Niemand krijgt straf in de fietsjungle

Verkeersveiligheid Fietsers in Amsterdam gedragen zich roekeloos. Een burger stapt naar de rechter om het gezag te dwingen tot strengheid.

Foto Olivier Middendorp Fietsers en voetgangers op de Jodenbreestraat in Amsterdam.

Blauwe plekken, kapotte knieën, schaafwonden, een vuile jas. Dat zijn de kwetsuren die Frank Bakker heeft opgelopen in de nabije omgeving van zijn huis aan de Keizersgracht in Amsterdam. Maar hij heeft ook wel eens een fietser „tegen de grond gemept”, zegt hij woensdag in de rechtbank.

„U begrijpt het niet. In Amsterdam gelden andere regels”

Bakker (77) is naar de rechter gestapt met de eis dat de burgemeester van Amsterdam de politie in die stad opdraagt de verkeerswet te handhaven. En dan heeft hij het met name over het rijgedrag van fietsers. Die rijden door rood. Die rijden over de stoep. Die geven geen voorrang. De fietsende vrouw die hij daarover aansprak zei tegen Bakker: „U begrijpt het niet. In Amsterdam gelden andere regels.” Dat wil ik wel eens zien, dacht Bakker.

Omdat hij oud-advocaat is, voert hij zijn eigen verdediging. Af en toe moet hij, op vragen van de rechter, vaststellen dat de wet intussen is veranderd, maar zijn redenering is helder: de gemeente zorgt niet voor mijn veiligheid en daar ondervindt Bakker schade van. Zoals de kras op zijn auto van een tegen het verkeer in rijdende bakfiets – enige reactie van de fietser: een opgestoken middelvinger.

Handhaving

Rolf Verduyn, de huisadvocaat van de gemeente Amsterdam, bestrijdt het „dystopische beeld” van de „verkeersjungle” en de „oorlog” van allen tegen allen „zoals de heer Bakker dat ervaart”. Hij betoogt dat Bakker probeert „voor te dringen” door via de rechter te proberen af te dwingen dat de gemeente juist zíjn veiligheid garandeert. „Ik vraag geen garantie”, reageert Bakker. „Ik stel vast dat de gemeente geen aanstalten maakt om ernst te maken met de handhaving.”

Bakker heeft de gemeente in november „gesommeerd” beter op het verkeer te letten. Omdat hij in eerste instantie geen reactie kreeg, heeft hij daarna toch een voorkeursbehandeling gekregen, zegt advocaat Verduyn. Zijn verzoek is op de agenda gezet van de ‘driehoek’, het overleg van burgemeester, politie en justitie. Daar hebben ze besloten het beleid voor verkeershandhaving niet aan te passen.

Politiechef Aalbersberg uitte begin 2017 zelf zijn zorgen over het gebrek aan basaal toezicht op het verkeer. Dat schaadt het vertrouwen in de politie, zei Aalbersberg op een persconferentie waarbij hij werd geflankeerd door toenmalig burgemeester Van der Laan en hoofdofficier van justitie Hofstee.

„Als het Amsterdamse centrum werkelijk een pretpark was, had de overheid het al lang gesloten”

Aalbersberg en Bakker zijn niet de enigen die zich zorgen maken over de wanorde in de Amsterdamse straten. Op dezelfde dag van Bakkers kort geding bracht de Ombudsman voor de Metropool Amsterdam een rapport uit over de overlast voor bewoners van de binnenstad. Hij gebruikte daarbij vrijwel dezelfde bewoordingen als Bakker. „Het wordt in de loop van de nacht een urban jungle, waar de overheid onduldbaar afwezig is, waar het recht van de sterkste geldt. Als het Amsterdamse centrum werkelijk een pretpark was, had de overheid het al lang gesloten.”

De ombudsman had ook gekeken naar het fietsgedrag. „Het parkeerverbod (voor fietsen en scooters) wordt in de Korte Leidsedwarsstraat massaal overtreden.” En: „Ook negeren 233 fietsers en snor/bromfietsers het verkeersbord eenrichtingsverkeer in de Korte Leidsedwarsstraat.”