Recensie

Meeslepende combinatie van twee kleine meesterwerken

Opera

Het realisme van het Italiaans verismo bruist in de Brusselse opera, met onder meer een weergaloos gekwelde Eva-Maria Westbroek.

Scène uit Cavalleria. Foto Karl Forster

De korte opera’s Cavalleria Rusticana en Pagliacci zijn voorbeelden van ‘verismo’, de Italiaanse versie van het negentiende-eeuwse realisme. Een nieuwe generatie kunstenaars wil het platteland niet langer romantisch verheerlijken. De novelle Cavalleria Rusticana van Giovanni Verga groeide uit tot het symbool van het verismo. Verga situeerde een verhaal van ontrouw, jaloezie en wraak in een onbetekenend Siciliaans dorp.

Als student zag Pietro Mascagni – samen met zijn kamergenoot Giacomo Puccini – de toneelbewerking die overal volle theaters trok. Hij gebruikte de tragische geschiedenis als leidraad voor zijn opera, die meteen aansloeg. Volgens een bezoeker was de première „een bijna orgiastisch feest”.

Mascagni schiep een enorme spanningsboog: nergens zet hij de handeling stil om de hoofdpersonen in aria’s hun gevoelens te laten uiten. Hij jongleert in Cavalleria Rusticana ook niet met metaforen waarin jaloezie een giftige slang blijkt of de verlatene een stuurloos schip op een stormachtige oceaan.

Verweven

Ruggero Leoncavallo besloot met zijn opera Pagliacci mee te drijven op de golven van het succes van het verismo. Bij hem speelt een soortgelijk liefdesdrama, maar dan toch in twee dimensies: zowel in de verhouding tussen de acteurs van een reizend theatergezelschap als in het stuk dat ze opvoeren. Uiteindelijk kan de jaloerse Canio – wiens vrouw Nedda vreemdgaat – werkelijkheid niet meer scheiden van de verbeelding.

In zijn productie voor De Munt verweeft regisseur Damiano Michieletto beide opera’s. Hij laat de toneelgroep van Pagliacci zijn tenten opslaan in het dorp van Cavalleria Rusticana.

Michieletto’s eerdere producties Il viaggo a Reims en Rigoletto blonken visueel en psychologisch uit in overdaad, maar nu houdt hij het eenvoudig, in stijl met het verismo. Zijn enige misstap is een Mariabeeld dat tot leven komt tijdens een processie.

Sopraan Eva-Maria Westbroek bezingt weergaloos de kwelling van de bedrogen Santuzza in Cavalleria. Zij kan haar vocale krachten loslaten, dankzij het sterke tegenspel van tenor Teodor Ilincai en de dienstbare dirigent Evelino Pidò. Nergens laat hij zijn zangers verdrinken, zelfs niet in de heftige orkestrale uitbarstingen; alles blijft even helder. De cast bewees dat het verismo nog altijd een vitaal en meeslepend hier en nu kan oproepen.

    • Joost Galema