Het OM wil nu zélf grenzen euthanasie onderzoeken

Mogelijk strafbaar Het OM onderzoekt vier ‘verdachte’ euthanasiezaken. Wat betekent dat voor het euthanasiedebat? Drie vragen en antwoorden.

Foto iStock

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft donderdag onderzoeken aangekondigd naar vier mogelijk strafbare euthanasiegevallen. Deze zaken zijn door de regionale toetsingscommissies euthanasie, die toezicht houden op zorgvuldige uitvoering, eerder als ‘onzorgvuldig’ beoordeeld.

Voor euthanasie gelden strenge regels: artsen mogen alleen meewerken als een patiënt „ondraaglijk” en „uitzichtloos” lijdt en als diegene de euthanasiewens heeft vastgelegd in een wilsverklaring.

Een tweede arts moet ook tot de overtuiging komen dat de patiënt zelf euthanasie wil, vrijwillig tot dat besluit kwam én dat nog zelf kan bevestigen. In de vier te onderzoeken gevallen twijfelt het OM daar sterk aan.

1 Waar richt het onderzoek van justitie zich op?

In twee gevallen gaat het om dezelfde arts, werkzaam voor de Levenseindekliniek. Die instelling behandelt ingewikkelde euthanasieverzoeken waarvoor mensen niet bij hun eigen arts terechtkunnen. Eén van die twee zaken betreft een dementerende vrouw van 67 jaar. Het OM vraagt zich af hoe de arts kon bepalen of haar verzoek vrijwillig en weloverwogen werd gedaan. In het andere geval is het OM er niet van overtuigd dat de arts, een specialist ouderengeneeskunde, tot de overtuiging kon komen dat een 84-jarige vrouw niet meer op een andere manier geholpen kon worden.

In de resterende zaken waren andere artsen betrokken. Eén keer ontbrak de schriftelijke wilsverklaring, en in het andere geval denkt het OM dat de arts mogelijk „te lichtvaardig” concludeerde dat andere behandelingen niet meer mogelijk waren.

2 Waarom is het OM ineens zo aanwezig in het euthanasiedebat?

In de eerste vijftien jaar van de euthanasiewet (2002) oordeelde de toetsingscommissies negentig keer dat artsen ‘onzorgvuldig’ hadden gehandeld. Die zaken werden allemaal doorgestuurd naar het OM. Dat voerde soms strenge gesprekken met betrokken artsen, maar tot een strafrechtelijk onderzoek kwam het nooit.

Eind vorig jaar veranderde dat. Het OM begon toen zijn allereerste onderzoek naar een euthanasiegeval (van een 74-jarige verpleeghuisbewoner). Daarna zei procureur-generaal Rinus Otte in de Tweede Kamer dat dit vaker zou gebeuren. „Een arts moet er niet tegenop zien zich in uitzonderlijke gevallen te verantwoorden bij de rechter”, zei Otte destijds.

In Trouw licht Otte woensdag toe waarom het OM nu inderdaad doorzet met vier nieuwe zaken. Hij zegt dat het OM een „vinger aan de pols” wil houden, omdat de euthanasiepraktijk „in zeer hoog tempo uitbreidt”.

Otte: „Als er meer momenten zijn waarop artsen vooral op hun eigen oordeel varen en niet op hun beroepsgenoten of op de wet, dan hebben wij daarvoor bij deze gewaarschuwd.”

3 Zijn artsen slordiger geworden bij euthanasie?

Juist deze week kwamen de nieuwste cijfers over euthanasie in 2017 naar buiten.

Vorig jaar werd 6.585 keer euthanasie toegepast, ruim 8 procent meer dan een jaar eerder. In twaalf gevallen was sprake van onzorgvuldige euthanasie. Dat is (procentueel) niet veel vaker dan in voorgaande jaren. Jacob Kohnstamm, voorzitter van de toetsingscommissies, benadrukte deze week dan ook dat „99,8 procent” van de euthanasiegevallen zorgvuldig wordt uitgevoerd. „Van de boel belazeren door artsen is geen sprake”, zei Kohnstamm in NRC.

Wél worden euthanasiezaken steeds complexer. Steeds vaker krijgen dementerenden euthanasie (166 beginnend dementerenden en 3 vergevorderd dementerenden in 2017). Hetzelfde geldt voor mensen met psychische klachten (83 in 2017).

Voor artsen zijn dit soort gevallen moeilijker te beoordelen, omdat minder makkelijk is vast te stellen of mensen uitzichtloos lijden en wilsbekwaam zijn.

Artsen zijn, kortom, zeker niet slordiger geworden – de euthanasiepraktijk wél ingewikkelder.

Daarom voelt het OM nu ook de behoefte een rol te spelen bij het stellen van grenzen.

    • Enzo van Steenbergen