NRC checkt: ‘Een huurmoordenaar kostte vijf jaar geleden 50.000 euro, nu 5.000’

Dat zei een rechercheur in een rapport van de Nederlandse Politiebond.

Foto iStock

De aanleiding

Nederland dreigt een ‘narcostaat’ te worden, stelde de Nederlandse Politiebond (NPB) dinsdag 20 februari in een alarmerend rapport. Rechercheurs worden structureel overbelast en voor preventieve opsporing is al helemáál geen tijd.

Die conclusie trok NPB-voorzitter Jan Struijs uit de ruim vierhonderd interviews die hij met rechercheurs deed. „Een huurmoordenaar kostte vijf jaar geleden 50.000 euro, nu nog maar 5.000. Kwestie van vraag en aanbod”, zegt een van hen. De NOS pikte die quote uit het NPB-rapport. Kost een huurmoordenaar nu echt zo veel minder dan vijf jaar geleden?

Waar is het op gebaseerd?

Struijs laat weten dat de uitspraak van een Amsterdamse rechercheur kwam. De quote nam hij in het rapport op omdat deze „bevestigd wordt in lopende onderzoeken, in de informatie van inlichtingendiensten en in andere gesprekken met rechercheurs uit de grote steden”. De uitspraak sluit aan bij de waarschuwing die de politiebond wilde geven: er is sprake van een „jeugdige aanwas van criminelen, die dit soort moorden pleegt omwille van status”. De genoemde bedragen zijn gebaseerd op tapverslagen en uitspraken van informanten, zegt Struijs.

En, klopt het?

Het is niet eenvoudig na te gaan wat de precieze prijs van een huurmoord is. In de meeste strafzaken bekennen verdachten een huurmoord niet, laat staan dat ze bedragen noemen. De informatie die er is komt van inlichtingendiensten en politie-onderzoek.

Zo zei Pieter-Jaap Aalbersberg, chef van het Amsterdamse politiekorps, in februari in deze krant: „Vroeger werden professionele hitmen uit het buitenland ingevlogen die voor 50.000 à 60.000 euro een liquidatie uitvoerden. De laatste tijd zien we kansarme jongeren uit onze stad, die bereid zijn voor 2.000 à 5.000 euro een moord te plegen.” En ook korpschef Erik Akerboom zei begin deze maand in NRC dat „jonge mannen die voor relatief lage bedragen liquidaties plegen” de politie zorgen baren.

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie onderzocht de verandering in werkwijze bij liquidaties in de studie Liquidaties in Nederland uit 2017. Het WODC interviewde twaalf functionarissen van het OM en de politie en concludeerde: 2012 was een ‘omslagpunt’.

De drempel om een liquidatie te plegen ligt sindsdien lager, er zijn méér mensen bereid een moordopdracht uit te voeren en de schutters zijn vaker onervaren. Er is meer „durf en lef” en de mentaliteit is anders: een moord plegen heeft een statusverhogend effect gekregen. Over deze huurmoordenaars zegt een geïnterviewde functionaris: „Je vindt ze bij bosjes.”

Dat de ‘homegrown’ huurmoordenaar in opkomst is, bevestigt ook criminoloog Henk Ferwerda. De klassieke huurmoordenaar wordt uit het buitenland besteld en gaat professioneel te werk, laat hij weten. „Die jongens zijn duur.” Denk dan aan bedragen tussen de 25.000 en 100.000 euro.

Intussen groeit het aantal jonge, onervaren huurmoordenaars, die collateral damage tijdens een schietpartij op de koop toe nemen en dus een stuk goedkoper zijn – enkele duizenden euro’s. Hun aanbod groeit, en dat drijft de prijs enigszins omlaag.

Maar er zit wel een belangrijke misvatting in de uitspraak zoals die in het NPB-rapport gedaan werd, stelt Ferwerda. De prijs van een huurmoord wordt nooit uitsluitend door het aanbod bepaald, maar vooral door de kwaliteit van de schutter en de status van het slachtoffer. Kortom: het klopt dat het aantal ‘goedkope’ huurmoorden groeit, „maar er worden nog steeds dure huurmoorden gepleegd”.

Conclusie

Volgens het WODC groeit de beschikbaarheid van jonge onervaren schutters in Nederland. Maar wat de prijs van een huurmoord is, hangt van meer factoren af. We beoordelen de stelling daarom als niet te checken.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Anne Corré