Máxima ziet hoe kunstinstelling Van Eyck in Maastricht is herboren

Werkbezoek Sluiting dreigde voor kunstinstelling Van Eyck. Maar na zeven jaar loopt alles weer voorspoedig.

Koningin Máxima met de Mexicaanse kunstenaar Rodrigo Red Sandoval in Van Eyck. Rechts Ter Braak . Foto ANP

Een advies van de Rijksvoorlichtingsdienst: zet alvast een paraplu klaar bij de ingang, mocht het regenen dan kunnen jullie die gebruiken wanneer de koningin uit de auto stapt. Nog een advies: laat pas op het allerlaatste moment weten dat zij jullie bezoekt, als het uitlekt staan er straks drommen mensen op de stoep, die vaak ook nog eens proberen mee naar binnen te komen.

De paraplu stond woensdagmorgen tegen de deurpost, er was regen voorspeld. En in zijn mail aan de deelnemers van de Open Studio’s had directeur Lex ter Braak van de postacademische kunstinstelling Van Eyck in Maastricht alleen geschreven dat er „hoogwaardigheidsbekleders” langs zouden komen. Pas toen hij tegen drieën van de RVD hoorde dat koningin Máxima er over een kwartier zou zijn, ging er nog een mailtje overheen.

Lex ter Braak had zeven jaar geleden niet kunnen bedenken dat hij deze dag nog zou meemaken. Een paar maanden nadat hij in 2011 was begonnen als directeur van de Van Eyck, halveerde toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra het budget voor de komende vier jaar. Daarna zou de rijkssubsidie helemaal wegvallen – Zijlstra’s opvolger Jet Bussemaker draaide dit voornemen later terug – en zouden de postacademische instellingen (behalve de Van Eyck ook De Ateliers en de Rijksakademie in Amsterdam en Basis voor Actuele Kunst in Utrecht) voor hun eigen inkomsten moeten zorgen. Sluiting leek aanstaande voor de Van Eyck.

Dat is niet gebeurd, sterker: het bezoek van koningin Máxima heeft behalve de talentontwikkeling van jonge kunstenaars ook „de grote vernieuwingsslag” van de Van Eyck als thema, schrijft de RVD in een aankondiging voor genodigden: „Hoe heeft deze vernieuwing gestalte gekregen, wat zijn de succesfactoren?”

„Mensen zeiden tegen mij: ik woon hier al twintig jaar en toch wist ik niet wat jullie deden”

Lex ter Braak (directeur Van Eyck Academie)

Wonderbaarlijke wederopstanding

Op welke manier, zou je ook kunnen vragen, is het de Van Eyck gelukt weer evenveel budget te hebben als in 2011: 2,6 miljoen euro, waarvan nu 1 miljoen inkomsten ‘van derden’. Daarvoor kunnen pakweg veertig jonge kunstenaars (25 à 40 jaar oud) een paar maanden tot een jaar werken in één of meer van de vijf ‘labs’, op zulke verschillende gebieden als hout en metaalbewerking, film, video en fotografie, schrijven en dichten of beeldende kunst.

„Een wonderbaarlijke wederopstanding”, noemt Ter Braak het zelf, die letterlijk begon met het omhoog halen van de luxaflex toen hij aantrad als directeur. „Mensen zeiden tegen mij: ik woon hier al twintig jaar en toch wist ik niet wat jullie deden.” Zo stond het ook in een rapport uit die tijd over de postacademische instellingen: de Van Eyck „kon de indruk wekken van de wereld afgekeerd te zijn”.

Dat is niet zo raar als het klinkt: de geselecteerde kunstenaars kregen twee jaar lang een eigen studio, waar ze zich onder begeleiding verder konden ontwikkelen. Die twee jaar werd om te beginnen één jaar: zo troffen de bezuinigingen in elk geval niet het aantal kunstenaars dat op de academie terecht kon.

Maar er gebeurde meer: naar analogie van de Wetenschapswinkel en de Rechtswinkel kwam er een Cultuurwinkel, waar bedrijven, overheden of particulieren met een opdracht terecht konden. Ter Braak: „Ik heb altijd geloofd in openheid, in aansluiting met de maatschappij. En kunstenaars van nu weten zelf ook dat hun werk van de wereld en voor de wereld is.”

De Van Eyck Mirror, zoals de Cultuurwinkel uiteindelijk is genoemd, was wel „het meest bediscussieerde voorstel” van de vernieuwingsplannen: werd op deze manier niet de autonomie van de kunstenaar bedreigd? Die kritiek is verstomd, deelname aan een Van Eyck Mirror-project is niet verplicht, maar de afgelopen jaren zijn er wel opdrachten uitgevoerd voor onder meer een pensioenverzekeraar, de provincie en de gemeente. Ter Braak: „We presenteren die opdrachten en dan zijn er altijd wel mensen die zeggen: dat wil ik graag doen.”

Wat nog meer veranderde: na een grote verbouwing kwam er een restaurant dat open is voor mensen van buiten, elke week zijn er openbare presentaties (lezingen, performances, tentoonstellingen), de werkplaatsen die de labs vormen kunnen tegen betaling worden gebruikt door derden, er is samenwerking gekomen met andere onderwijsinstituten (universiteit, hogeschool). Behalve dat deze vernieuwingen extra geld opleveren, „vormen ook zij een scharnierpunt naar de buitenwereld” (Ter Braak).

Het werkbezoek van de koningin was besloten en duurde twee uur: tijd voor een rondetafelgesprek over de veranderingen en bezoek aan een achttal geselecteerde studio’s, waaronder twee met Spaans sprekende kunstenaars. De komende drie dagen zijn alle studio’s open. Er worden zo’n drieduizend bezoekers verwacht.

    • Gretha Pama