”

Nou, dat vond ik me toch een schande. De eerste de beste papadag trok ik er een kwartiertje voor uit om dit tot aan de hoogste boom aan te kaarten. Een meedeinende NS-medewerkster stuurde een klachtenformulier dat ik nog steeds moet invullen.

Vorige week kon ik de nieuwe fiets van de vriendin ook niet meer vinden in die bewaakte stalling. De beheerder had geluk dat hij er niet was want ik banjerde woedend op en neer door zijn stalling tot ik, een beetje achteraf, tot mijn verbazing mijn eigen fiets zag staan. De fietssleutel die nog steeds aan mijn sleutelbos hing paste, dus het was ’m echt. De nieuwe fiets van de vriendin stond ertegenover en haar oude fietsje was er ook nog, de ketting was er zorgvuldig naast gelegd.

De volgende dag haalde ik mijn fiets terug.

De beheerder was er, hij roerde door een bak koffie met melk en zei dat mijn klacht de druppel was geweest: de camera’s werden binnenkort aangesloten op het elektriciteitsnet.

„U heeft inmiddels een nieuwe fiets?”

Ik knikte.

Hij: „Een mooi ding, verschrikkelijk dat het zo heeft moeten lopen.”

Ik: „Ja.”

Thuis paste de schoonmoeder op mijn kinderen. Ik maakte haar wijs dat de dieven de fiets hadden teruggebracht omdat ze spijt hadden. Om haar te plezieren, ze is mijn negativiteit over het wonen in een dorp een beetje zat, voegde ik eraan toe dat zoiets in de grote stad nooit zou gebeuren.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen