Utrechtse rekenkamer moet financiën Uithoflijn nagaan

Openbaar vervoer

De Utrechtse gemeenteraad wil een onderzoek naar de nieuwe trambaan naar de Uithof, die veel duurder uitpakt dan begroot.

Tramhalte van de Uithoflijn, die nog niet in gebruik genomen is. Foto Daniel Niessen

De Utrechtse Rekenkamer moet onderzoek doen naar de financiële afspraken rond de aanleg van de tramlijn tussen het Centraal Station en de studentencampus Uithof. Een motie om zo’n onderzoek in te stellen werd donderdagmiddag tijdens een spoeddebat over de problemen rond de Uithoflijn unaniem aangenomen door de Utrechtse raad.

Oppositiepartijen PvdA en Stadsbelang Utrecht dienden beide daarnaast een motie van afkeuring in tegen het college van burgemeester en wethouders, maar die haalden geen meerderheid.

Aanleiding van het spoeddebat was onderzoek van NRC waaruit bleek dat bouwbedrijf BAM, verantwoordelijk voor de exploitatie van de tramlijn, de provincie Utrecht eind 2016 onder druk zette en dreigde te stoppen met het bouwen van de Uithoflijn.

De twee projectleiders die de bouw leidden, wilden BAM dwingen het project op tijd en voor het afgesproken bedrag te leveren, maar in plaats daarvan werd het duo de laan uitgestuurd. De raad werd hierover summier ingelicht. Er werd alleen gesproken over ‘organisatorische wijzigingen’.

Waarom heeft u ons niet concreet ingelicht over het ontslaan van twee personen, wilde Ruben Post van de PvdA weten tijdens het spoeddebat. Van Hooijdonk: „De directeur verzocht ons met het oog op zijn toekomst het in abstracto te melden.” Cees Bos van Stadsbelang Utrecht: „U had het ons gewoon moeten vertellen.” Post: „Je zet niet zomaar een directeur opzij.”

Zo was het niet gegaan, legt wethouder Verkeer en Mobiliteit Lot van Hooijdonk (GroenLinks) uit. Tuurlijk, bij grote projecten zoals het bouwen van een tramlijn is het normaal dat je tegenslagen te verwerken krijgt. Maar binnen het projectbureau rommelde het al langer, zegt zij. Zo verliep de samenwerking met de provincie en BAM uitermate stroef. Bovendien informeerde het duo haar onvolledig, zegt Van Hooijdonk. De nadruk lag te veel op „de zonnige kant”. De directeur van de provincie en de directeur van de gemeente hakten de knoop door: exit projectdirecteur en zijn rechterhand. Van Hooijdonk keurde dat besluit achteraf goed.

84 miljoen euro duurder

En dan was er ook nog het punt over de extra kosten. Eind januari maakten de gemeente en de provincie samen bekend dat het project 84 miljoen duurder uitvalt dan gepland, maar deze krant onthulde donderdagochtend dat al zeker vijf jaar bekend zou zijn dat de tramlijn tientallen miljoenen meer zou kosten. Bedragen werden bewust naar beneden bijgesteld of uit te begroting gehouden. Bijvoorbeeld de „voorbereiding exploitatie en beheer”, alles wat nodig is om de tram in gebruik te nemen, haalde nooit de begroting.

Hoe zit dat, wilde Post van de PvdA weten. „Je kunt toch niet ineens zomaar zeggen: we moeten ook nog even 20 miljoen voor de exploitatie reserveren.”

Van Hooijdonk geeft toe dat een deel van de kosten nooit op de begroting heeft gestaan, maar dat ze wel ingecalculeerd waren. Ook was de rekening veel sneller opgelopen dan verwacht, zei Van Hooijdonk. „We hadden rekening gehouden met lagere kosten.”

VVD-raadslid André van der Schie stelde midden in het debat de ‘slotvraag’. We kunnen alles vergeven en vergeten, zegt hij. „Maar weten we nu alles? Wat kan er nu nog boven tafel komen?” Dat is een retorische vraagt, zegt GroenLinks-wethouder Van Hooijdonk. „We denken het wel, maar kunnen het nooit garanderen.”