Boegbeeld, gevoelige jongen, de volgende die valt?

Portret Edwin van der Sar De colonnes roeren zich. Met de titel zo goed als uit beeld ligt de Ajax-leiding onder vuur. Directeur Edwin van der Sar is kwetsbaar door zijn lotsverbintenis met de trainer. „In mijn eentje kan ik het niet.”

Edwin van der Sar treedt namens Ajax veel naar buiten. In november tekende hij in China een overeenkomst met Guangzhou R&F FC. Foto Li Jiangwen/ Imaginechina

Peter Sertons, supporter en houder van tien aandelen Ajax, was bij de Europa League-finale in Stockholm tussen zijn club en Manchester United. „Ik zat aan de kant waar Edwin van der Sar bezig was. Iedereen wilde wat van hem: United-supporters, Ajax-supporters, pers, clubmensen. Hij had voor iedereen tijd. Voor iedereen een lach, voor iedereen een arm. Echt geweldig. Het enige was, zoals mijn vriendin zei: hij had ook wel even naar ons kunnen zwaaien.”

Sertons vertelde dit afgelopen november op de aandeelhoudersvergadering van de Ajax NV. „Ik ben het met u eens”, zei president-commissaris Leo van Wijk. „We kunnen ons geen beter uithangbord wensen.”

Van der Sar, de algemeen directeur van Ajax, had net een presentatie gegeven waar hij een aantal keer de draad van zijn verhaal kwijt was terwijl hij met zijn tekstkaartjes aan het husselen was. De charme en uitstraling van de oud-topkeeper verhouden zich moeilijk tot het ongemak dat zich zo nu en dan opdringt in zijn rol als ‘CEO’. Na de uitschakeling in de voorronde van de Europa League tegen Rosenborg, verloor hij zijn ‘cool’ in gesprek met een verslaggever van Fox Sports. Waarin had Ajax gefaald? „Dat ga ik niet hier direct bij jou voor de camera neerzetten, vriend.”

Edwin van der Sar uit Voorhout, die vorig jaar voorbijgestoken werd door Wesley Sneijder als recordinternational, was volgens Louis van Gaal een „gemaakte keeper”, die met verstand speelde. Zijn talenten en drive brachten hem ver, maar hij had tijd nodig. „De eerste keer dat hij Stanley Menzo op training in actie zag, met dat geweldige atletische vermogen, dacht hij: zo goed kan ik nooit worden”, zegt biograaf Jaap Visser. „Maar daarna is hij zich erin vast gaan bijten, net zolang tot hij Menzo zelfs overvleugeld heeft.”

Het is verleidelijk in de bestuurder trekken te zien van de sporter. Maar, zegt Visser, tevens biograaf van Dennis Bergkamp, die parallel is er wel: „Hij bijt zich ergens in vast, het kan heel lang duren, maar dan komt hij er toch. Anders dan natuurtalenten als Bergkamp, voor wie het toch even wat makkelijker ging. En zich er ook wat makkelijker vanaf maken.”

Klaargestoomd

Van der Sar is anderhalf jaar algemeen-directeur van Ajax, na een periode van bijna vier jaar waarin hij als marketingdirecteur onder bestuurders Michael Kinsbergen en Dolf Collee voor de hoogste functie klaargestoomd werd. „Ik wilde zorgen dat als ik het ging doen, ik het ook zo kon doen dat ik afgerekend kon worden”, zei hij vorig jaar in gesprek met NRC. „Dus pas als ik voor mijn gevoel de kwaliteiten had.”

Die tijd van afrekenen komt sneller dan hij toen, drie weken voor de Europa League-finale, kon vermoeden. Tien maanden later is duidelijk dat voor het vierde seizoen op rij de titel niet naar Amsterdam komt. Na de nederlaag van Ajax afgelopen zondag tegen Vitesse is de achterstand op koploper PSV opgelopen tot tien punten. Nooit in de eredivisiegeschiedenis haalde een achtervolger dat nog in, met nog acht wedstrijden te spelen.

De colonnes roeren zich. Van der Sar „moet de eer aan zichzelf houden”, zei erelid en oud-penningmeester Arie van Os dinsdag in De Telegraaf. Die krant diende woensdag een aantal anonieme bronnen op binnen „verschillende clubgeledingen” die datzelfde vonden, waarop Van der Sar reageerde: „Anoniem, daar kan ik niets mee.” Hij weersprak dat hij diep in zijn hart ongelukkig zou zijn in zijn functie. De raad van commissarissen sprak zijn steun uit. Wat dat betekent, weten alleen zij.

Van der Sar heeft de roep om zijn vertrek deels over zichzelf afgeroepen. Na het ontslag van trainer Marcel Keizer vlak voor Kerst, en de daaropvolgende aanstelling van Erik ten Hag, liet hij zich ontlokken dat het „tijd om naar mezelf te kijken” wordt als „progressie de komende periode uitblijft”. Wat bezielt de algemeen directeur van de beursgenoteerde Ajax NV dat te doen? „Hij zal wel hebben gedacht dat hij niet anders kon”, zegt Visser, „maar zo hang je je op aan het opportunisme in het voetbal. Dat moet je niet willen. Zeker niet bij Ajax, met z’n vijfde, zesde, zevende, achtste colonne.”

Geen normale directeur

Is hij een leider, is hij het niet? Is hij op zijn taak berekend, is hij dat niet? Verschillende (oud-)functionarissen van Ajax die voor dit artikel benaderd zijn, willen niet on the record bijdragen. „Je gaat nu de analyses krijgen alsof Edwin een normale directeur is”, zegt een oud-bestuurslid. „Dat is hij natuurlijk niet. Dit is er één is die met die cup heeft gestaan in 1995. Een grootheid, daar moet je zuinig op zijn.”

Maar zuinig zijn die iconen ook niet op elkaar, met hun kleedkamermores. Oud-topvoetballers aan de macht, zo schreef Johan Cruijff voor toen hij in de laatste jaren van zijn leven Ajax naar zijn ideeën vormde. Maar Cruijffiaan Wim Jonk, hoofd jeugdopleiding, botste drie jaar geleden al met Cruijffiaan Bergkamp – die een lastig te definiëren rol vervulde als ‘cultuurbewaker’ en scharnier tussen de jeugd en het eerste. Exit Jonk. Bergkamp kwam afgelopen jaar in conflict met directeur spelerszaken Marc Overmars en werd op non-actief gesteld, op dezelfde decembermiddag waarop de trainer van zijn voorkeur, Marcel Keizer, ontslagen werd.

Grote persoonlijkheden in een ongestructureerde omgeving, met de natuurlijk leider Cruijff eerst op afstand, later ziek en toen overleden. Van der Sar kon dit alles niet gladstrijken. Hij is formeel de baas maar, zoals een ingewijde omschrijft, „onderschat de voetbalhiërarchie niet bij die jongens”.

Van der Sar denkt, redeneert, toont begrip. Is ontvankelijk voor ieders standpunt. En dan is het, zoals bij het vertrek van Peter Bosz, ineens te laat. In die kwestie ligt de kiem van Van der Sars kwetsbare positie nu. De coach die Ajax voor het eerst in 21 jaar weer tot een Europese finale leidde, vertrok naar Borussia Dortmund. Een sudderend conflict met Bergkamp werd niet opgelost, de vraag is of dat kon met behoud van allebei. Van der Sar viel cultuurbewaker Bergkamp bij, Bosz koos voor Duitsland. Die lijn was nog te volgen, totdat een half jaar later toch ook Bergkamp sneuvelde in conflict met Overmars.

Foto Robin van Lonkhuijsen - ANP

Van der Sar treedt veel naar buiten, steekt zijn nek uit. Hij voert het woord, in tegenstelling tot de zuinige communicator Overmars. Maar naast zijn koersvaste directeur spelerszaken steekt Van der Sar wel af als beïnvloedbaar. „Het is niet dat hij met elke wind meewaait”, zegt Visser, „maar hij staat wel open voor argumenten en is gevoelig voor de dominante kracht op enig moment. Eerst was dat Bergkamp, daarna Overmars. Hij is in de kern een gevoelige, open jongen die zich prettig moet voelen in zijn omgeving.” Volgens Visser zou Van der Sar „ best kunnen groeien”. „Het zou zonde zijn als zijn onervarenheid hem de kop zou kosten, voor hij goed en wel op stoom komt.”

Belangrijke tafels

Wie met hem te maken heeft in internationale context, toont zich uitermate positief. Hij is volgens KNVB-voorzitter en UEFA-bestuurder Michael van Praag „op eigen kracht aan belangrijke tafels terechtgekomen”. Zoals in het bestuur van de ECA, de vereniging van Europese clubs, waarin hij voorzitter is van de werkgroep Jeugd, en een FIFA-commissie over strategische voetbalvraagstukken. Van Praag: „Dat is echt niet omdat je een paar ballen kon stoppen. Er zijn tweehonderd clubs aangesloten bij de ECA, iedereen wil daar aan tafel zitten. En hij zit daar.”

Peter Fossen, directielid van PSV, heeft zitting in de UEFA Club Competitions Committee en heeft veel met Van der Sar te maken in het internationale vergadercircuit. „Hij pusht hard voor de zaken die het Nederlandse voetbal aangaan, daar kan ik alleen maar buitengewoon tevreden over zijn.” Dat zeggen ook mensen die hem in Nederland meemaken bij overleg in de Eredivisie CV, de overkoepelende belangenbehartiger van de clubs. Hij wordt getypeerd als de eerste Ajax-bestuurder in tijden die ook aan het belang van anderen wil denken, bijvoorbeeld over herverdeling van televisiegeld ten faveure van de kleinere clubs.

Lees ook de column van Youp van ’t Hek: De Tunnel Club

Hij zit aan alle tafels waar hij kan zitten, maar in de internationale voetbalpolitiek, zeggen kenners, is het lastig ‘scoren’. Fossen: „Het is vooral masseren. Opkomen voor de belangen van, wat heet, de clubs uit middelgrote landen. Wat natuurlijk belangrijk is voor Nederlandse clubs, is de bescherming en regulering rond jeugdspelers, daar maakt hij zich echt hard voor als voorzitter van de werkgroep Jeugd. Dat kan een verschil maken.”

Dat alles gaat aan het zicht van het grote publiek voorbij en zal de doorsnee Ajax-supporter worst zijn. Het vertrek van trainer Bosz, al dan niet onvermijdelijk, explodeerde in Van der Sars gezicht. De keuze eerst voor Bergkamp/Keizer en daarna toch Overmars/Ten Hag heeft vooralsnog dramatisch uitgepakt. Zijn eigen teksten daarbij, de koppeling van zijn eigen functioneren aan acute sportieve resultaten, hebben een kwetsbare situatie gecreëerd waarbij sportieve resultaten hem zomaar zijn kop kunnen kosten.

Griligheid

Of Van der Sar het tij kan keren? Leiderschapsexpert Bartel Berkhout, directeur van Nyenrode Sport, roept op tot een „helicopterview” bij de beoordeling van de huidige situatie. „Je moet het hele ecosysteem rond Ajax ontleden en je afvragen: hoe kun je los komen van grilligheid, van emoties. Hoe bewaar je die rust? Hoe kun je echt verder komen? Je moet ook nadenken over de lange termijn, waar de club in 2032 moet staan. Wat betekent dat voor het leiderschap dat er nu nodig is? Nu het sportief tegenzit weer een directeur offeren, zeker één met zijn statuur, dat is niet de oplossing voor Ajax.”

Van der Sar zei vorig jaar, toen de jonge ploeg zinnenprikkelend speelde in de Europa League en een Engelse krant schreef „Ajax are back”, dat hij er plezier in had. Ja, het slokte hem op, zijn gezin heeft daar begrip voor, zei hij. „Je werkt vijf dagen, plus in het weekend de wedstrijd. Vaak nog een avondwedstrijd door de week, een diner, een vergadering met supporters die ook gewoon werken en die alleen ’s avonds kunnen. Of een afscheid, een receptie, een begrafenis – hoort ook bij je functie. En regelmatig bij de jeugd kijken. Dat is wel zeven dagen eigenlijk. Daar ben ik wel voor gewaarschuwd, hoor. Ik heb een hoop geleerd in 4,5 jaar.”

Hij wees om zich heen, naar Bergkamp, naar Overmars, zijn mededirecteuren, zijn personeel. „Als keeper kon ik nooit wedstrijden winnen, alleen verliezen. Dat heb ik hier nu ook bij Ajax. In mijn eentje kan ik het niet.”