Natuur in Woord: Vals land

Natuur is het thema van de boekenweek, die zaterdag begint. NRC vroeg auteurs naar hun favoriete natuurbeschrijving. Vandaag: over Tomas Lieske.

„De zomen van de drijftillen mogen verankerd lijken, het riet en de lisdodden mogen de indruk wekken dat het stevig begaanbaar land is, wie deze plek voorzichtig betreedt zal de bodem zien golven. En als de bodem golft, schokt het hart. Je denkt te staan op land, je zet een stap en alles om je heen gaat omhoog en omlaag en alles om je heen geeft een golf door. Het is een dunne laag veen die in beweging komt, de aarde is vochtig, het is water met een dun vel eroverheen gespreid. Hoe diep kan het water onder de verveende drijftillen zijn? Diep genoeg om onze dode geliefden te bergen? Er is zoveel verloren geraakt en het ligt allemaal onder dit veen begraven.”

Tomas Lieske,
uit: Café Boulevard, 2003

Als een vel op de melk zo dun, als kroos voor een nog onwetend kind. De oppervlakte is uiterst bedrieglijk.

Zuid-Holland, de veengebieden ten oosten van Leiden, de Kagerplas – daar ergens speelt zich dit af. Het is begin jaren vijftig. De bewoners van het gebied zijn agressief en argwanend tegen vreemdelingen. Er zijn mensen verdwenen.

Het fragment wordt voorafgegaan door een al even snelle, zangerige en lenige beschrijving van hoe die ‘drijftillen’ ontstaan, hoe wind, water, afstervende plantresten en mattenbies een soort matten vormen ‘die op kletsnat land lijken’. Pluimzegge gaat erop groeien en doet de drijvende schollen nóg meer op land lijken, ‘vals land’. Want ze zijn geen land.

Wie deze passage eenmaal heeft gelezen, beziet laag land met biezen en sloten nooit meer zoals tevoren. Eilandjes in zonnige plassen veranderen van iets grappigs en verends om je kano op aan te leggen in gevaarlijk bedrieglijke grond. Onder al dat lieflijke groen schuilt het moeras, het zuigt, je kunt het niet anders dan met een rilling aanzien.

Er bestaan lieflijker passages, passages die de natuur lekker oppoetsen en paradijselijk maken. Waarom niet zoiets gekozen? Omdat hier de taal het vel is dat gespannen wordt over de griezelige afgronden van wat er kan gebeuren en gebeurt. Die taal zegt wat je van literatuur kan verwachten: „Wie deze plek voorzichtig betreedt, zal de bodem zien golven.”


    • Marjoleine de Vos